Reisverslag Bhutan

door Guido Driesen
Reis route

Tips:

Voorwoord

Bhutan, het land van de Donderende Draak, verscholen achter besneeuwde Himalaya toppen en ingeklemd tussen de reuzen India en China is een van ’s werelds best bewaarde geheimen. Het had al lang een toeristische attractie van formaat kunnen zijn met zijn kleurrijke boeddhistische kloosterforten zoals Tiger's Nest, het afwisselende landschap van witte bergtoppen, glooiende valleien, groene rijstvelden en traditionele festivals. Gelukkig heeft de eigenzinnige koning daar een stokje voor gestoken. Mondjesmaat mogen reizigers het land bezoeken en het bruto nationaal geluk is de graadmeter voor welvaart.

Ik heb Bhutan leren kennen via een reportage op de tv. Voor mijn 60ste verjaardag was mijn geschenk dus snel gekozen. Echt goedkoop is deze reis niet. Er mogen per jaar maar een beperkt aantal toeristen het land bezoeken en men dient 250,00 $ per dag op te maken. Als reisorganisatie kozen we weer voor Koningaap. De nodige formaliteiten voor de visum werden dan ook in orde gebracht. De woensdag voor het vertrek krijgen we telefoon dat ons visum voor India niet correct is. We moeten een "double entry" hebben en op ons visum staat "single entry". De firma die ons visum in orde heeft gebracht komt onze paspoorten per taxi halen en we zouden het vrijdag terugkrijgen. Toch een beetje angstig afwachten. Vrijdagvond om 20u30 kwam een koerierdienst ze terugbezorgen. We kunnen dus zaterdag zonder problemen vertrekken.

naar boven

Kleine-Brogel - Delhi

Reisbrochure: Je vliegt naar Delhi, de hoofdstad van India. Afhankelijk van je definitieve vluchtschema arriveer je daar in de avond, 's nachts of vroeg in de volgende ochtend. Je vliegt vervolgens verder naar Guwahati in de Indiase oostelijke deelstaat Assam. Als je 's avonds of 's nachts aankomt, breng je eerst een korte nacht in Delhi door om de volgende dag door te vliegen naar Guwahati waar jouw Bhutan rondreis echt van start gaat.

Eigen ervaring: Onze vlucht naar Delhi vertrekt om 10u10 in Zaventem en we landen om 21u45, plaatselijke tijd. Het uurverschil tussen België en India bedraagt 3u30. Het is druk in Zaventem. De herfstvakantie is ook begonnen en velen trekken er op uit. De formaliteiten van inchecken en controle van de paspoorten verloopt vrij vlot zodat we alle tijd hebben om nog wat langs de winkeltjes te slenteren. Bij het instappen maken we kennis met Annemie, die ook met koningaap naar Bhutaan reist. We kennen dus al een van onze medereizigers. Lut haar plaats is bezit, dubbele boeking? Gelukkig niet, gewoon een vergissing, de dame zit op de verkeerde rij. Zij heet Tamara en reist ook met koningaap naar Bhutan. Nog 2 Belgen en we kennen ze al allemaal. De vlucht vertrekt op tijd en we landen dan ook tijdig in Delhi. De Nederlandse groepsleden komen vanuit Amsterdam en landen een uurtje na ons.

De immigratie formaliteiten duren niet lang. Op de koffer van Lut is het echter lang wachten. Tot we eens rondgaan. Iemand had hem blijkbaar al van de transportband gehaald. Aan de uitgang van het vliegveld staat iemand van de reisorganisatie te wachten. Men brengt ons naar het Ibis hotel in de buurt van de luchthaven. In het hotel maken we kennis met Sibren onze reisbegeleider van Koningaap. Het is ondertussen al 11u30.

Morgen vertrekken we om 5u terug naar de luchthaven voor de binnenlandse vlucht naar Guwahati. Het wordt een korte nacht. We laten onze paspoorten bij Sibren achter zodat hij ons al kan registreren voor de vlucht van morgen. We gaan eerst nog een beetje eten en dan naar bed.

Tijdens de vlucht heb ik een paar Bhutaanse woorden ingestuurd die we tijdens onze reis dikwijls zullen horen:
chu: rivier
desi: hoofd van de regering
dochey: hof
dzong: kloosterburcht
dzongchhung: klein fort
dzongkhag: district
dzongpön: prefect
gewog: administratieve eenheid bestaande uit verscheidene dorpen (kanton)
gup: verantwoordelijk in een gewog
Je Khenpo: hoogste religieuze leider
kachhen: Houten kolom
kemar: een liter rode oker
lhakhang: tempel
penlop (of varianten peunlop Ponlop): gouverneur
phodrang: paleis
shedra: kloosterschool
ta dzong: wachttoren, uitzichtpunt (ta = om te zien)
terton: heilige geschriften die verborgen werden door Guru Rinpoche
tsechu: jaarlijkse religieuze festival
tsédung (of tsédrung): Lama
utse: centrale toren

naar boven

Aankomst Guwahati - Samdrup Jongkhar (Bhutan)

Reisbrochure: Vanaf de luchthaven van Guwahati vervolg je de reis per bus of met jeeps naar het fascinerende Bhutan. In de Indiase deelstaat Assam reis je over een vlakke, warme laagvlakte. Het is vaak nog een drukte van jewelste langs de weg en in de dorpjes. De Bhutanese gids, die je naast de Nederlandstalige reisbegeleiding vergezelt, staat je op te wachten bij de Indisch-Bhutanese grens. Na het passeren van de grens ben je in Samdrup Jongkhar, een rustig grensstadje op een hoogte van 170 meter, waar je de Indiase invloed nog duidelijk proeft.

Eigen ervaring: Om 3u30 staan we op en douchen ons. Het ontbijt, in buffetvorm kan al vanaf 4u00. Om 5u00 komt een busje ons halen en brengt ons naar de luchthaven. De Nederlanders waren gisteren pas om 2u30 in het hotel aangekomen. Er waren veel problemen bij de immigratie formaliteiten. Onze huidige vlucht vertrekt om 7u15. Daar Sibren ons al elektronisch had ingecheckt verliep het zeer vlot.

Ik haal aan de ATM geld af. De Indiase roepie (INR) kan gebruikt worden in Bhutaan en heeft de roepie dezelfde waarde als de Bhutaanse ngultrum (Nu). In India zelf aanvaardt men echter geen Bhutaans geld. Het systeem van de ATM is iets anders dan bij ons. Je steekt de kaart in de automaat en neemt ze er onmiddellijk uit. Dan geef je de code in en bevestig deze. Nu dien je het bedrag in te geven en te bevestigen. Ik haal 10.000 roepie af. Volgens Sibren zou dit voldoende zijn in Bhutaan om je extra uitgaven te betalen, souvenirs niet meegerekend. 10.000 inr is gelijk aan 143,97 €. Om gemakkelijk te rekenen 100 inr is 1,50 € en 10 inr dus 0,15 €.

We hebben vertraging. Voor het vertrek wordt er iemand ziek in het vliegtuig en stapt uit. De security komt controleren of er geen tas werd achtergelaten. Je weet maar nooit. Na een grondige controle kunnen we een uurtje later vertrekken. We landen om 9u30 op het kleine vliegveld van Guwahati (in de provincie Assam). Weinig controle, we zijn het enige vliegtuig dat land en hebben dus ook snel onze bagage. Buiten is het lekker warm, 28°. Vier jeeps zullen ons nu tot aan het hotel in Bhutaan brengen, een rit van 3 uur voor deze 110 km volgens Sibren.

Buiten het centrum van Guwahati lijkt het precies of ik in Nepal ben, loslopende koeien, honden, kippen, geiten, allerlei winkeltjes langs de straat en diverse groentemarkten. Het krioelt er ook van mensen. Het rijden gaat niet echt vlot, mensen op de fiets, op de moto, kleine driewielers, versierde camions, het is een heksenketel van diverse vervoersmiddelen. Hier en daar zijn er ook wegenwerken. Het is dus al 13u00 als we in Darranga bij het "foreigners check post" aankomen. De paspoort controle verloopt vlot. Er staan ook veel militairen langs de weg. De premier van Bhutan is in India en rijdt vandaag via deze weg terug, dus extra veiligheidsmaatregelen.

Grensovergang Na een 15 tal minuutjes komen we aan de Bhutanese grens. Uitstappen en te voet de grens over. Een Bhutanese-stijl poort versierd met een draak en een garuda (mythisch wezen, half mens, half adelaar) heet ons welkom in Bhutan. De Bhutanese reisafgevaardigde staat ons op te wachten en begeleidt ons naar het immigratiebureau. De visums worden in orde gebracht, een foto en vingerafdrukken van de wijsvingers horen er ook bij. Wij rijden via het oosten Bhutan binnen. Hier zijn veel minder toeristen dan in de andere regio's. Eten en accommodatie kan hier eenvoudiger zijn dan in het westen, maar in ruil daarvoor worden de bezoekers beloond met mooie dzongs en tempels, prachtig zijde en borduurwerk, en weelderige bossen. Ondanks de relatief grote afstand, is het ruige oosten de meest dichtbevolkte regio. Het merendeel van de bevolking leeft in afgelegen nederzettingen, hoog boven de weg of in geïsoleerde valleien, sommigen zijn de thuisbasis van etnische minderheden met minder dan 1000 mensen.

De nationale vlag van Bhutan is diagonaal verdeeld in twee gelijke helften. Het gele bovenste gedeelte betekent de wereldlijke macht en het gezag van de koning, terwijl het onderste saffraanoranje gedeelte symbool staat voor religie en de kracht van het boeddhisme, gemanifesteerd in de Drukpa Kagyu traditie. De draak staat voor de naam en de zuiverheid van het land, terwijl de juwelen in zijn klauwen het symbool zijn voor de perfectie en de rijkdom van het land.

Na 10 min arriveren we aan het TLT Guesthouse in Samdrup Jongkhar, gelegen naast de centrale markt. Volgens bronnen op het internet zou het een goede optie zijn met schone kamers, een eigen badkamer en sommige zelfs met een satelliet tv. Het restaurant zou een goede multiculturele mix serveren. De lunch staat al klaar. Deze bestaat uit varkensvlees, rijst, diverse groenten en een banaan of appel als dessert. De Bhutanese gids maakt kort kennis met de groep. In Bhutan hebben we vol pension. Bij het middag en avondmaal krijgen we 1 l water per 4 personen en onderweg krijgen we 2 flesjes van 0,5 l water. Wil je iets anders drinken moet je dat zelf betalen. Na het eten krijgen we de sleutel van de kamer. Deze is vrij eenvoudig en er komt geen water uit de douchekraan. In de badkamer zitten ook 2 hagedisjes tegen het plafond. Dit is niet zo erg want ze eten insecten. Vanaf vandaag moeten we ook de malaria pillen innemen.

De rest van de dag zijn we vrij om de stad Samdrup Jongkhar te bezoeken. Het is een mix van Bhutaanse en Indische winkeltjes, maar het is niet zo druk als in een Indisch stadje. Ik koop wat appels op de markt nabij het hotel. Vele inwoners lopen er in traditionele kledij. We slenteren door het kleine stadje en tegen 18u30 worden we in het hotel verwacht. Sibren onze reisbegeleider stelt zicht voor en vertelt wat over het programma van de volgende dagen. Sangay onze Bhutanese gids stelt zich ook voor en zal tijdens de busreizen veel vertellen over zijn land. Het avondmaal is op het vlees na hetzelfde als deze middag, nu is het kip. Met een aantal mensen drinken we het plaatselijke bier bij ons eten. Iedereen gaat vroeg slapen. Gisteren hebben we weinig geslapen en de meesten zijn moe.

naar boven

Samdrup Jongkhar - Trashigang

Reisbrochure: Een prachtige rit voert je hoger en hoger de bergen in. Oost-Bhutan herbergt een ruig, natuurlijk landschap en is dun bevolkt. Je eindhalte is het districtshoofdplaatsje Trashigang op een hoogte van 1070 meter. De huizen in het centrum zijn dicht opeen gebouwd, trappetjes verbinden de straten met elkaar. De Bhutanese bevolking gaat gekleed in de traditionele dracht. Mannen in een gho, vrouwen in de enkellange kira (een vierkante lap die met twee gespen bijeen wordt gehouden).

In Trashigang tref je een dzong (uitspraak "zong"), een typisch Bhutanees bouwwerk. Het is een gefortificeerde nederzetting, die zowel de provinciale geestelijke als wereldlijke macht herbergt. Eigenlijk een abdij en provinciehuis in één. Voor veel dzongs geldt dat je er als buitenlander niet altijd in mag. Onze agent doet zijn best bezoekpermits te regelen, waardoor je de meeste dzongs wel kunt bezoeken. Je kunt helaas nooit in alle gedeelten komen. Er zijn altijd ruimtes waar gewerkt wordt, of heilige ruimtes die afgesloten zijn. Gelukkig blijft er genoeg over om te bewonderen.

Gho Kira Eigen ervaring: We zijn vroeg op vandaag. Om 6u15 kunnen we reeds gaan ontbijten en het vertrek is voorzien om 7u00. Het ontbijt bestond uit toast, omelet of spiegelei, confituur, honing, thee en koffie. In de keuken is er blijkbaar een probleem met het roosteren van de toast. Tijdens het ontbijt hoorden we dat verschillende mensen, zoals wij, niet konden douchen, ofwel was er geen water, ofwel was het zeer koud. De koffers worden ondertussen op een jeep geladen. Deze jeep zal tijdens onze reis al de bagage vervoeren en er voor zorgen dat de koffers op de juiste kamers terecht komen. Wij zelf worden vervoerd met een busje. Alle overheidsdienaren en andere personen met een openbare functie moeten traditioneel gekleed zijn, zo ook dus onze gids en onze chauffeurs. Voor de mannen is dat de
gho en voor de vrouwen de kira.

De rit gaat over een afstand van 180 km en zou ongeveer 7 uur duren. Dit is een gemiddelde van ongeveer 26 km per uur. We rijden over de weg die in 1960 aangelegd werd bij de openstelling van Bhutan voor het toerisme. Deze weg loopt door tot Paro in het westelijke Bhutan. Het vordert dus zeer langzaam. Langs het ganse traject wordt er gewerkt. De wegenwerkers zijn Indiërs. Zij wonen samen met hun gezin in krotten die langs de weg staan. Het grootste gedeelte bestaat uit handenarbeid. Soms moeten we wachten omdat men een camion aan het laden is. Op andere plaatsen is het laveren tussen de rotsblokken die door een kraan van de bergwand gepikeurd zijn. Deze blokken worden dan met de hand verder kapot geklopt. Het is een smalle weg, dus stukje achteruit rijden om een tegenliggers door te laten hoort er ook bij. Volgens Sangay, onze Bhutanese gids, kunnen we dit de volgende dagen ook verwachten.

Sangay gaat ons ook regelmatig iets vertellen over de leefgewoonten in Bhutan. Hij begint met de eetgewoonten. Traditionele Bhutanese eetgewoonten zijn eenvoudig en in het algemeen wordt het voedsel met de handen gegeten. Familieleden eten terwijl ze in kleermakerszit op de houten vloer zitten. Het voedsel wordt eerst geserveerd aan het hoofd van het huishouden. Het zijn meestal de vrouwen die het voedsel opdienen en in de meeste gevallen de moeder. Voor het eten is een kort gebed en een klein stukje wordt op de vloer aangeboden als een offer aan de plaatselijke geesten en goden. In stedelijke gebieden maakt de "modernisering" zijn opgang en veranderen de eetgewoonten. Mensen eten meestal met bestek zittend aan een gewone tafel. Traditioneel gerechten werden in aardewerk gekookt, maar ook hier, door de gemakkelijke beschikbaarheid van moderne goederen zoals potten en pannen is het aardewerk grotendeels vervangen. Een typische Bhutanese maaltijd bestaat uit rijst, een schotel ema datshi ("ema" betekent "chili" en "datshi" betekent "kaas"), varkensvlees, rundvlees, curry of linzen. In zijn elementaire vorm wordt betelnoot, een zaad van de betelpalm, gegeten. Het wordt normaal gekauwd nadat ze vermalen of gesneden, dan verpakt in bladeren van een wijnstok en bedekt met kalk. Tabak of smaakvolle kruiden kunnen ook worden toegevoegd. De betelnoot is echter zeer slecht voor de tanden en tandrot is een veel voorkomend probleem in Bhutan.

We stoppen regelmatig om onze benen te strekken, een stukje te wandelen en foto's te nemen. Onze eerste stop is bij een controle punt. Hier dienen alle camions en bussen te stoppen voor controle van hun papieren. Na een klein half uurtje stoppen we bij een groot beeld van Guru Rinpoche. In het kleine dorpje Narphung houden we even halt. Dit dorpje dient als bevoorradingspunt voor de bergbewoners in de buurt. We rijden door Tshetinglar, ook dit dorpje is een bevoorradingspunt. Omstreeks 12u30 stoppen we in Wamrong (2130 m), waar we zullen lunchen in een plaatselijk restaurant. Wamrong is een drungkhag (subdistrict) en heeft dus een kleine Dzong. We komen binnen in een winkel en lopen door naar het restaurant, tevens de woonkamer. De wc is via de keuken te bereiken. Het eten smaakt lekker, maar ik denk dat we veel rijst en kip zullen eten tijdens deze reis.

Nog 70 km voor de boeg. Het vervolg van de reis gaat iets vlotter zodat we al snel aankomen in Khaling. In het centrum van de vallei onder Khaling is het Nationaal Instituut voor blinden en slechtzienden. Deze zeer goed georganiseerde instelling probeert studenten uit heel Bhutan die blind of slechtziend zijn van onderwijs te voorzien door middel van speciale middelen en training. Een van de prestaties is de ontwikkeling van een Dzongkha een versie van het braille schrift. Drie kilometer buiten Khaling is het Nationaal Handloom Development Project, beheerd door het National Women's Association van Bhutan (NWAB). Onder toezicht van de koningin wordt het traditioneel weven aangeleerd. De dorpelingen krijgen garen op krediet en het eindproduct wordt in de plaatselijke winkel of in het Handicraft Emporium in Thimphu. Het is engelenwerk. Het garen wordt gekleurd door gebruik te maken van planten. Prijzen voor een lengte van een geweven doek variëren van 1000 tot 20.000 Nu. We kopen een klein geschenk voor Nele en Paula.

We rijden verder op de weg der traagheid, ondertussen verteld Sangay, de gids, ons het verhaal van Migoi en na enkele groene plaspauzes komen we aan in Trashigang. Het is inmiddels al donker. We slapen in een nieuw resort van de overheid. Het heeft een mooie architectuur en een prachtig uitzicht. De kamers zijn mooi, maar niet alle kamers zijn al afgewerkt, dus soms geen warm water of zelfs geen water en dan slapen we op de bovenste verdieping waar de luxe kamers zijn. Het resort ligt in Kelling op een heuvel ongeveer 1 km buiten het centrum. We krijgen eerst de welkomst thee en gaan dan naar onze kamer. Voor het avondmaal worden we ook nog verwelkomt met een dansje. Vandaag krijgen we ook soep bij het avondmaal. Voor de rest is de menu hetzelfde dan de vorige dagen maar met andere kruiden, best lekker.

naar boven

Trashigang - Drametse - Mongar

Reisbrochure: Je bezoekt Drametse (als de conditie van de weg het toestaat; je lokale Bhutanese gids bepaalt dit), de belangrijkste tempel van Oost-Bhutan. Het mooie gebouw uit 1511 is bekend vanwege de Nga Cham trommeldans, die wordt uitgevoerd tijdens festivals en zelfs prijkt op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. In het klooster zie je fraaie muurschilderingen en grote beelden van onder andere Guru Rinpoche, de man die het boeddhisme naar Bhutan bracht.

Terug op de hoofdweg passeer je de pas Kori La (2450 meter). Tijdens de stijging zie je maïsvelden en bananenplantages. Je ruikt her en der limoengras en marihuana plantjes die groeien in de wegberm. Je rijdt door het dorpje Yadi met zijn huizen in traditioneel Bhutanese stijl. Op enkele van de gevels zijn enorme fallussen geschilderd. Je arriveert in het rustige stadje Mongar. Maak eens een praatje met de plaatselijke bevolking, vooral de jeugd spreekt over het algemeen goed Engels.

Eigen ervaring: Ook vandaag zijn we vroeg op want het vertrek is om 7u00. Het is hetzelfde ontbijt als gisteren, ook hier heeft men problemen met de toast. De meeste mensen konden ook hier niet douchen of hadden geen water. Jimmy, de buschauffeur, heeft gisteren nog ergens zijn bus gewassen. Ze zier er weer fijn uit. We keren nog even terug naar Trashigang om door het stadje te wandelen en foto's te maken.

Vandaag zijn er 96 km af te leggen. Ook vandaag zullen we gestoord worden door wegenwerken. Na 25 km, in Thungdari, draaien we af naar Drametse. Over een smalle weg, onverharde weg stijgen we 1300 m gespreid over 18 km. Gelukkig is het vandaag ook mooi weer zoals de vorige dagen. Bij regen kan ik goed geloven dat deze weg soms afgesloten is. We rijden 1u over deze 18 km en bereiken omstreeks 10u00 Drametse Goemba (=tempel).

Drametse is het grootste en belangrijkste klooster in het oosten van Bhutan. Wegens grote herstellingswerken kunnen we spijtig genoeg enkel een deel van de grote kapel bezoeken. De zegening en het rollen van de dobbelstenen gaat door in een bijgebouwtje dat ingericht is als tempel tijdens de herstellingswerken.

Na het bezoek van de tempel gaan we een plaatselijke boerderij bezoeken. We leren de gebruiken hoe men er bezoekers ontvangt. Eerst drinken we ara, een soort rijstthee, en dan krijgen we boterthee. In Bhutan leven meestal 3 generaties in een woning. We wandelen terug naar de bus en dalen af. Bij een mooi plekje stoppen we, tijd voor een picknick. Een mooie verrassing en een lekkere maaltijd op een plekje met een mooi uitzicht op de omgeving. Na een tijdje moeten we spijtig genoeg weer het busje in. We bleven eigenlijk liever buiten om van het zonnetje te genieten. De afdaling gaat iets vlotter omdat er weinig verkeer is. Onderweg zien we een berggeit lopen, die weer snel verdwijnt. We passeren kleinere dorpjes zoals Sherichhu en Yadi (1480 m), waar we stoppen voor een pauze. In dit dorp zijn er veel winkeltjes. Het dorpje is een verzamelpunt waar de boeren hun oogst naar toe brengen. De mensen uit de omliggende bergdorpen komen zich hier bevoorraden. Zoals in de meeste dorpjes spelen de kleine kinderen op straat en lopen de koeien en honden vrij rond.

Kori la 2450 m Onze volgende stopplaats is de Kori la (pas) op 2450 m. De benen strekken en wat foto's maken. Het is nog 19 km tot Mongar. We doen er nog 1u45 over zodat het weer donker is als we in Mongar toekomen. In het oosten van Bhutan liggen de meeste steden, met inbegrip van Mongar, op de toppen van de heuvels of ruggen van de bergen. Er is weinig te zien in Mongar, maar veel mensen brengen hier de nacht door alvorens verder te reizen. Het is ongeveer 11 uur rijden van Trashigang naar Jakar, zonder rekening te houden met de wegenwerken. 's Nachts rijden, dat is eigenlijk een verspilling want je mist dan het uitzicht van de mooie natuur. We logeren in het Druk Zhongar hotel. Het is een vriendelijk hotel met nette kamers. Wij hebben geluk want we slapen in een VIP kamer. Mooie kamer maar geen warm water.

Net het drinken van de welkomst thee gaan we de stad verkennen. Het is donker, maar er is voldoende licht in het stadje. Mongar is de district hoofdplaats van het gelijknamige district. Alle winkeltjes zijn nog open en we nemen dus alle tijd om er rond te kijken. Tegen etenstijd gaan we terug naar het hotel. Vandaag soep en kip met dezelfde groenten als de vorige dagen. Zoals in vele Aziatische landen eet men het voedsel van het seizoen. De thee wordt geschonken in de verblijfszaal van het hotel. Tijdens de briefing bij het eten wordt er gevraagd om een wijziging van het programma van morgen. We zouden naar Tangmachhu gaan waar een beeld van 45 m hoog van de Guru Rinpoche staat. Het textiel weven hebben we al gezien in Khaling. Iedereen gaat er mee akkoord.

naar boven

Mongar/Excursie Lhuentse en beeld van Guru Rinpoche

Reisbrochure: Je maakt (mits de weersomstandigheden en de conditie van de weg het toelaten; je lokale Bhutanese gids bepaalt dit) vanuit Mongar een prachtige gecombineerde dagexcursie naar de dzong van Lhuentse en het kleine dorpje Khoma. Lhuentse dzong ligt spectaculair op het topje van een rots boven een rivier. Aan bijna alle zijden zijn de klippen waarop het bouwwerk staat bijna verticaal. De dzong stamt uit 1654 en werd in 2012 gerestaureerd.

Khoma is bekend is om het Kishuthara textiel, een vorm van zijde met boeiende patronen. De kleding die hiervan gemaakt wordt dragen de Bhutanezen alleen tijdens bijzondere gelegenheden als bruiloften en festivals; de stoffen zijn namelijk erg kostbaar. Je hebt ruim de tijd om te kijken hoe de bevolking hier weeft en werkt. Heb je geen zin om vandaag 'onderweg' te zijn, dan kun je uiteraard ook achterblijven in Mongar en daar je eigen plan trekken. Je lunch is in dat geval wel voor eigen rekening.

Eigen ervaring: Het ontbijt is een uur later dan de vorige dagen. We gaan niet naar Khoma zoals we gezamenlijk de vorige dag beslist hebben. We gaan het grote beeld van Guru Rinpoche bezoeken. Om even na 8u vertrekken we naar Lhuentse dzong. Dit is de districthoofdplaats van het gelijknamige district. Ook hier zijn wegenwerken bezig. Waar de rivier over de weg loopt stopt de bus. Hoog tijd om de bus te wassen vindt Jimmy. Wij wandelen te voet verder en passeren van een grote chorten in witte bakstenen. Deze chorten in Tibetaanse stijl wordt omgeven door 108 kleinere chorten. We wandelen langs wat velden en een lome rivieren bereiken uiteindelijk het dorpje Autsho (920 m). Als we geluk hebben, zien we misschien zwarte aalscholvers duiken achter vis. Autsho is een langgerekt dorp met verschillende winkels, een snooker zaak en een klein hotel. De overkant van de rivier kan je bereiken via de ijzeren hangbrug. Alle huizen in dit dorp zijn versierd met grote of kleine fallussymbolen. Deze dienen om de boze demonen weg te jagen. Lhuentse is eigenlijk geen dorp. De huizen die er gebouwd zijn, worden bewoond door ambtenaren die in deze Dzong werken. Om naar Lhuentse te gaan neem je best een lunchpakket mee, er is geen restaurant. In de buurt kan je in het Shangrila resort misschien wel een nationaal gerecht eten zoals ema datse (chilli met yak kaas) en momos (soort pasta gevuld met vlees of groenten), maar zeker is dit niet.

beeld van Guru Rinpoche Na het bezoek rijden we tot aan de Khoma Bridge en bij de chorten krijgen we een warme picknick aangeboden. We krijgen warme pasta, warme kip, warme groenten, warme rijst, lekkere koude drank en een appel. Prima gedaan door het hotel. Het is ook een heerlijk weertje om te picknicken, ongeveer 25°. Na de maaltijd rijden we naar het
grote beeld van Guru Rinpoche. Het beeld werd volledig met de hand gemaakt en het zou volledig af moeten zijn tegen het einde van dit jaar. Tijdens ons bezoek was men bezig met de afwerking en als aan het klaar zetten voor de officiële opening.

Vandaag vertelt Sangay over het huwelijk en de geboorte. Tot enkele decennia geleden waren gearrangeerde huwelijken gebruikelijk en vele huwelijken gebeurden onder familieleden. In het oosten van Bhutan waren huwelijken tussen neef en nicht een veel voorkomend gebeuren. Deze praktijk vindt nu steeds minder vaak plaats onder de geletterde massa's en de meeste huwelijken zijn gebaseerd op de keuze van de individuen. Huwelijken zijn eenvoudige zaken en worden meestal sober gehouden. Echter worden er wel uitgebreide rituelen uitgevoerd voor een duurzaam verbonden tussen de bruid en de bruidegom. Als de religieuze ceremonie tot een einde is, krijgen de jonggehuwden van hun ouders, familieleden en vrienden de traditionele geschenken van sjaals, samen met giften in de vorm van geld en goederen. In de West-Bhutan, is het de gewoonte dat de man gaat inwonen bij zijn vrouw na het huwelijk, terwijl in Oost-Bhutan de vrouw gaat verhuizen naar het huis van haar man. Natuurlijk kunnen de jonggehuwden er ook voor kiezen om een hun eigen te wonen. Echtscheiding is ook een geaccepteerde norm en heeft geen schande of schande in het land.

De geboorte van een kind is een altijd welkom gebeurtenis. In Bhutan wordt bezoek tijdens de eerste drie dagen na de geboorte ontmoedigd. Op de 3de dag, wordt een kort reinigingsritueel uitgevoerd waarna de bezoekers worden verwelkomd om de nieuwe geborene en moeder te bezoeken. Bhutanese zien kinderen als voorlopers van de toekomst en discrimineren dus niet op het geslacht van het kind. Traditioneel geschenken worden aangeboden, variërend van zuivel tot doeken en geld. Het kind krijgt niet direct een naam. Deze verantwoordelijkheid wordt meestal toevertrouwd aan de hoofdlama (boeddhistische priester) van de lokale tempel. De moeder en het kind ontvangen ook zegeningen van de plaatselijke godheid en het was traditioneel dat de naam van het kind verband hield met deze godheid. In sommige gevallen krijgt het kind de naam van de dag waarop het geboren is. Op basis van de Bhutanese kalender, is een horoscoop geschreven en de tijd en datum van geboorte, zullen verschillende rituelen op verschillende tijdstippen worden uitgevoerd in het leven van het kind om zijn of haar toekomst te voorspellen.

Het is al na 18u als we in het hotel aankomen en we hebben wel warm water nu. Het avondmaal is om 19u00. Vandaag is het vegetarisch. Omstreeks 21u00 gaan we met een aantal naar de Disco. Je kan het niet vergelijken met een disco thuis. Hier komen de meisjes vragen om een liedje te kiezen. Je betaalt 200 Nu en als ze het gekozen nummer draaien dansen de meisjes daarop. Veel westerse muziek kennen ze niet. Al de meisjes die hier dansen zijn ook gekleed in de traditionele kira.

naar boven

Mongar - Bumthang(Jakar)

Reisbrochure: De weg voert door bamboewouden, naaldbossen, (in het voorjaar bloeiende) rododendrons en langs maïsvelden. Het landschap verandert geleidelijk van subtropisch naar alpine en de weg slingert zich langs de steile bergwanden en prachtige panorama’s. Soms stroomt een waterval dwars over de weg. De weg voert door het Thrumshingla Nationaal Park en over de pas Thrumshing La (3750 m). Bij voldoende tijd kun je een stukje over de weg meewandelen om even de benen te strekken. Hele families zijn aan het werk op de velden, kinderen zwaaien vrolijk naar alle voorbijgangers en met enig geluk zie je zelfs apen langs de wegkant in de struiken wegspringen.

De rit eindigt in de Bumthang-vallei, het culturele hart van het land. Hier mediteerden veel grote boeddhistische leraren. Je vindt er dan ook heel wat heilige plaatsen. De hoogte in het gebied varieert tussen de 2600 en 4000 meter. De vallei is befaamd om de appel- en perzikbrandy die er geproduceerd wordt.

Mongar natuur Eigen ervaring: Weer vroeg op vandaag. Gelukkig is er vandaag wel warm water. We rijden naar het 196 km verder gelegen Bumthang. De weg is zeer gevarieerd. In het begin zijn er nog veel wegenwerken maar naargelang we vorderen is de weg breder en afgewerkt. We rijden van het subtropische klimaat naar het alpine klimaat. We verlaten ook Oost-Bhutan en rijden naar
Centraal-Bhutan. De weg slingert zich langs steile bergwanden en diepe kloven. De panorama's zijn prachtig. We stoppen dan ook regelmatig om te genieten van deze prachtige natuur.

Op een van onze stopplaatsen zie we kleine torentjes met een spits dak. Sangay vertelt ons dat deze "tata" heten. Zij worden gemaakt door monniken uit klei en de as van de overledenen. Het dient dus als een herdenking. Het dak is gekleurd. Er zijn 5 kleuren en dit zijn de symbolen van de aarde; geel symboliseert de grond, groen het bos, blauw het water, rood het vuur en wit het ijzer (mineralen). Bij de geboorte krijgt iedereen een element toegewezen. De 3de dag na de geboorte gaan de ouders naar de tempel. De monniken geven het kind 2 voornamen, er zijn geen achternamen in Bhutan. Er wordt via astrologie gebaseerd op de 5 kleuren ook een kleur toegekend aan het kind.

We doorkruisen enkele kleine dorpjes met schitterende namen zoals Lingmethang, Yong Khola, Sengor, Ura, Tangsibi. We rijden door Thrumshingla national park In de nederzetting Sengor gaan we lunchen. Er liggen een paar huizen in de buurt van de weg, het grootste deel van het dorp, ongeveer 20 woningen, ligt in het centrum van de vallei. We eten in het toeristisch Kuenzang Hotel, gebouwd door de Raad van Toerisme van Bhutan (TCB) en heeft schone toiletten en een goede lunch. Er komen inderdaad veel toeristen eten.

We passeren de in het Thrumshingla National Park gelegen Thrumshing La (3750m), op 85 km van Jakar, en rijden de grens van Mongar Dzongkhag over. We zijn nu officieel in het oosten van Bhutan. Spijtig is het niet echt helder vandaag op deze top en zien we de Gangkhar Puensum (7541 m) niet. Deze, voor de Bhutanezen, heilige berg wordt vaak aangehaald als 's werelds hoogste onbeklommen berg. Er worden door Bhutan ook geen permissie uitgereikt om deze berg te beklimmen. Een mani muur (Boeddhistische droge stenen muur met heilige inscripties) en gebed vlaggen sieren de pas. We wandelen een stuk naar beneden en worden een kwartiertje later weer opgepikt door de bus.

We slapen in het Tshela Hotel en het is ongeveer 15u30 als we toekomen. Eerst de welkomst thee en dan krijgen we de sleutel van de kamer. Het hotel ligt 2,6 km buiten de dorpskern van Jakar dus de meeste blijven op de kamer om te rusten. Om 19u00 avondeten en om 22u30 gaan we naar de dans van de naakte mannen ter gelegenheid van het Jambay Lhakang festival. De Jambay Lhakang tempel is het centrum van het festival. Op het plein juist voor de tempel staan verschillende tentjes die hun diverse koopwaren aanbieden. Drank en eten zijn ook in overvloed aanwezig. Het is zeer druk tijdens de dans. We kunnen even op de eerste rij staan om te kijken dan geven we onze plaats af aan anderen. We lopen terug langs de tentjes en komen er ook Sangay tegen. We drinken een pint bier en plots moet alle bier weg. Dit jaar is alcohol verboden, door de problemen van de vorige jaren en de politie doet controles. Onder tafel wordt er wel degelijk nog bier verkocht. Na de dans drinken we met z'n allen toch een bier ergens een gordijn. Plots gaat de gordijn open en staat er politie. Ze kijken wat rond zien dat er alleen toeristen zitten en we mogen rustig verder drinken. Toeristen mogen hier toch nog iets meer.

naar boven

Bumthang(Jakar)

Reisbrochure: Vrije dag. Je kunt mee op verkenning, waarbij je al wandelend diverse kloosters en tempels bezoekt. Jambay Lhakhang is de oudste tempel in de Bumthang-vallei, met als centrale figuur Jambay, de ‘Boeddha van de Toekomst’. Beweerd wordt dat de oorspronkelijke tempel dateert uit het jaar 659 en al werd bezocht door Guru Rinpoche. De 17de eeuwse Jakar Dzong ligt op een schilderachtige locatie met uitzicht over de Chokhor-vallei. De ‘Utse’, het centrale gebouw, is wel 50 meter hoog.

Bezienswaardig is de tempel Kurjey Lhakhang. De naam Kurjey betekent ‘lichaamsafdruk’ en verwijst naar de afdruk van het lichaam van Guru Rinpoche, die hij zou hebben achtergelaten op de rotswand. In de middelste van de drie tempels bevindt zich een tien meter hoge afbeelding van de Guru Rinpoche. Het Tamshing-klooster is bekend als de ‘Tempel van de Goede Boodschap’. Voor de entree zitten vaak jonge monniken gebeden op te dreunen.

Eigen ervaring: Na het ontbijt gaan we terug naar de Jambay Lhakhang tempel voor het vervolg van het festival. De festivals zijn een ontmoetingsplaats en hebben zo ook een sociale functie. Religie en cultuur horen ook samen in Bhutan. Sangay, onze gids, zegt; 'je kan geen thee drinken zonder een kopje". De markt, waar de kraampjes nu allemaal open zijn, wordt druk bezocht door de toeristen, monniken en Bhutanezen. Er is van alles te koop, eten en drank, kleren, speelgoed, snoep, prulletjes en natuurlijk ook souvenirs. Er kan thee gedronken worden in sommige kraampjes en de betelnoten ontbreken natuurlijk ook niet. Volgens onze gids waren er in de vorige jaren veel goktenten, maar dit jaar (2015) heb ik er geen gezien. Het gokken gebeurt nu illegaal want op festivals is het niet meer toegestaan.

Kurjey Lhakhang Om 11u is het verzamelen geblazen om de Kurjey Lhakhang tempel te bezoeken. Kuje Lhakhang is één van de belangrijkste Boeddhistische tempels in Bhutan. Rond 750 na Chr. kwam Padmasambhava of: Guru Rinpoche ("kostbare meester") naar Bhutan. Guru Rinpoche is de belangrijkste persoon uit de geschiedenis van Bhutan. Hij wordt door de Bhutanezen als een heilige vereerd, omdat hij definitief het Boeddhisme naar Bhutan bracht. Dat deed hij door in het hele land de lokale geesten te onderwerpen aan het Boeddhisme. Het betreft hier het Tibetaans boeddhisme en het woord lhakhang is oorspronkelijk ook Tibetaans voor tempel.

Thsela Hotel Na het bezoek van de tempel rijden we terug naar het hotel voor de lunch. Het eten is weer voortreffelijk. Vooral de champignons waren uiterst lekker klaargemaakt. Dit is veruit het beste hotel wat betreft overnachting en eten. Mooie afgewerkte kamers, zeer goed en lekker eten en zeer vriendelijke mensen. Na het eten rijden we naar het pad richting Shugdrak. Shugdrak is één van de vier heilige kliffen die iedere Bhutanees in de loop van hun leven moeten bezoeken. De wandeling naar de tempel is gemakkelijk en het uitzicht vanaf de top is te mooi voor woorden. De bus brengt ons naar een pad bij een handvol boerderijen. Vanaf hier gaan we te voet. We wandelen langs een oude watermolen en dan rechtdoor tot Shugdrak, prachtig gelegen op een klif met uitzicht op de omliggende valleien. De tempel is gewijd aan Guru Rinpoche er wordt gezegd hijzelf de tempel zegende in de 8ste eeuw. De tempel is gebouwd op een rotswand. De trap naar de ingang van de tempel bevindt zich in een betoverende grot, de tempel heeft een kleine kamer met een altaar en uitzicht op de omgeving. Sangay leert ons ook de beginselen van het mediteren.

Na het mediteren wandelen we terug naar de bus en rijden naar het stadje Jakar. We wandelen wat door het stadje. Het is koud, waarschijnlijk de sterke wind uit het zuiden. Het is amper 12°, zo koud is het nog niet geweest. We kopen wat souvenirs en koekjes voor morgen.

Omstreeks 18u40 zijn we terug in het hotel. Snel douchen en dan het avondmaal. Het hotel overtreft zich, de maaltijd is weer super. Na het eten blijven we nog gezellig ronde de kachel zitten en drinken we wat plaatselijk alcohol. We maken het niet te laat. Morgen wacht ons weer een lange verplaatsing.

naar boven

Bumthang (Jakar) - Trongsa - Gantey vallei

Reisbrochure: Je vervolgt je Bhutan groepsreis langs gerst- en aardappelvelden, die weer plaats maken voor rijstvelden. Je passeert passen als Yotong La (3425 meter). Met enig geluk zie je yaks die hier grazen. De imposante dzong van Trongsa met zijn gouden dak ligt in de vallei die oost van west Bhutan scheidt, hoog boven de rivier Mangde Chhu. Er zijn verschillende gebouwen binnen de hoge muren en smalle doorgangen.

Je eindigt de rit in de gletsjervallei van Gangtey. De gebedshal van het gelijknamige klooster is in Tibetaanse stijl gebouwd en één van de grootste van Bhutan. Onderdeel van deze ‘gompa’ is een boeddhistisch opleidingsinstituut, waar jonge monniken een negenjarige opleiding kunnen volgen. Het uitgestrekte kloostercomplex ziet uit over de groene Phobjikha-vallei, die bekend is als winterverblijf van de zeldzame zwartnek kraanvogel. In de zomer verblijven deze vogels in Tibet, in de winter in Bhutan. Het is een schitterende omgeving met groene dalen en dik rododendronbos, dat deels bedekt is met Spaans mos.

Eigen ervaring: Vandaag dienen we 188 km te overbruggen met een tussenstop in Trongsa. We vertrekken even naar 7u en worden na een 10 tal minuten al geconfronteerd met wegenwerken. We verlaten het Bumthang district met zijn brede valleien met veel landbouw en ook een gebied met veel belangrijke tempels. Onderweg geeft Sangay ook meer uitleg over Bhumthang.

In het dorpje Zungney bezoeken we een souvenir winkel die zelf geweven kleren verkoopt. Daar het te koud is, de weefgetouwen staan buiten, wordt er niet geweven. We lopen door het winkeltje maar kopen niets. Na het doorkruisen van kleine dorpjes Chhume en Geytsa rijden we de Yotong La (3325 m) over. Daar het nog steeds fris en bewolkt is, zien we niet veel van de hoge toppen. We zijn nu in het Trongsa Dzongkhag. We wandelen een stukje naar beneden. Na een half uurtje pikt het busje ons weer op en rijden verder naar de stad Trongsa om de dzong te bezoeken.

Trongsa Dzong De Dzong heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 16de eeuw en is nauw verbonden met de koninklijke familie. Naast het plein is men aan het boogschieten. Dit de nationale sport in Bhutan. De pijl en boog spelen een belangrijke rol in mythen en legenden. Foto's van de goden met een boog en pijl worden beschouwd als een gunstig voorteken. Sedert 1971 heeft Bhutan ook een olympisch team. Daar ik ook een boogschutter ben interesseert het schieten me. Toernooien en wedstrijden worden gehouden in het hele land, op seculiere en religieuze feestdagen, lokale tsechu. In Bhutan schiet men tegenwoordig niet veel meer met houten bogen, mijn grote liefde, maar met een blanco compound. Dit is een kunststof boog zonder vizier en stabilisatie. De bogen hebben een trekgewicht van 60 tot 70 pond. De houten pijlen zijn ook vervangen door aluminium pijlen. Men schiet heen en weer en de doelen staan op 140 m. Het doel staat op de grond en meet 1 m om 40 cm. In het midden is er een cirkel met een doorsnede van 35 cm. Er wordt telkens geschoten met 2 schutters. Hij de 1ste schutter een treffer dan krijgt hij 2 punten. Hij de 2de ook een treffer dan krijgt deze 3 punten en de eerste schutter verliest zijn 2 punten. De schutter die als 1ste 23 punten heeft is de winnaar. Bij een treffer wordt er telkens gedanst en gezongen.

We eten in Chendebji, het is ondertussen al na 14u00 en wandelen dan 500 m verder naar de Chorten Kora, waarna we weer in het busje stappen. Als we het dorpje Sephu passeren zijn we reeds in
West-Bhutan. Even voorbij Rukubji moeten we stoppen voor een steenlawine. Deze stop is juiste bij een aantal muurschilderingen, dus tijd voor foto's. Na een half uurtje kunnen we verder en bereiken na een paar minuutjes de Nele La (3390 m). Zoals op elke top lopen we hier ook weer een stuk naar beneden. Na een twintigtal minuutjes bus arriveren we bij ons hotel. Zwartnekkraanvogel We stoppen aan het aan de chorten in begin van het dorp dat bij de Gantey Goempa ligt. We lopen te voet tot aan het hotel. Het hotel/resort is pas open. We krijgen de sleutel van de kamer en worden dan verwacht op de welkomst thee. We bevinden ons in de Gantey vallei

Het avondeten zal vegetarisch zijn. De geestelijke leider van het nabije klooster heeft vlees en alcohol verboden. Vlees staat dus niet op het menu maar bier is wel te krijgen. Het opdienen gaat nog een beetje stroef. Het dessert is prachtig stukjes appel versiert met ketchup en honing rare combinatie maar alles was toch op. Na het eten ging iedereen naar de kamer want morgen is het weer een lange dag. In de kamers stond ook een noodlamp want de elektriciteit lag er nog maar 4 jaar en er waren nog wat aanpassingen nodig. In deze streek ligt de elektriciteit ondergronds en dit op vraag van de bevolking. Zij waren bang dat bovengronds leidingen de kraanvogels zou wegjagen die hier overwinterden. De bewoners laten het loof van de aardappelen en de bladeren van de kolen op het veld liggen als voederen voor deze vogels. De kraanvogels zijn er nog niet. De temperaturen zijn nog te hoog op de plaatsen waar de vogels nu verblijven.

naar boven

Gantey vallei - Punakha - Thimpu

Reisbrochure: De passen Pele La (3420 meter) en Dochu La (3140 meter) bieden met helder weer een prachtig uitzicht over de besneeuwde Himalaya. Je ziet bergpieken zoals Gangkhar Puensum op de grens met Tibet, met zijn 7539 meter de hoogste piek van Bhutan.

Je bezoekt Punakha Dzong, de voormalige winterresidentie van de koninklijke familie. Hij ligt schitterend tussen twee rivieren, waardoor de machtige burcht doet denken aan een schip. Als je geluk hebt, vindt er een gebedsdienst plaats. Prevelende monniken, waarvan sommigen op een lange hoorn blazen, boeddhistische schilderingen en beelden, trommelgeroffel, gerinkel van belletjes, wierook en brandende kaarsjes... een heel mysterieus ritueel.

Verder door de Punakha-vallei passeer je dorpjes waar de tijd stil heeft gestaan. Rode pepers hangen te drogen in de zon, boeren werken op de velden en spelende kinderen rennen enthousiast achter het pluimvee aan. Je arriveert in Thimpu. Met ruim 46.000 inwoners doet de hoofdstad wellicht meer denken aan een kleine provinciestad: klein, overzichtelijk en rustig.

Eigen ervaring:De chauffeurs en de Bhutanese gids hebben in de bus geslapen. Er waren onvoldoende bedden. Ze hebben het koud gehad want het had gevroren deze nacht. We bezoeken eerst de goempa (Tibetaanse stijl) en wandelen dan het dorp uit tot aan de bus. Tijdens de wandeling vraagt Sangay wat we van het dessert vonden. Het was zijn idee. Het restaurant wist niet wat te geven als dessert dus had Sangay maar wat geïmproviseerd. Wel een schitterend idee. We moeten ook een stukje terug rijden om op de weg naar Thimpu te komen. We stoppen om de besneeuwd toppen te fotograferen en wat te wandelen.

Het is zondag, dus geen wegenwerken dus de 155 km zal wel snel achter de rug zijn, verkeerd gedacht. Een vrachtwagen heeft zich vast gereden en we weten niet of we er langs kunnen. Personenauto's kunnen er door, dus iedereen moet uit de bus voor de veiligheid en de chauffeur wringt er zich toch langs. Er wordt vandaag wel veel minder gewerkt, we vorderen tamelijk snel. We rijden door de dorpjes Khilekha en Wanbue Phodrang waar we afdraaien richting Punakha. Omstreeks 11u00 zijn in Punakha en bezoeken de Dzong. In 1651 overleed de Shabdrung; zijn stoffelijke resten bevinden zich in de dzong van Punakha. Overal liggen pepers te drogen op het dak. We eten even buiten Punakha in een restaurant.

Chorten op de Dochu la We rijden terug naar Wanbue Phodrang om daar richting Thimpu te kiezen. We rijden een stukje door Punakha Dzonghag waar we op de Dochu la (3420 m) een halte houden. Op deze pas heb je bij mooi weer en prachtig zicht op de Himalaya en kun je de Druk Wangyal Chortens bezoeken. Even later rijden we verder naar Thimpu te rijden waar we om 17u00 aankomen. Onderweg hebben we ook een wijziging van het programma besproken. We rijden niet door de Haa-vallei dinsdag maar rijden rechtstreeks naar Paro zodat we daar ook een vrije namiddag hebben. De Haa-vallei is enkel interessant als daar een ganse dag kunnen wandelen. We slapen in het Wang Chuck hotel. We drinken eerst onze welkomst thee en gaan dan naar onze kamer. We hebben geen warm water. Na het eten is het gelukkig opgelost.

naar boven

Thimpu

Reisbrochure: Vrije dag. Thimpu is: genieten van pittoreske straatjes, Bhutaanse architectuur en (ook hier) de lokale klederdracht. Op diverse plaatsen kun je kennismaken met producten van lokale handwerklieden. Stoffen in wol, zijde en katoen, zilveren of gouden juwelen, thangka’s en traditioneel handwerk zijn in verschillende winkels te koop.

Je kunt tijdens je Bhutan groepsreis de Memorial Chörten bezoeken, een gigantische witte stoepa die werd gebouwd ter nagedachtenis aan koning Jigme Sinye Wangchuck. Ook de Nationale Bibliotheek is de moeite waard. Hij is opgericht in 1967 om de vele oude Dzongkha en Tibetaanse teksten te conserveren. De witte Traschichho Dzong wordt bevolkt door ongeveer 2000 monniken en mag rustig majestueus genoemd worden. Hoog boven Thimpu wordt gewerkt aan een immens complex bestaande uit een enorme gouden Boeddha die de vallei overziet, en een eronder gelegen tempel. Ook een bezoek aan het Zilukha nonnenklooster is een mogelijkheid. Genoeg te doen in Thimpu!

Eigen ervaring: We ontbijten om 7u15 en we vertrekken om 8u00 om Thimpu te bezoeken. We bezoeken achtereenvolgens memorial Chorten, de enorme gouden Boeddha, het natuurpark Kuensel Phodrang, National Institute for Traditional Arts and Crafts een kunstacademie en het nonnenklooster Zilukha.

Memorial Chorten Het is zeer druk bij de Memorial Chorten. Momenteel vindt er een bijeenkomst plaats van monniken. We krijgen een drank aangeboden op basis van boterthee met allerlei ingrediënten in. Het smaakt niet slecht maar ik ben toch bevreesd voor mijn maag en drink geen tweede. Veel Bhutanesen lopen langs de gebedsrollen en bidden. Als toerist wordt je ook uitgenodigd om mee te doen. Na het bezoek van de chorten wandelen we een stuk door het Kuensel Phodrang natuurpark. We maken al kennis met een moeilijke afdeling om terug bij het busje te komen. Bij het bezoek aan het Tijgersnest zullen we ook van deze stukken tegenkomen zegt onze gids. In de kunstschool zijn de beeldhouwers niet aan het werk. Zij zijn hun beitels aan het slijpen. De schilders en de naaisters zijn wel aan het werk. Het is indrukwekkend om te zien hoe intensief hun aandacht is. De kunstsmeden hebben hun middagpauze en hun atelier is gesloten. In de winkel naast de school kun je de gemaakte kunstwerken kopen. Thangthong Dewachen nonnenklooster of Zilukha klooster in Zilukha en is een paar minuten rijden van de stad. Het ligt op een klif met uitzicht op de Thimpu Dzong. Het is in de volksmond bekend als de Zilukha Anim Dratshang. Momenteel is het klooster is de thuisbasis van ongeveer 60 nonnen.

Het is mooi weer dus eten we met z'n allen op een terras. Na het eten worden we terug naar het hotel gebracht en kunnen we vrij de stad bezoeken. We doorkruisen de hoofdstraat, lopen langs een aantal kraampjes waar men vooral souvenirs verkoopt. Slenteren door de zijstraatjes en lopen langs groente- en vismarkten. Onderweg passeren we een café waar we koffie met gebak kunnen krijgen. We drinken en degelijke cappuccino en eten een lekker stuk taart. Als achtergrond kregen we country muziek. Omstreeks 18u30 zijn we terug in het hotel.

We kleden ons om want we gaan met de ganse groep in de stad eten. Het wordt een Italiaans restaurant eindelijk eens iets anders dan rijst en kip. Voor mij pasta en voor Lut een pizza. Tijdens de maaltijd wordt er ook over de programma wijziging gepraat, iedereen gaat akkoord.

naar boven

Thimpu - Haa-vallei - Paro

Reisbrochure: Na het ontbijt vertrek je door immense naaldbossen naar de Haa-vallei. Deze ligt aan de grens met Tibet en is één van de laatste valleien die open is gesteld voor buitenlandse bezoekers. Pas in 2002 ging hij open voor de buitenwereld. Het is een rustieke vallei gecentreerd rond het dorpje Haa, waar je even lekker de benen kunt strekken. Haa betekent 'geheimzinnig' en als je de vallei overziet begrijp je meteen waarom deze naam gekozen is. Je ziet dichtbegroeide naaldwouden, kleurige bloemen en de bergtoppen van Tibet op de achtergrond...

Onderweg picknick je op één van de vele prachtige plekjes, alvorens je verder rijdt naar Paro. Je passeert de Chele La (3810 meter). Vanaf deze pas heb je met helder weer wederom mooi uitzicht over de bergen van de Himalaya, zoals de imponerende piek van Jhomolhari. Een mooie plek voor een foto. Vervolgens daal je af naar de vallei van Paro. Je logeert in de rustige noordelijke vallei.

Takin Eigen ervaring: We ontbijten laat vandaag. Door het schrappen van het stuk naar de Haa-vallei hebben we meer tijd. Het uitzicht op de Jhomolhari (de godin van de heilige berg) missen we dan wel. De Bhutanezen geloven dat de godin Jomo Lhari op deze 7315 hoge berg woont. We vertrekken om 9u00 naar het Motithang Takin Preserve zoo waar de
Takin kunnen zien, het nationaal beest van Bhutan. Enkele jaren geleden besloot de 4de koning, dat een dergelijke faciliteit niet in overeenstemming was met het milieu en de religieuze overtuigingen van Bhutan, en het werd de zoo ontbonden. De dieren werden vrijgelaten in het wild, maar de Takins waren zo tam dat ze door de straten van Thimphu liepen op zoek naar voedsel, en de enige oplossing was om hen terug in gevangenschap te zetten. Het is de moeite waard om deze excentrieke zoogdieren te zien. Vroeg in de ochtend is het ideale moment omdat ze dan gevoederd worden. Naast de Takin is raaf de nationale vogel. Hij siert de koninklijke kroon. De raaf vertegenwoordigt de godheid Gonpo Jarodongchen een van de belangrijkste beschermers van Bhutan.

Het is al na 10u als we richting Paro rijden. Het is een rit van ongeveer 2u30. Onderweg stoppen we bij een ijzerenhangbrug gemaakt door de Nepalese bruggenbouwer Trangtong Gyolpo (1385-1465). Hij bouwde in totaal 108 bruggen waarvan 8 in Bhutan. Deze brug stamt uit 1433. Onderweg vertelt Sangay nog wat over zijn land. Het nationale embleem van Bhutan is een cirkel met in het midden een lotus waarboven bliksemflits als een diamanten parel is getekend. Links en rechts is er een draak afgebeeld. De bliksemschichten vertegenwoordigen de seculiere en religieuze harmonie, terwijl de lotus symbool is voor zuiverheid. De parel betekent de soevereine macht, terwijl de draken (mannelijk en vrouwelijk) de naam van het land Druk Yul (het Land van de Draak) symboliseren.

We eten in een restaurant in Paro. Na de maaltijd gaan we naar het nationaal museum. Wegens een Boeddhistische feestdag is het gesloten. Dan rijden we naar een boerderij in de buurt. Het is zeer primitief. Ik mag er ook met een longbow schieten. Maar het materiaal is zeer eenvoudig. De boerderij is 300 jaar oud en er wonen 3 generaties. In de winter worden de koeien in de stal gehouden die onder de woning ligt. Via een trap gaan we naar het woongedeelte. Men eet en slaap in de zelfde kamer. Er staan geen tafels en stoelen. Iedereen zit op de grond en men eet uit een ketel. Slapen doet met op de vloer. In de 2de kamer, die mooi versierd is staat de tempel. In de volgende kamer zijn 3 bedden voorzien voor de trekkers. Buiten is men water aan het heet stoken om een stoombad te nemen.

Na dit bezoek rijden we naar de stad. We krijgen ruim de tijd om de stad te bezoeken. Lut en ik gaan eerst naar de koffiebar die we gezien hebben toen we deze middag door de stad reden. We drinken een cappuccino en eten een stuk chocolade taart. Na de koffie wandelen we door de winkelstraatjes en lopen wat souvenirwinkels in en uit. Het Kichu Resort ligt buiten de stad. Na het douchen begin ik het dagelijks verslag aan te vullen. Buiten hoor ik muziek en zang. Een beetje verder is men aan het zingen en dansen. We gaan kijken, krijgen er gratis koffie, nootjes en een alcoholische drank. We worden verrast door traditionele dans en zang. Veel mensen van onze groep komen ook kijken. Het resort is van een andere orde dan de vorige. Dit zien je gewoon aan de prijs van de dranken die je bestelt. Het eten is lekker.

naar boven

Paro / Excursie Tiger's Nest

Reisbrochure: Het Taktsang klooster is beter bekend onder de naam Tiger’s Nest, (Taktsang betekent ‘tijger’). Volgens een legende is het gebouwd rond de grot waar Guru Rinpoche gemediteerd heeft. Hij vloog hierheen op de rug van een tijger. Het pittige pad naar Tiger’s Nest klimt door een bos vol rododendrons en pijnbomen, die veelal bedekt zijn met baardmossen en soms zijn behangen met uitbundig wapperende gebedsvlaggen. Het bouwwerk kleeft als het ware aan de rand van een loodrechte rots die 900 meter de diepte induikt. Uiterst spectaculair!

Paro is een genot voor het oog: je treft er mooi gedecoreerde panden. Het Nationaal Museum herbergt kunstschatten als een collectie dansmaskers en thangka’s (beschilderde doeken met heilige boeddhistische afbeeldingen). De vierkante Paro Rinpung Dzong is werkelijk schitterend; het zal je niet verbazen dat deze dzong is gebruikt als locatie voor de film ‘Little Buddha’. Ook vindt hier elk jaar de belangrijkste Tse Chu van Bhutan plaats. Het uitrollen van een enorme thangka vormt het hoogtepunt van het festival.

Eigen ervaring: Vandaag bezoeken we het Tiger's Nest. We vertrekken omstreeks 7u30. We zijn met 11. De rest gaat niet mee, zij vinden de beklimming te moeilijk. Na een half uurtje bus zijn we bij het vertrekpunt. Je kan te voet of als ruiter te paard deze klim doen. We stijgen naar 3000 m dus 700 m omhoog verdeeld over 2,8 km.

Tijgernest Het pad is moeilijk op sommige plaatsen en ook de hoogte speelt ook een rol. Tijdig rusten en veel drinken is noodzakelijk. Na een 10 tal minuten zien we het Tijgersnest al tegen de berg geplakt liggen. We klimmen rustig verder en na 3 kwartier komen we op de 1ste tussenstop, een grote gebedsmolen en een beetje verder een café. De mensen te paard moeten vanaf hier ook te voet verder. Velen zijn blij dat ze van het paard af kunnen. Als je niet veel op een paard rijdt is deze klim zeker geen lachertje. De paarden lopen soms kort langs de afgrond.

Het volgende stuk is moeilijker dan het vorige. Ik begrijp waarom je als ruiter niet verder mag. Het uitzicht is magnifiek. Eindelijk bereiken we de top. We hebben geen last van de hoogte, maar we hebben de beklimming ook rustig gedaan. Elke 10 min een kleine rustpauze en wat drinken. We arriveren maar 10 min achter de eerst van onze groep. Maar we zijn er nog niet. Het tijgersnest ligt aan de andere zijde van de kloof eerst nog 500 trappen naar beneden dan weer 500 trappen beklimmen.

De veiligheidsregelss zijn streng. Er mogen geen rugzakken binnen en fotograferen is niet toegelaten. Het is er druk. Het tijgersnest bestaat uit 7 kleine tempels waarvan we er 4 kunnen bezoeken. Tijdens de wandeling was het warm, maar hierboven is het fris. Alle tempels dienen bezocht te worden op blote voeten en al gauw heb ik koude voeten. Iedere tempel in het tijgersnest heeft zijn eigen betekenis. Na het bezoek weer 500 trappen naar beneden en dan weer 500 trappen naar boven.

We dalen af tot bij het café en nemen daar onze lunch. Ook hier is het uitzicht op het tijgersnest prachtig. Het is een vegetarisch menu, maar ik vind het niet lekker. Na een korte rustpauze wandelen we terug naar de bus. We komen niet veel mensen tegen die nog naar boven gaan al is het nog maar 13 u. We rijden naar de resort. Niemand wil nog naar Paro. De meeste willen terug naar de resort voor een warm stoombad of een goede massage. Lut en ik kiezen voor een warme douche en wat rusten op het bed. Iedereen komt uitgerust naar de maaltijd. We zijn een beetje stil. De Bhutan reis zit er eigenlijk op. Morgen rijden we naar Puntsholing, dat aan de Indische grens ligt.

naar boven

Paro - Puntsholing

Reisbrochure: Vanaf Paro vervolg je je Bhutan groepsreis naar de Bhutanees-Indiase grens. De weg slingert zich door de bergen, de loof- en naaldbomen gaan langzaam over in tropische bossen. Tegen de heuvels zie je Bhutanese boerderijen met het karakteristieke houtsnijwerk. Indiase Tata vrachtwagens kruipen de hellingen op en af, de bestuurders doen het rustig aan, de lokale bevolking laat zich niet haasten en gaan met hun geiten en koeien slechts schoorvoetend aan de kant. Een lach en een zwaaiend gebaar als groet is alom gebruikelijk. Langs de kant staan hier en daar stalletjes van boeren die hun koopwaar aan de reizigers aanbieden.

Je arriveert in Puntsholing (ook geschreven als Phuntsholing), een typische grensplaats. Bij voldoende tijd kan er nog een bezoek gebracht worden aan de Zangtoepelri tempel en de stad zelf. Dit is je laatste overnachting in Bhutan.

Eigen ervaring: We vertrekken om 8u. Normaal zullen we geen wegenwerken tegenkomen vandaag. De 175 km zullen dus vlot verlopen. We moeten eerst terug naar Chhudzom om daar de weg naar
Puntsholing te nemen. Vanaf hier rijden we door het district Chhukha. We passeren de Chhukha Dzong. In de buurt van de stad Chhukha stoppen we bij een baanrestaurant om te lunchen. Er eten hier meerdere toeristen. We zijn er vroeg bij het is nog maar 11u30. Meestal was de lunch rond 13u of later.

Het laatste verhaal over het leven in Bhutan is de dood. Het einde van het leven en tevens het einde van onze fantastische reis. Dood betekent wedergeboorte of slechts doorgeven aan een nieuw leven. In overeenstemming met de tradities, worden uitgebreide rituelen uitgevoerd om een veilige doorgang en een goede wedergeboorte te garanderen. De 7de, 14de, 21st en 49ste dag na de dood van een persoon worden beschouwd als bijzonder belangrijk en worden erkend door het oprichten van gebedsvlaggen in de naam van de overledene en het uitvoeren van specifieke religieuze rituelen. Terwijl de overledenen doorgaans gecremeerd worden, zijn er in de praktijken verschillen tussen de rituelen in het zuidelijke Bhutanen en de nomadische Brokpas (bevolkingsgroep) het noorden van Bhutan. Ten zuiden worden de doden meestal begraven, terwijl de Brokpas hun overledenen voorbereiden en hun boven op de bergen leggen om verslonden te worden door gieren in een laatste daad van mededogen en vrijgevigheid. De beenderen worden dan gecremeerd. Uitgebreide en oude rituelen worden ook uitgevoerd op de verjaardag van de dood door onder de vorm van gebedsvlaggen. De familie en de plaatselijk bevolking komen dan samen. Zij brengen alcohol, rijst of andere diverse dingen mee om dergelijke rituelen bij te wonen.

De verder reis verloopt vlot. De huizen in deze streek hebben allemaal een vlag op het dak. Jaarlijks is er een groot familiefeest. Men offert voedsel bij het altaar, verdeeld de offers onder de familieleden en plant dan de vlag op het dank als dank aan Moeder Aarde voor de jaarlijkse opbrengst. Onderweg zien we ook aapjes langs de weg zitten. We passeren de laatste typische Bhutaanse dorpjes zoals Gedu en Kamjji om dan langzamer de drukte op de weg te zien toenemen. We naderen stilaan de grensstad Puntsholing. Omstreeks 15u00 rijden we Puntsholing binnen. We rijden naar het Bhutan residance hotel. Eerst de welkomstthee en dan krijgen we de sleutel van onze kamer. Na een korte verfrissing lopen we de stad in. Het is een typische grensstad. Eerst lopen we over de groenten, vlees en vismarkt om dan verder de stad in te gaan. De grens tussen Bhutaan en India loopt dwars door de stad. Puntsholing is geen typische Bhutaanse stad. het is er vuil, stinkt en er is zeer veel verkeer. Het merendeel van de huizen is ingericht als winkel.

Om 19u30 is het vezamelen geblazen in de eetzaal van het hotel. Ons laatste avondmaal in Bhutaan. Ook Sangay en de chauffeurs nemen deel aan de maaltijd. Meestal aten zij in de keuken een traditionele maaltijd. Voor ons waren deze maaltijd veel te veel gekruid. Het eten is prima, we drinken wat wijn en bier en maken onze laatste Nu op. Ondanks dat beide valuta dezelfde waarde hebben wordt de Nu in India niet aangenomen. Morgen op de luchthaven bij de ATM weer rupees opnemen.

naar boven

Puntsholing - Bagdogra (India) - Delhi

Reisbrochure: Je verlaat Bhutan en neemt afscheid van je Bhutanese gids. Na de grensformaliteiten rijd je naar de luchthaven van Bagdogra, waar je op het vliegtuig stapt naar Delhi. De tijd die je vandaag in de Indiase hoofdstad te besteden hebt, is afhankelijk van de definitieve vluchttijd.

Delhi is een flink contrast vergeleken met de rust van Bhutan. Overal word je geconfronteerd met het chaotische straatbeeld. Het is niet moeilijk een schat aan indrukken op te doen als je slentert over de drukke bazaars. Met lege handen terugkeren naar je hotel is bijna onmogelijk, want Delhi nodigt uit tot het kopen van souvenirs. De belangrijkste bazaars vind je aan Chandni Chowk en in de wijk Karol Bagh.

Grens overgang Eigen ervaring: Het ontbijt is om 6u15. We willen op tijd in Bagdogra zijn, de afstand is 170 km, om het vliegtuig naar Delhi te nemen. Om 7 uur stappen we een laatste keer bij Jimmy in de bus. Onze bagage zit al in de Indische busjes die ons naar de luchthaven brengen. Deze busjes zullen ons opwachten bij het Indische immigratie bureau. Aan de Bhutanese grens is het wachten, het kantoor is nog gesloten. Na enkele telefoontjes van Sangay kunnen we na 40 min wachten de grens over. Het verschil is immens. Je ziet onmiddellijk dat de grens niet alleen een scheiding is tussen de twee landen maar ook een scheiding tussen 2 culturen. Ik ben al diverse grenzen gepasseerd maar nooit was het verschil zo extreem.

Het is wennen aan het lawaai op de straat. Iedereen toetert of belt maar niemand trekt er zich iets van aan. Hier geldt de wet van de durver en de sterkste. Die twijfelt moet voorrang geven. Alles rijdt door elkaar fietsen, auto's, driewielers, camions, busjes, tuk-tuk, mensen met stootkarren en hier en daar loopt er nog een koe tussen, ongelooflijk. In India loopt de immigratie vrij vlot. We nemen afscheid van onze Bhutaanse vrienden.

In het begin iets het aanschuiven om de stad te verlaten later is er minder verkeer. De wegen zijn goed berijdbaar, maar hier en daar wordt er toch ook aan de weg gewerkt. Enkel als we door de kleine dorpjes rijden is het druk. Het krioelt er van de mensen en alle soorten van vervoersmiddelen. Even na 10u stoppen we voor een theepauze. De rest van de route verloopt meestal vlot. We rijden langs zeer veel militaire controle posten. Assam is niet altijd een voorbeeldige Indische provincie geweest. De laatste km vlot niet we doen er een half uur over.

Tijdens het inchecken horen we dat onze vlucht met 55 min vertraagd is. Bagdogra is ook een militair vliegveld en het leger wil enkele oefeningen houden. Wij moeten dus wachten. We gaan wat eten in het restaurant en dan is het wachten. Het Vliegveld is zeer klein er zit dus niets anders op dan een zetel te zoeken en te wachten tot het vliegtuig vertrekt.

Bij aankomst in Delhi vliegveld eerst wat geld opnemen en dan de bagage ophalen. We worden met de bus naar het Jivitesh hotel gebracht. Het is intussen al voorbij 20u30. Er zijn enkele formaliteit nodig om de sleutel van de kamer te krijgen: paspoort afgeven en tekenen voor de sleutel. Sibren heeft gereserveerd in een bar in de buurt. We kunnen er à la carte eten. Lut en ik kiezen voor champignonensoep en kipfilet met friet. Morgen nemen we met 5 deel aan de optionele excursie in Delhi.

naar boven

Delhi - Kleine-Brogel

Reisbrochure: Vrije dag. Ambassades, koloniale overheidsgebouwen en de zetel van de regering tref je in het relatief rustige, nieuwe deel van Delhi. Het grootste deel van de inwoners van Delhi leeft echter in het drukke oud-Delhi. Het échte Indiase leven vind je er gewoon op straat, in de steegjes, bazaars, tempels en moskeeën. De historische monumenten laten het bewogen verleden van de stad zien. Aan de schaduwrijke zuilengalerijen van Connaught Place liggen veel restaurants en chiquere winkels.

Liefhebbers kunnen deelnemen aan een optionele excursie, waarbij je de belangrijkste bezienswaardigheden van de Indiase hoofdstad ziet.

Eigen ervaring: De excursie is pas om 9u30. We gaan dus pas om 9u ontbijten. Even na 9u30 worden we ophaalt door de gids. We rijden naar oud Delhi om naar de grote moskee te rijden. Maar na een tijdje staat alles stil en wandelen we dan maar tot aan de grote moskee. Daarna gaan we naar het mausoleum en de begraafplaats van Gandhi. We eten in een moderne zaak en bezoeken dan het Ghandhi museum, een shik tempel, de gate van Delhi. We rijden langs de woning van de president, het parlement 2 hindoe tempels en de ruïne van een kasteel en dorp.

Om 18u00 eten we in dezelfde bar als gisteren en gaan dan terug naar het hotel. We kunnen nog rusten op de kamer tot 23u00. Dan komt men ons halen om naar de luchthaven te gaan. Onze vlucht naar België vertrekt stipt om 3u15.

naar boven

Nawoord

De reis is voorbij gevlogen. Bhutaan is een fantastisch land. Het Bruto Nationaal Geluk bepaalt voor een groot deel hun levenswijze. Het land is in volle ontwikkeling. We konden dit ervaren tijdens onze verplaatsingen. Overal waren Indische wegenwerkers de wegen aan het verbreden. De verplaatsingen duurden wel langer maar we konden tijdens de stops voor de werken genieten van de mooie natuur. Er is geen industrie in Bhutaan. De productie van elektriciteit is de grootste bron van inkomsten. Op de 2de plaatst komt het toerisme. Er mogen maar een bepaald aantal toeristen het land bezoeken. Traditie staat ook hoog in het vaandel bij de Bhutanen. Ik ben benieuwd of men al deze waarden kan blijven verdedigen tegen de grote vraag van de wereldmachten naar de vele grondstoffen die er in de bodem aanwezig zijn. Ik ben echt nieuwsgierig naar hun evolutie en hoop in 2020 het land opnieuw te bezoeken.

Lut en Guido
November 2015

naar boven