Centraal Bhutan

Geschiedenis

Centraal Bhutan Centraal Bhutan met zijn beboste bergen en vruchtbare valleien is het culturele hart van het land. De regio beschikt over een aantal van meest belangrijkste historische en religieuze plaatsen van het land met belangrijkste tempels en kloosters, tientallen grote dagtrips en een aantal spectaculaire festivals. Het district van Trongsa is altijd van groot politiek belang geweest voor de leiders van Bhutan vanwege de locatie in het centrum van het land, terwijl district Bumthang een aantal van de oudste en belangrijkste tempels en kloosters heeft van Bhutan.

Centraal Bhutan ziet minder toeristen dan westelijk Bhutan, misschien brengt de nieuwe luchthaven Bumthang hier verandering in. Met name de vruchtbare valleien van Bumthang zijn het hele jaar door een ideale bestemming: aangenaam in de zomer en ideaal in de lente (vooral door de bloeiende rododendrons op de bergpassen) Winters kan het koud zijn, vooral in Bumthang, maar dagen zijn normaal gesproken zonnig en soms zijn de passen afgesloten door de sneeuw. De kleurrijke en fascinerende festivals, zoals in Ura, Trongsa Dzong, Jampey Lhakhang of Kuje Lhakhang zijn zeker een bezoek waard.

In Centraal Bhutan, in de Ura vallei en de zuidelijke regio van Khyeng zijn bewijzen gevonden prehistorische nederzettingen. Er wordt verondersteld dat dit de eerste bewoners van Bhutan waren. De valleien werden geregeerd door machtige onafhankelijke koningen. Een van de belangrijkste van deze koningen was Indiase Sindhu Raja van Bumthang (8ste eeuw), die uiteindelijk werd bekeerd tot het boeddhisme door Guru Rinpoche. Bumthang bleef een apart koninkrijk tot in de tijd van Zhabdrung Ngawang Namgyal in de 17de eeuw. Tijdens het bewind van de eerste desi (seculiere heerser), Tenzin Drugyey, kwam Oost-Bhutaan onder de controle van de Drukpa (districthoofd) van Punakha. Chhogyel Mingyur Tenpa verenigd Midden- en Oost-Bhutan en verdeeld het in acht provincies. Hij werd vervolgens gepromoveerd tot Trongsa Penlop (gouverneur). Vanwege de strategische ligging van Trongsa Dzong, oefende de Penlop een grote invloed uit op het hele land. Het was in Trongsa dat Jigme Namgyal, de vader van de eerste koning, aan de macht kwam. Bumthang behield haar politieke belang tijdens het bewind van de 1ste en 2de koningen, die beiden hun hoofdverblijfplaats hadden in Wangdichholing Palace in Jakar.

Centraal Bhutan is een streek met een grote natuurlijke schoonheid van ongerepte bossen vol met allerlei flora en fauna. Het Thrumshingla National Park is gelegen in deze regio en is beroemd om zijn vele zeldzame en bedreigde vogels, waaronder de beige halsneushoornvogel, de robijnkeelkolibrie, de rode snaterhoen, trogons en bruinborst patrijs. In het park leven exotische dieren zoals de majestueuze Bengaalse tijger of de schattige rode panda. In het nationaal park staan er meer dan 20 soorten rododendron die bloeien tussen maart en mei. Phrumsengla National Park (voorheen Thrumshingla National Park) strekt zich uit over vier districten en is ruim 905 km² groot. Het wordt doorsneden door een laterale weg, bevat de Thrumshing La pas (3750m) en is gelegen op een hoogte die varieert van 700 tot 4400 m. Het werd aangelegd om de groei van sparren en dennen bossen te beschermen. Phrumsengla heeft een prachtig uitzicht, met inbegrip van bossen, en hoogtes die variëren van een subtropisch tot een Alpen klimaat Omdat de bodem van Phrumsengla's is bijzonder kwetsbaar, het land is niet geschikt voor houtkap of andere ontginning.

Bumthang dzongkhag

Het Bumthang Dzongkhag (=district), gelegen tussen een hoogte van 2600 en 4500 m, is het religieuze hart van de natie en de thuisbasis van enkele van haar oudste boeddhistische tempels en kloosters. Verhalen van Guru Padmasambhava en de tertons (religieuze schatten ontdekkers) zijn nog steeds actueel in deze heilige regio. De hoofdstad van het district is Jakar. Deze Dzongkhag bestaat uit 4 belangrijke valleien Ura, Chumey, Tang en Choekhor. Choekhor is de grootste van de 4 en wordt algemeen beschouwd als Bumthang Valley. De brede en schilderachtige valleien trekken meer en meer toeristen aan.

De naam Bumthang heeft twee vermoedelijke oorsprongen: de 1ste is dat Bumthang is vernoemd naar een Bumpa, een vat voor het heilige water, waar vallei op lijkt, de 2de oorsprong komt van "de vallei met de mooie meisjes" waar 'meisje' als Bum vertaalt werd en Thang betekent 'plat stuk land'. In deze vruchtbare valleien wordt vooral boekweit, rijst en aardappelen geteeld. Appelboomgaarden en melkveebedrijven zijn vaak ook bezienswaardigheden hier. Deze serene regio is een van de meest rustige plekken in het koninkrijk.

De dzongkhag is rijkelijk bedeelde gebied met een historische en spirituele erfenissen. Sommige van Bhutan's oudste en meest vereerde tempels zijn te vinden in Bumthang, inclusief Jambey Lhakhang (=tempel). Volgens de legende werd deze oude tempel gebouwd door de Tibetaanse koning Songtsen Gampo in 659 als onderdeel van een keten van 108 gelijktijdig gebouwde tempels, om een kwade demon in de Himalaya, te onderwerpen. Het is de oudste Lhakhang in Bhutan. Er zijn tal van andere tempels en schrijnen die het bezoek waard zijn in de Bumthang vallei en velen van hen zijn gekoppeld aan het bezoek Guru Rinpoche in 746.

Jakar

Jakar (Chamkhar) ligt aan voet van de Chökhor vallei en is het belangrijkste handelscentrum van de regio. Jakar is een bruisende kleine stad met een overvloed aan restaurants en handwerk winkels. Het kan een basis zijn voor een meerdaags verblijf als je de omliggende valleien wilt verkennen. Jakar zelf is een drukke 2 straat stad en die moeite waard is om door te wandelen, hoewel de meeste winkeltjes herbouwd zijn na drie branden die een groot deel van de stad verwoest in 2010. luchthaven Bumthang Bathpalathang De luchthaven Bumthang Bathpalathang op de oostelijke oever van de Chamkhar Chhu werd geopend in 2011 voor regelmatige vluchten. In Jakar wordt een grote hoeveelheid chugo verkocht, een hard, taai gedroogde kaas, een populaire snack onder Bhutanezen. Elke middag kan er een sterke wind uit het zuiden van de vallei opsteken, die Jakar chagrijnig koud kan maken in de avond. De naam Jakar kan ruwweg vertaalt worden als "witte vogel" in verwijzing naar de mythe van zijn stichting. Een witte vogel vond er een rustgebied en op deze plek werd omstreeks 1549 een klooster gebouwd.

De Jakar Dzong of het "Kasteel van de Witte Vogel" domineert de vallei Chamkhar en kijkt uit over de stad. Gebouwd in 1549, door de Tibetaanse Lam Nagi Wangchuk, speelde de Dzong een belangrijke rol als verdedigingsfort voor de verdediging van de hele oostelijke Dzongkhags. Het werd ook de zetel van de 1ste koning van Bhutan. Een speciaal kenmerk van deze Dzong is de circa vijftig meter hoge Utse of de centrale toren, die zich onderscheidt van de meeste andere Dzongs in Bhutan is. Een andere unieke eigenschap van de Dzong is een beschutte passage, met twee parallelle wanden, onderling verbonden door versterkte torens, die de bevolking van de toegang tot het water van het fort gaf in het geval van een belegering. De beschermde watervoorziening is nog steeds intact.

De Jakar Dzong of het "kasteel van de witte vogel" domineert de vallei Chamkhar en kijkt uit over de stad. Gebouwd in 1549, door de Tibetaan Lam Nagi Wangchuk, speelde de Dzong een belangrijke rol als het verdedigingsfort van de hele oostelijke Dzongkhags. Het werd ook de zetel van de 1ste koning van Bhutan. Een speciaal kenmerk van de Dzong is de circa 50 m hoge Utse of de centrale toren, die zich onderscheidt van de meeste andere Dzongs in Bhutan. Een andere unieke eigenschap van de Dzong is een beschutte passage, met twee parallelle wanden, onderling verbonden door versterkte torens, die de bevolking toegang gaf tot het water van de vesting in het geval van een belegering. De beschermde watervoorziening is nog steeds intact.

Net ten noorden van Jakar ligt het Wangchuck Centennial Park, een beschermd gebied in Bhutan.

Ura Yakchoe

Ura Yakchoe De Ura vallei in Bumthang staat bekend om de beroemde Ura Yakchoe dans. De dans wordt uitgevoerd tijdens een festival dat elk jaar wordt gehouden in mei. Tijdens het festival wordt een heilig en belangrijk relikwie tentoongesteld zodat de mensen zegeningen kunnen ontvangen. Volgens de legende zat een oude vrouw buiten voor haar huis. Zij werd bezocht door een lama water vroeg om te drinken. Toen ze naar buiten kwam met het water, was de lama verdwenen. Hij had een zak achtergelaten. Uit nieuwsgierigheid, controleerde ze de tas en vond het standbeeld dat nu jaarlijks wordt weergegeven. Deze relikwie is doorgegeven van generatie op generatie en is nog steeds in handen van de nazaten van de vrouw.

Jambay Lhakhang

Jambay Lhakhang Jambay Lhakhang is één van de oudste tempels in het koninkrijk. Hij werd gebouwd door de Tibetaanse koning Songtsen Gampo in de 7de eeuw als één van 108 tempels, bekend als Thadhul-Yangdhul (tempels op en over de grens), gebouwd op de grens van de Himalaya om een grote demon tegen te onderwerpen. Van de 108 gebouwd tempels staan er twee in Bhutaan, Jambay Lhakhang is de 1ste en de 2de de Kichu Lhakhang is gelegen in Paro. De legende wil dat Guru Rinpoche de site meerdere malen bezocht en hij achtte deze zeer heilig. Chakhar Gyab, de koning van het IJzeren Kasteel van Bumthang renoveerde de tempel in de 8ste eeuw.

De 1ste koning van Bhutan, Gongsa Ugyen Wangchuck construeerde de Dus Kyi Khorlo (Kala chakra- wiel van de tijd) in de tempel, om zijn overwinning op zijn rivalen Phuntsho Dorji van Punakha en Alu Dorji van Thimphu te herdenken na de slag van Changlimithang in 1885. Later bouwde, Ashi Wangmo, de jongere zus van de 2de koning van Bhutan, de Chorten Lhakhang. De belangrijkste overblijfselen zijn de toekomstige Boeddha, Jowo Jampa (Maitreya) naar wiens naam de huidige naam van de tempel werd genoemd. De Lhakhang herbergt ook meer dan honderd standbeelden van de goden van Kalachakra gebouwd door de 1ste koning, in 1887.

Een van de meest spectaculaire festivals in het land, het zogenaamde Jambay Lhakhang Drup wordt hier gehouden. Het viert twee belangrijke dingen: de herinnering aan de oprichting van de Jambay Lhakhang tempel in de 7de eeuw en ter herinnering aan Guru Rinpoche, die de Tantristische vorm van het Boeddhisme naar Bhutan bracht. De meeste dansen werden gecomponeerd in de 15de eeuw. Het festival duurt vijf dagen. De mewang, waarbij het vuur wordt gezegend, wordt gezien als de openingsceremonie van het festival. Hierbij wordt een houten poort in brand gestoken en diegene die daar doorheen durft te springen, krijgt vergeving van zijn zonden en geniet bovendien het komende jaar bescherming tegen het ongeluk. Dan volgt de tercham, een vruchtbaarheidsdans dat ook wel naked dance wordt genoemd. De dansen die door de monniken worden uitgevoerd dienen om kwade geesten en demonen onschadelijk te maken.

De volgende dag gaat het festival verder. Deze dag begint met een ceremonie waarna de gelovigen wachten op de zegening met het heilig water. Tijdens de festivals worden de boeddhistische leer en de eeuwenoude mythen en legendes uitgebeeld. Op deze manier worden deze doorgegeven aan de jongere generaties. Een zingende en dansende groep meisjes verwelkomen de bezoekers. Na het optreden verschijnen een aantal clowns die het publiek vermaken tot de 1ste festival dansen beginnen. Elke dans heeft zijn eigen betekenis. Soms zijn de dansers gemaskerd, dan weer hebben ze rinkelende bellen bij om boze geesten te verjagen of beelden gevechten uit van de overwinning op de boze demonen. Tijdens de pauze loopt er een clown (atsara) rond. Hij heeft een houten penis in zijn hand en heeft het vooral op jonge meisjes gemunt. Het loopt door het publiek en houdt de penis boven het hoofd van de meisjes om de vruchtbaarheid af te dwingen. Hiervoor krijgt hij dan een gift. Een foto is geen probleem, hij poseert het liefst met vrouwelijk toeristen.

De geschiedenis van het fallussymbool dat geschilderd is op de gevels van de huizen vindt zijn oorsprong in een legende. De penis verwijst naar een heilige die leefde in de 15de eeuw. Lama Drukpa Kunley trok door Tibet en Bhutan en stak de draak met bestuurders en religieuzen die op gewin uitwaren. De lama, ook bekend als de Heilige Dwaas, leefde een zorgeloos leven. Hij dronk alcohol en deelde het bed met vele vrouwen. Hij vond het de boeddhistische leer te dogmatisch en te braaf. Hij provoceerde dus de mensen om aandacht te krijgen. Zo schakelde hij vrouwelijke demonen uit door met hen naar bed te gaan. Door met zijn penis op hun hoofd te slaan verjoeg hij de boze geesten. De penissen op de huizen bieden bescherming tegen boze geesten en verwijzen naar de Heilige dwaas. Ze hebben dus niets te maken met porno of erotiek.

Kurjey Lhakhang

Kurjey Lhakhang Kurjey Lhakhang De Kurjey Lhakhang bestaat eigenlijk uit 3 tempels. De rechtertempel dateert uit 1652 en werd gebouwd tegen de rotswand waar Guru Rinpoche mediteerde in de 8ste eeuw. De middelste tempel is de meest heilige: hier treft men een afdruk van Guru Rinpoche aan in de rotsen. De 3de tempel is veel recenter en werd opgericht in 1990 door Ashi Kesang, de moeder van de huidige koning. Rondom het complex werd een muur van 108 chorten opgetrokken.

Dit grote, actieve en belangrijke tempelcomplex is vernoemd naar de lichaamsafdruk (kur=lichaam en jey=afdruk) van Guru Rinpoche, die wordt bewaard in een grot in de oudste van de drie gebouwen die deel uitmaken van het tempelcomplex. Het ligt aan het einde van de verharde weg, op 2,5 km van Chakhar Lhakhang. De 1ste van de 3 tempels, de Guru Lhakhang, is de oudste en werd gebouwd in 1652 door Mingyur Tenpa toen hij Penlop van Trongsa was. Verscholen net onder de dakrand is een figuur van een sneeuwleeuw met een jachung (ook wel Garuda) erboven, waar de beroemde strijd tussen Guru Rinpoche (verschijnend als de garuda) en de plaatselijke demon, Shelging Kharpo (als sneeuwleeuw) wordt afgebeeld. Bij de ingang van de onderste verdieping Sangay Lhakhang is een kleine smalle tunnel in de rots. Bhutanezen geloven dat indien je door de smalle tunnel kruipt je je zonden achter laat. Achter de beelden van de drie Boeddha's is een geheime doorgang die ooit tot in Tharpaling geleid zou hebben. De bovenste verdieping is de heiligste heiligdom in het complex. Er zijn duizend kleine standbeelden van Guru Rinpoche keurig in het gelid langs de linker muur, plus beelden van Guru Rinpoche, Pema Lingpa en Drolma (Tara). Het belangrijkste beeld in dit heiligdom is weer van Guru Rinpoche, geflankeerd door zijn acht manifestaties en acht chortens. Verscholen achter dit beeld is de meditatie grot, waar hij zijn lichaamsafdruk achter liet. De muur heeft beelden van Guru Rinpoche, zijn manifestaties, zijn 25 leerlingen en diverse andere figuren die verband houden met de Guru weer. Van de grote cipres boom achter de Lhakhang wordt gezegd dat hij is ontsproten uit Guru's wandelstok.

Trongsa dzongkhag

Trongsa Dzongkhag is gelegen in het centrum van Bhutan en was cruciaal voor het besturen van het vroegere koninkrijk door zijn strategische positie. Het geografische centrum van Bhutan ligt op het de Trongsa Dzong. Trongsa Dzongkhag is taalkundig heel divers. In het noorden en oosten spreken de inwoners Bumthangkha en in het uiterste zuidoosten wordt Khengkha gesproken. In het westelijke deel en op de grens met het Wangdue Phodrang district spreekt men Nyenkha. Naar het noorden, langs de grens en over de grens spreekt men Lakha. In het uiterste zuiden wordt de nationale taal Dzongkha gesproken.

Het grootste deel van Trongsa Dzongkhag zijn ecologisch beschermde gebieden. Wangchuck Centennial Park in het noorden en Jigme Singye Wangchuck National Park in het centrum, het westen en het zuiden van Trongsa zijn verbonden door biologische gangen. Biologische corridors nemen ook een aanzienlijk deel van het zuidoosten en noordoosten in, wat samen het Thrumshingla National Park vormt.

Trongsa

Trongsa (=De voorhoede van de strijders) Dzongkha (=stad) ligt pal in het midden van het land op de strategische kruising van wegen naar Punakha, Bumthang en Zhemgang. De stad is zowel in het oosten en het westen gescheiden door hoge bergketens. De Dzong en de omliggende stad is ontstaan boven een ravijn, heeft een prachtig uitzicht op de Black Mountains in het zuidwesten. Het is een slaperig en aangenaam stadje, omzoomd met traditionele witte winkels versierd met potplanten. De stad kreeg een grote toestroom van Tibetaanse immigranten in de late jaren 1950 en vroege jaren 1960. Vele winkels in Trongsa worden uitbaat door Bhutanezen van Tibetaanse afkomst.

De verschillende hotels, pensions en restaurants bieden allemaal een prachtig uitzicht vanaf de balkons. De Trongsa Dzong is goed zichtbaar vanaf elke plek in de stad en het is altijd een indrukwekkend zicht want hij ligt bovenop een steile bergkam. Trongsa beschikt ook over een indrukwekkende museum. De uitkijktoren van Trongsa is omgebouwd tot een museum gewijd aan de Wangchuck-dynastie en dus geschikt om iets te leren over de geschiedenis van het koninkrijk.

Trongsa Dzong

Trongsa Dzong Trongsa Dzong Gebouwd in 1648, was het de zetel van de macht over Midden- en Oost-Bhutan. Zowel de 1ste als 2de koning van Bhutan regeerde het land vanuit deze oude zetel. Alle koningen werden benoemd als Trongsa Penlop ("gouverneur") voorafgaand aan het bestijgen van de troon. De Dzong is een massieve structuur met vele niveaus, schuin naar beneden op de structuur van de richel waarop het is gebouwd. Vanwege de zeer strategische positie van de Dzong, gelegen aan de enige verbindingsroute tussen oost en west, was de Trongsa Penlop in staat om effectief de controle uit te voeren over van de gehele centrale en oostelijke regio's van het land.

Trongsa Dzong heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 16de eeuw. De 1ste bouw op het terrein werd uitgevoerd door Ngagi Wangchuck (1517-1554). Hij kwam naar Trongsa in 1541 en bouwde een tshamkhang (kleine meditatieruimte) na het ontdekken van hoefafdrukken behorend aan het paard van de beschermgodheid Pelden Lhamo. Trongsa ('nieuwe stad' in het lokale dialect) dankt zijn naam aan de retraites, tempels en kluizenaars woningen die snel groeiden rond de kapel. Het zuidelijkste deel van de Dzong, Chorten Lhakhang, is de locatie van de eerste klooster, gebouwd in 1543. De Dzong werd gebouwd in zijn huidige vorm in 1644 door Chhogyel Mingyur Tenpa, een ambtenaar die naar Oost-Bhutan werd gestuurd door de Zhabdrung, om het onder de centrale controle te brengen. Het werd vervolgens uitgebreid aan het eind van de 17de eeuw door de desi, Tenzin rabgye. De officiële naam is Chhoekhor Raptentse Dzong, en is ook bekend door zijn korte naam Choetse Dzong. De Dzong werd zwaar beschadigd bij de aardbeving van 1897, en reparaties werden uitgevoerd door de Penlop van Trongsa, Jigme Namgyal, vader van de 1ste koning van Bhutan.

Trongsa Dzong is nauw verbonden met de koninklijke familie. De 1ste twee koningen regeerden vanuit deze Dzong, en traditie is dat de kroonprins eerst Trongsa Penlop (gouverneur) dient te worden, alvorens hij koning kan worden. De strategische ligging van de Dzong gaf de Penlop grote macht over dit deel van het land. Het enige pad tussen oostelijke en westelijke Bhutan leidt nog steeds dwars door Trongsa. Dit gaf de Trongsa Penlop benijdenswaardige controle over oostwest handel en de aanzienlijke belastinginkomsten hiervan. Tegenwoordig komen de meeste bezoekers binnen via de belangrijkste oostelijke poort, maar energieke types kunnen de steile wandeling op het Mangdue Foot Trail maken de Dzong via de westelijke poort betreden, op de traditionele manier dus. De vijfdaagse Trongsa Tsechu wordt gehouden in de noordelijke binnenplaats in december of januari en eindigt in de onthulling van een groot tongdrol (een reusachtige thangka - een geschilderde of geborduurde religieuze afbeelding). Aan de zijkant van de Dzong is er plaats voorzien voor het boogschieten en staat het paviljoen waar de huidige koning (toenmalige kroonprins) werd gekroond in 2004.

Ta Dzong

Deze uitkijktoren staat op een klif boven de stad. Hij werd gebouwd door Chogyal Minjur Tempa, de 1ste gouverneur van Trongsa in 1652. Hij heeft vier observatie punten die lijken op een tijger, een leeuw, een garuda (een mythisch wezen, half mens, half adelaar, hij dient als rijdier voor de god Vishnoe), en een draak. Ta Dzong is nu een heiligdom gewijd aan de epische held, Koning Gesar van Ling. Een bezoek aan deze voormalige uitkijktoren biedt bezoekers een inzicht in de betekenis van Trongsa in de geschiedenis van Bhutan.

Thruepang Palace

Thruepang Palace. Thruepang Palace, een twee verdiepingen tellend eenvoudig paleis ligt net boven de snelweg in de stad en is de geboorteplaats van Koning Jigme Dorji Wangchuk. Hij werd geboren op 2 mei 1928, als zoon van koning Jigme Wangchuck en koningin Ashi Puntsho Choden. Hij bracht het grootste deel van zijn vroege jeugd door in het Thruepang Palace. Een ander belangrijk paleis is het Eundu Choling paleis waar de winter residentie van de 1ste koning Wangchuck Ugyen was.

Kuenga Rabten Palace

Kuenga Rabten Palace. Kuenga Rabten Palace ligt op 23 km van Trongsa en duurt ongeveer een uur en gaat door een open landschap hoog boven een rivierkloof. Als je Kuenga Rabten nadert is het paleis duidelijk zichtbaar. Het was de winter paleis van de 2de koning en wordt nu gebruikt door de Nationale Commissie voor Cultuur.

Chendebji Chorten

Chendebji Chorten De Chendebji Chorten of Chorten Kora is een kopie van Kathmandu Swayambhunath Stupa, maar lang niet zo groot. Hij werd gebouwd in 1740 door Lama Ngawang Loday ter nagedachtenis van zijn overleden oom, Jungshu Phesan, en om de lokale geesten te onderwerpen. De lama ging naar Nepal en sneed een model van Bodhnath uit in een radijs. Hij wou deze kopie hier bouwen zodat de mensen naar deze plek konden komen in plaats van de zware reis naar Nepal te maken. De Chorten Kora is niet de exacte kopie van Bodhnath omdat de radijs kromp en vervormde tijdens de reis. Tijdens de 1ste maand van de maankalender is er hier een kora, waarbij de mensen verdiensten winnen door rond de belangrijkste chorten te lopen. Het wordt gevierd op twee afzonderlijke data (de 15 en 30 dag van de maanmaand). De 1ste datum (Dakpa Kora) is voor de mensen uit de Dakpa gemeenschap in Arunachal Pradesh, India, dat deel uitmaakt van een driedaagse bedevaart om hier een offer, van een acht jarig meisje uit Arunachal Pradesh, te herdenken dat een lastige demon kalmeerde. De 2de kora is voor de Bhutanesen, die komen uit alle delen van het oosten van Bhutan, met inbegrip van de Merak en Sakteng regio's. Door getuige te zijn van het uitrollen van een gigantische tongdrol hopen ze een goede karma te krijgen. Tientallen kraampjes en gokstandjes geven de pelgrims een kans aankopen te doen en roddels te aanhoren. Een maand voor het festival wordt de chorten opnieuw witgekalkte, met geld dat verdiend wordt door de teelt van rijst in het gebied direct rondom de chorten.

Festivals

Van de vele festivals die gehouden worden in verschillende delen van Trongsa, is het driedaagse jaarlijkse Trongsa Tsechu het grootste. Dit festival brengt mensen samen uit alle lagen van de bevolking en valt ergens in de maand december. Naast de traditionele dansen met maskers, kunnen bezoekers het uitrollen van de heilige Thongdrol getuigen zijn van de zegeningen van hooggeplaatste monniken. De mensen krijgen zegeningen uit de heilige Nangtens die tijdens de laatste dag van de tsechu wordt geopend.

Terug naar het reisverslag