Kerkdorp Kleine Brogel

Foto F16Kleine-Brogel (breedte:51-10N, lengte: 005-28E, hoogte: 55 m) met een oppervlakte van 9,69 km² is een van de 5 deelgemeenten van de stad Peer. (Belgische provincie Limburg). Kleine-Brogel is vooral bekend door de NAVO-luchtmachtbasis.

Een bezienswaardig is de neogotische dorpskerk uit 1908 die toegewijd is aan Sint-Ursula. De naam “Brogel“ lijkt ontleend te zijn aan het Keltisch “Brogilo”, wat omheining blijkt te zijn. Waarom deze naam werd gegeven is niet meer terug te vinden. Wat we wel kunnen terugvinden is dat de kinderen van Kleine Brogel reeds in 1616 ter plaatse onderwijs kregen.

Geschiedenis

Nadat rond het jaar 800 door Karel de Grote een reorganisatie van de parochies was bevolen, ontstond de parochie Kleine-Brogel onder impuls en patronaat van de abdij van Aldeneik (bij Maaseik) en werd aan de H. Ursula toegewijd. Slechts enkele kerken in België werden aan de H. Ursula toegewijd, o.m. deze van Eigenbilzen, Kleine-Brogel, Lanaken en Sint Kwintus-Lennik. Voorts is Sint Ursula patrones van de onderwijscongregatie van de Ursulinen maar ook van de Sorbonne van Parijs en de universiteiten van Wenen en Coïmbra.

Administratief was Kleine-Brogel een heerlijkheid in het rechtsgebied van de Schepenbank van het naburige Pelt (Overpelt). Ondanks de politieke neutraliteit van het Prinsbisdom Luik hadden de Kempense dorpen en ook het teutendorp Kleine-Brogel in het bijzonder tijdens het Ancien Regime (17de-18de eeuw) veel last van plunderingen, wreedheden, inkwartieringen en militaire opeisingen van vreemde legers die over neutraal terrein van het ene naar het andere slagveld trokken.

Tot 1559 behoorde de parochie van Kleine-Brogel tot het decanaat Woensel (thans bij Eindhoven) maar in voormeld jaar werd het nieuwe bisdom Mechelen opgericht en vonden diverse verschuivingen plaats. Kleine-Brogel ging behoren tot het decanaat Beringen en het Aartsdiaconaat der Kempen. In een latere reorganisatie kwam het decanaat Peer tot stand en behoorde onze parochie bij deze laatste.
Met Napoleon en het Frans bewind kwam er in 1794 een einde aan het oude regime. Kleine-Brogel werd ondergebracht in het Departement Neder-Maas.

In 1904 telde Kleine-Brogel 363 inwoners en men telde er tien herbergen. De zuster van pastoor Vencken was gehuwd met brouwer Maes van Stramprooi. Om de vier weken kwam de brouwerswagen getrokken door twee paarden naar Kleine-Brogel om de bestelling Stramprooier bier af te leveren. Ieder welstellende Kleine- Brogelaar had in die tijd een ton bier (80 l.) in de kelder. In 1934, was de bevolking van Kleine-Brogel aangegroeid tot 577 inwoners.

Op 4 maart 1971 overleed de heer Joseph Voets, de laatste burgemeester van Kleine-Brogel.
De mecenas van Kempische gemeente was 57 jaar onafgebroken burgemeester. In zijn woning aan de Peerderbaan 1, te Kleine-Brogel, is burgemeester Jozef Voets gisteren om 17u45 in zijn 95ste levensjaar zachtjes ontslapen. Sedert 4 december vorig jaar, toen een alledaagse griep hem voor het eerst in zijn lange leven op het ziekbed kluisterde, is het levenskaarsje van Jozef Voets op een lager pitje gaan branden om heel langzaam, haast ongemerkt, uit te doven.
Met Jozef Voets verliest niet alleen de landelijke gemeente Kleine-Brogel één van haar meest markante inwoners; de Limburgse Kempen en heel de provincie verliest met Jozef Voets - tot voor 1 januari laatstleden de oudste burgemeester van ons land- een graag geziene figuur.
Het leven van Jozef Voets in een handomdraai vertellen is onmogelijk, was te rijk aan initiatieven, aan markante, en in de ogen van de inwoners van deze gemeente zeer geliefde gebeurtenissen.
Jozef Voets, die geboren werd te Kleine-Brogel op 14 augustus 1876 en met de gemeente samen opgroeide en die groei voor een groot deel zelf hielp stimuleren, wilde in zijn levensavond nog een boek schrijven over zijn leven en de geschiedenis van zijn gemeente. Het zou ongetwijfeld een levensecht document zijn geweest: sprankelend van geestdrift, met af en toe een monkel, een schaterlach en een scheut sarcasme.
Jozef Voets stamde uit een vooraanstaande familie van Kleine-Brogel. Zijn vader was geruime tijd provincieraadslid. Nadat er in het gezin Voets reeds zes meisjes waren geboren, zag Jozef Voets op 14 augustus 1876 het levenslicht. Op 12 september 1905 huwde Jozef Voets met Moons Clara, een Duits Meisje uit Brühl bij Bonn.

Twee jaar voor zijn huwelijk kwam Jozef Voets in aanraking met de politiek. Op 25 april werd hij dankzij bijgevoegde verkiezingen verkozen tot gemeenteraadslid van Kleine- Brogel, dat toen ongeveer 300 inwoners telde. Op 16 mei van hetzelfde jaar werd Jozef Voets reeds eerste schepen. Op 4 februari 1914 werd hij benoemd tot burgemeester van Kleine-Brogel, wat hij onafgebroken zou blijven tot 2 januari 1977 toen de fusie van Kleine-Brogel met Peer officieel werd. Gedurende zijn leven heeft Jozef Voets heel wat verwezenlijkt. Jozef Voets was 80 jaaronafgebroken kerkzanger te Kleine-Brogel. Van 1898 tot 1903 was hij voorzitter van plaatselijke kerkfabriek;van 1903 tot verleden jaar ontvanger. In 1904 hielp hij het Wedergemeentelijk Godsgasthuis Sint Antonius te Peer oprichten. In 1905 was hij medestichter en eerste voorzitter van de parochiale Boerengilde van Kleine-Brogel. Jozef Voets was 77 jaar onafgebroken medestichter en voorzitter van de Veeverzekering, 28 jaarontvanger van de C.O.O. medestichter en sedert 1940 voorzitter van de Maatschappij Eigen woon spant de kroon te Peer. In 1908 werd hij voorzitter van de Sint-Brigittamelkerij. Van 1919 tot zijn dood was hij te Hasselt bestuurslid van de Veeherverzekering van Limburg. St Jozef fanfare In 1947 stichtte hij in zijn gemeente de Sint-Jozefsfanfare aan wie hij instrumenten, uniformen en vaandel schonk. Voor zijn mensen is hem nooit wat te veel geweest. Een groot gedeelte van zijn persoonlijke bezittingen heeft Jozef Voets aan de gemeenschap gegeven.St Jozef zaal Hij schonk de Sint Jozefszaal- die lange tijd als gemeentehuis dienst deed en thans als parochiecentrum is ingericht - en het dorpsplein met de kiosk in 1959 aan de gemeente. Tientallen bouwplaatsen verkocht Jozef Voets voor een appel en een ei aan de mensen. Dank zij zijn relaties en zijn lange arm - zoals de inwoners van Kleine-Brogel het graag zegden - kon Jozef Voets alles gedaan krijgen van de vooraanstaanden in de provincie en het land, waarvan velen maar al te goed de weg naar de villa van deze joviale man kenden.
Jozef Voets vergaarde in zijn lange leven talrijke eretekens te veel om op te sommen. We vermelden dat hij in december 1970 officier werd in de Leopoldsorde, te Rome op 25 november 1946 het kerkelijk ereteken Pro Ecclesia et Pontifice ontving en op 5 juli als eerste Limburger de Bronzen Penning kreeg.
De gemeente Kleine-Brogel heeft haar eerste burger vaak in de bloemen gezet. In 1953 was het groot feest toen Jozef Voets gevierd werd voor een halve eeuw schepenschap. In 1955 vierde hij zijn gouden huwelijksfeest - zijn vrouw stierf in 1961. Ze was 91 jaar - en in 1964 werd hij herdacht toen hij een halve eeuw burgemeester was.
Wanneer er in de gemeente andere officiële plechtigheden of recepties plaatshadden, nam de burgemeester ze, wat de financiële zijde van de zaak betrof, steeds op zijn krachten. Nooit heeft de gemeente 1 frank moeten uitgeven voor ontvangstkosten. De burgemeester heeft de gemeenschap evenmin een frank aangerekend voor zijn verplaatsingskosten weet de secretaris Schalley nog.
Op 26 december van vorig jaar hadden we onze burgemeester willen vieren ter gelegenheid van zijn afscheid. We hadden hem dan ook zijn laatste hoge onderscheiding van Officier in de Leopoldsorde kunnen overhandigen. Het lot heeft er anders over beslist. We zullen Jozef Voets niet vlug vergeten.

Bezienswaardig is de neogotische dorpskerk uit 1908 die toegewijd is aan Sint-Ursula.

kerk Het oude dorpskerkje gebouwd circa 1500, afgebroken voor de nieuwe huidige kerk in 1907 (behalve de toren). De pastorie werd gebouwd in 1893 en voor het eerst bewoond in 1895.
Onder neogotiek (Engels: Gothic) wordt een 19 eeuwse stroming in de bouwkunst verstaan die zich geheel heeft laten inspireren door de middeleeuwse gotiek. Het is een reactie op de strakke, koele vormen van het classicisme met haar uitgesproken rationele karakter. De neogotiek vond haar oorsprong in de romantiek met haar belangstelling voor de middeleeuwen. Daarvan meende men dat de gotiek de ultieme uiting was, hoewel deze stijl pas op het einde van de middeleeuwen was ontstaan. St Ursula
Het hoofdaltaar in marmer en verguld brons is in neogotische stijl. Het stelt als hoofdthema het offer voor wat de Eucharistie ook is. Het linkerzijpaneel stelt Abraham voor, die zijn zoon Isaac offert. Op het rechterzijpaneel zien we het offer van de priester Melchisedeck. Het hoofdpaneel is het offer van Jezus op het kruis.
Het brandglasraam, nog van de oude kerk, stelt de H. Drievuldigheid voor, waarvan Christus met gespreide armen en handen de figuur is op het voorplan. Boven zijn hoofd zien we de H. Geest, uitgebeeld door een duif. Een hand met een aanduidende wijsvinger stelt God de Vader voor. Rond de Christusfiguur staat in het Latijn de volgende tekst: Kom tot Mij, gij, die belast en beladen zijn, en Ik zal u verkwikken. De apostelen Petrus en Paulus staan naast Christus. Het tafereel wordt vervolledigd door een familie, die neerzit in een houding van aanbidding. De andere glasramen werden geplaatst bij de bouw van de nieuwe kerk in 1907-1908.

De vooraanstaanden des dorps werden destijds in de kerk begraven. Het is ook niet te verwonderen dat er soms een ondraaglijke lijkgeur in de kerk hing met als gevolg dat meerdere mensen in de kerk ziek werden of bewusteloos vielen. Op de 7 Floreal van het jaar IV van de Franse Republiek (26 april 1796) verbood het Frans bestuur trouwens doden te begraven in de kerken en terecht!

Aangezien de pastorie, een lemen huis met strooien dak, niet meer bewoonbaar was sommeerde de pastoor, in 1760, de gemeente tot het bouwen van een nieuwe pastorij, maar dit zou aanleiding geven tot een rechtsgeding omdat de gemeente weigerde, zulks op grond van de bewering dat in het diaconaat Beringen er geen archidiaconale statuten van die aard van kracht zouden geweest zijn. Nadat de zaak tot in Rome aanhangig was gemaakt werd op 4 juni 1773 tot een vergelijk gekomen met als belangrijkste afspraken enerzijds en schenking door de gemeente van een stuk grond van 40 ca., gelegen in de Zavel en anderzijds een bijdrage van 600 gulden vanwege de parochianen; aldus werd in 1776 een bakstenen pastorie gebouwd, die dienst heeft gedaan tot 1895 en in 1966 spijtig genoeg werd gesloopt.

De 25 januari 1881 werd Adriaan Simons, geboren te Achel op 13 april 1821 als zoon van Adrianus Simons en Leyssen Antonia, pastoor van Kleine-Brogel. De familie Simons-Leyssen was een rijke en aanzienlijke teutenfamilie in Achel.
De grote bekommernis van pastoor Simons was het bouwen van een nieuwe kerk, in 1888 beschikte hij reeds over een bedrag van 40.000 fr. In een kerkregister uit die tijd staat geschreven: Ik heb ondervonden dat de burgers-de welingezeten burgers of heren-burgers er niet algemeen voor zijn om een nieuwe kerk te bouwen, zodoende heb ik er ook van af gezien.
In 1893 liet hij de huidige pastorie bouwen volgens de plannen van Martens bouwmeester te Stevoort. De pastorie werd geheel betaald door de kerkfabriek, zonder enige toelage en is dus eigendom van de kerkfabriek van Kleine-Brogel. De grond waarop zij gebouwd werd was een schenking van Tielen Maria Agnes. Op 1 mei 1895 nam de pastoor zijn intrek in de nieuwe pastorij. De 20 juni 1898 vierde de parochie zijn gouden priesterjubileum. Pastoor Simons ging in zijn geboortedorp op rust de 25 oktober 1904, hij was toen reeds 83 jaar. De familie Simons schonk aan de kerk van Kleine-Brogel een bedrag dat nu zou neerkomen op minstens een miljoen fr. Typisch voor zijn mildheid is wel, dat nadat pastoor Simons te Achel op rust was, nog mensen bij hem op bezoek kwamen vanuit Kleine-Brogel en zelfs vanuit Meeswijk, waar hij voordien pastoor was.

Op 9 november 1904 werd Jacobus Vencken pastoor benoemd van de Sint Ursula parochie. Hij nam onmiddellijk contact op met Jozef Voets, ontvanger van de kerkfabriek, die beweerde het nodige geld voor een nieuwe kerk in de beurs te hebben.
Op 20 juli 1905 hadden de heren architekten Hyacinthus Martens van Stevoort en Vincent Lenertz van Leuven de plannen voor de nieuwe kerk en van de herstellingswerken aan de toren ter goedkeuring neergelegd. Het lastenboek werd opgemaakt te Stevoort de 29 december 1906, door het schepencollege gezien en goedgekeurd de 17 januari 1907 en op 22 februari goedgekeurd door de bestendige Deputatie van Limburg. Na de openbare onderschrijving werden de werken toegewezen aan de gebroeders Henri en Jan Janssen, aannemers te Neerpelt, voor de som van 102.720 fr.
Op 13 april 1907 werd begonnen met de afbraak van de oude kerk; ook de torenspits werd afgenomen. Deze zou met zes meter verhoogd worden; daarop zou de gerestaureerde torenspits, voorzien van een nieuw torenkruis en torenhaan, gemonteerd worden. De nieuwe kerk werd gemetseld met mergelstenen uit de beste groeven van Sibbe bij Valkenburg. Het beeldhouwwerk van de kapitelen, en consoles, alsmede het beeldje van de H.Ursula, op de buitendeur van de kerk, is het werk van Thomas Watson van Achel.
De katholieke school in de Zavel werd ingericht als noodkerk. Op paasdag 1908 was de Neogotische kerk reeds zo ver gereed dat er de communicanten (12 jarigen) hun communie deden. Op tweede paasdag droeg, Pater Jacob Gielen, Redemptorist, er zijn plechtige eremis op.
Mgr. Rutten bisschop van Luik, kwam op 22 september 1908 de nieuwe kerk wijden. Het nieuwe orgel, gebouwd door P.J. Vermeulen en zonen van Weert, werd plechtig ingewijd op 27 september. Bij de plechtige opening van de kerk, hing boven de hoofdingang een paneel met als tekst:
Wij zullen het nooit vergeten,
Dat wij met zoveel pracht,
Deez’ kerk zijn ingetreden.

Geschiedenis van de scholenbouw ten tijde van pastoor Robben.

Op 6 mei 1912 werd Robben door Mgr. Rutten tot pastoor benoemd in onze parochie. Terwijl we pastoor Vencken "de kerkenbouwer" noemden, mogen we pastoor Robben "de scholenbouwer" van Kleine-Brogel noemen.

Op maandag 16 juni 1912 kwam onder het voorzitterschap van pastoor Leonard Robben het schoolcomiteit samen, er werd beslist twee nieuwe schoollokalen en een klooster (woning) voor de Eerwaarde zusters te bouwen. Kleine-Brogel telde toen 365 inwoners. De heer Jozef Voets, schepen van de gemeente, schonk een mooie bouwplaats van 33 are tegenover de kerk en gaf daar bovenop 2000 frank. Pastoor Lenders, Kleine-Brogelaar, pastoor te Wellen deed een mooie gift van 3000 frank. Dat was al een goed begin.

Tot nu toe had slechts een leerkracht ingestaan voor het onderwijs van al de leerlingen die onderwijs wensten. (er was toen nog geen leerplicht). Op 16 oktober 1912 gingen pastoor Robben samen met de heer Jozef Voets naar Luik om er bisschop Mgr. Rutten in te lichten over de bouw van een klooster en klaslokalen, tevens gingen ze de toelating vragen om Eerwaarde zusters te mogen aanwerven voor het onderwijs.De zusters van Philippus Neri, (moederhuis te Sint Niklaas) beschikten nog over enkele vrije krachten, wanneer deze zouden toestemmen zou het zeker een zegen zijn voor de parochie Kleine-Brogel, wat later inderdaad bleek waar te zijn.

De Eerwaarde zusters te Sint Niklaas werden bereid gevonden om enkele van hun medezusters naar Kleine-Brogel te sturen. Op dinsdag 30 september 1913 om 3u. in de namiddag kwamen de eerste drie zusters aan in het station te Eksel. Ze werden triomfantelijk afgehaald en gezeten in de koets van Jozef Voets reisden ze naar Kleine-Brogel, een voor hen onbekend dorpje. In het dorp aangekomen werden ze verwelkomd door talrijke bewoners en pastoor Robben heette ze hartelijk welgekomen in de parochie. Het was voor Kleine-Brogel werkelijk een blijde gebeurtenis! Moeder Eduarda en de zusters Albertine en Constance (keukenzuster) waren ontroerd door de hartelijke ontvangst die hen te beurt viel. (Maaseikerweekblad okt.1913). Op woensdag 1 oktober 1913 startte, voor het eerst in de geschiedenis van de gemeente de kleuterklas onder leiding van zuster Albertine, terwijl de jongens en de meisjes van de eerste vier leerjaren bij moeder Eduarda school gingen. De totale uitgave voor het bouwen van het klooster en de twee klaslokalen bedroeg 21.618,92 fr.

De bestaande schoollokalen bleken al snel niet meer voldoende, men had reeds een noodoplossing gedaan door de grote kamer van de oude pastorie, in de Zavel, in te richten als klaslokaal. Tegen de bestaande lokalen, gebouwd in 1913, zou men twee lokalen bouwen en tegelijkertijd zou men zorgen voor een overdekte speelplaats. De nieuwe klaslokalen met overdekte speelplaats kostten samen: 85.374,57 fr.

naar boven