Beijing

Peking of Beijing is de hoofdstad van China en telt 15 miljoen inwoners. In het Chinees wordt de stad Beijing genoemd, wat "noordelijke hoofdstad" betekent. Samen met Chongqing, Shanghai, Kanton (Guangzhou) en Tianjin is Peking sinds 2005 een van de vijf Chinese nationale stedelijke gebieden die dezelfde status hebben als een provincie. De gemeente Peking grenst in het noorden, westen en zuiden aan de provincie Hebei. In het oosten grenst het ook voor een klein stuk aan deze provincie (grensgebied tussen Peking en Tianjin). In het zuidoosten grenst Peking aan de gemeente Tianjin.

Olympisch Stadion De Olympische Zomerspelen zijn de trots van heel China. Sommige inwoners van de hoofdstad denken er anders over. Voor de bouw van nieuwe sportaccommodaties en het Olympisch Dorp werden maar liefst 300.000 mensen uit hun huis gezet. De openingsceremonie was op 8 augustus 2008 (08-08-08) om 8 uur ís avonds. En wellicht was dat zelfs acht minuten over acht, want de 8 is een geluksgetal in China.

Geschiedenis

Er waren al steden in de buurt van Peking in het 1ste millennium v.Chr. De hoofdstad van de staat Yan, werd gesticht te Ji, nabij het moderne Peking. Ji wordt vaak gezien als het begin van Peking, maar voor de 6de eeuw werd de stad verlaten. De exacte locatie van de stad is tot op heden onbekend, ondanks dat er veel moeite is gestoken in het vinden van de plaats. Gedurende de Sui- en TangdynastieŽn, bestonden er enkele kleine nederzettingen in de buurt van het huidige Peking. Vele oude dichters kwamen hierheen om te rouwen om het verlies van Ji.

In 936, tijdens de Late Jin-dynastie (regeerperiode 936-947) stond de dynastie een deel van Noord-China (inclusief een groot deel van de noordelijke grens en het huidige Peking) af aan de Khitan Liao-dynastie. In 938 zette deze dynastie een tweede hoofdstad op in wat nu Peking is. De hoofdstad van de Jin-dynastie werd in 1153 verplaatst naar de voormalige hoofdstad van de Liao, waarbij de naam werd gewijzigd in Zhongdu of "de centrale hoofdstad. Mongoolse troepen brandden de stad Zhongdu tot de grond toe af in 1215 en herbouwden op deze plek hun "grote hoofdstad", Dadu, in 1267, wat het begin is van het huidige Peking. Resten van de stadsmuur uit de Mongoolse tijd staan nu nog overeind.

In 1403 verplaatste de derde Ming-keizer Yongle de hoofdstad van Nanking naar Peking. Hij gaf de stad ook zijn huidige naam. De huidige vorm van de binnenstad werd eveneens gelegd door de Ming-dynastie. De stadsmuur uit het Ming-tijdperk liep op de plaats wat nu de tweede ringweg is. De Verboden Stad (Zijin Cheng) werd gebouwd tussen 1406 en 1420, gevolgd door de Hemeltempel (1420) en verscheidene andere bouwwerken. Tiananmen (Poort van de Hemelse Vrede), wat het staatssymbool van de Volksrepubliek is, brandde tot twee keer toe af. De laatste keer werd het herbouwd in 1651. Nadat de Mantsjoes de Ming-dynastie omver geworpen hadden en hun eigen Qing-dynastie stichtten, bleef Peking de hoofdstad van het Keizerrijk China.

Na de revolutie in 1911, gericht om het feodale keizerrijk om te vormen tot een republiek, zou oorspronkelijk de hoofdstad worden verplaatst naar Nanking. Nadat de hoge Qing-officier Yuan Shikai de laatste Qing-keizer (Pu Yi) tot aftreden had gedwongen, en hiermee het succes van de revolutie had verzekerd, accepteerden de revolutionairen in Nanking dat hij president van de Republiek China werd, en dat de hoofdstad Peking zou blijven. De staatsman Yuan consolideerde meer en meer macht, wat in 1915 uitmondde in een kortstondig nieuw keizerrijk onder zijn leiding. Deze gebeurtenis was erg impopulair. Zijn bewind viel echter met zijn dood in 1916. Hierna grepen in China de krijgsheren de macht en vochten onderling verschillende oorlogen uit die ook Peking bedreigden. Na het succes van de Noordelijke expeditie door de Kuomintang, waarbij de noordelijke krijgsheren werden gepacificeerd, werd Nanking in 1928 officieel de hoofdstad van de Republiek China, waarmee de naam Peking werd veranderd in Peiping.

Tijdens de 2de Chinees-Japanse oorlog, viel Peiping in Japanse handen op 29 juli 1937. Tijdens de bezetting werd de stad weer aangeduid met Peking, en het werd het bestuurlijk centrum van de Noord-Chinese Uitvoerende Raad, een vazalstaat bestuurd door Japan dat de bezette gebieden bestuurde in Noord-China. Met de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 werd deze staat beŽindigd en werd de naam weer Peiping. Op 31 januari 1949, tijdens de Chinese Burgeroorlog, veroverden de Communistische strijdkrachten Peiping zonder gevechten de stad. Op 1 oktober van dat jaar riep de Communistische Partij van China, onder leiding van Mao Zedong, de Volksrepubliek China uit vanaf de Poort van de Hemelse Vrede (Tiananmen). Enkele dagen daarvoor was Peiping gekozen tot hoofdstad, waarmee de oude naam Peking in ere werd hersteld.

Hutongs

Hutongs, wat letterlijk steegjes betekent, zijn opgebouwd uit siheyuans. Een siheyuan is een gebouwencomplex van vier gebouwen (woningen met meerdere gezinnen, werkplaatsen en winkeltjes) rond een centraal pleintje, omgeven door een muur. De wegen in een hutong zijn vaak oost-west aangelegd, zodat de deuren in een noord-zuidrichting geplaatst kunnen worden. Deze bouwwijze komt voort uit de filosofie Feng Shui en is ook toegepast bij de bouw van de Verboden Stad. Vroeger waren ze talrijk, maar de siheyuans en hutongs verdwijnen in een hoog tempo. De vrijgekomen grond wordt volgebouwd met hoogbouw. De inwoners van de steegjes wordt vervangende woonruimte geboden in appartementencomplexen, minimaal het aantal vierkante meters dat de oude woning groot geweest is. Velen klagen echter dat de traditionele gemeenschapszin van de hutong in deze grote complexen verdwijnt. Met het oog op de Olympische Zomerspelen van 2008 worden deze oude en gezichtsbepalende buurten afgebroken of verborgen achter muren, de regering vindt de hutongs een schande voor Peking. Er blijven er wel enkele (2 tot 3) hutongs over om te dienen als openluchtmuseum. Zo wordt bijvoorbeeld de hutong in Nanchizi gespaard. Toeristen worden met een riksja langs de overgebleven hutongs gevoerd.

Bevolking

De bevolking van de gemeente Peking bedraagt 19,6 miljoen inwoners volgens de census van 2010. Bij de cijfers van 2000 ging het nog maar om bijna 15 miljoen legale en een onbekend aantal illegale bewoners, schattingen van lokale deskundigen liepen toen nog uiteen van 16 tot 18 miljoen inwoners. De definitie van inwoner van Peking wordt gerelateerd aan mensen die zes of meer maanden per jaar legaal in Peking wonen. In de stedelijke gebieden woonden in 2000 12 miljoen mensen, de rest woont op het platteland. Er waren toen 11,6 miljoen permanente vestigingsvergunningen (hukou) door de overheid verstrekt. De rest van de legale inwoners heeft tijdelijke vestigingspapieren. Meer dan 95% van de bevolking van Peking wordt gevormd door Han-chinezen. Kleinere groepen van Mantsjoes, Hui en Mongolen wonen in Peking. Recentelijk zijn grote groepen buitenlandse arbeiders (de expatriates) uit Zuid-Korea in Peking gaan wonen, voornamelijk voor handel en studie. Het merendeel woont in de buurten Wangjing en Wudaokou. Er bestaat in Peking een Tibetaanse school voor mensen met Tibetaanse afstamming.

Taal

Het Beijinghua wordt het meest gesproken in het stedelijk gebied van Beijing. Het is de basis voor de standaardtaal van China: het Standaardmandarijns. Hoewel het dialect van Beijing en het standaardmandarijns erg op elkaar lijken, zijn er toch duidelijke verschillen die voor Chinezen makkelijk herkenbaar zijn.

Toerisme/bezienswaardigheden

Ondanks het roerige bestaan van Peking in de 19de en 20ste eeuw ó inclusief schade veroorzaakt door de Tweede Opiumoorlog, de Tweede Chinees-Japanse Oorlog, de Culturele Revolutie en de recente urbanisatie en afbraak van de hutongs, heeft Peking nog vele toeristische attracties die rijk aan historie zijn.

Eten en drinken

Thee speelt net als in heel China in Peking een belangrijke rol. Thee heeft veel positieve eigenschappen voor de gezondheid. In Peking bevinden zich veel theehuizen, waar verschillende soorten thee kunnen worden gedronken, op de traditionele manier bereid.

In Peking worden de gerechten bereid volgens de Mandarijnse keuken. Pekingeend is een lokaal beroemd gerecht, dat inmiddels over de gehele wereld in Chinese restaurants kan worden gegeten. Een ander bekend gerecht is het Manhan Quanxi ("Mantsjoe-Han-chinees banket"), wat een traditioneel banket is van de Mantsjoekeizers van de Qing-dynastie; ook tegenwoordig blijft het copieus (en zeer prijzig).

Economie

Grote bedrijven vestigen ook hun buitenlandse werknemers in Peking. Zij leven vooral in het stedelijk gebied in het noorden, noordoosten en oosten. Het zuiden en zuidwesten van Peking zijn veel minder bewoond.

Ten tijde van de vorming van de Volksrepubliek bestond Peking alleen uit het stadscentrum en enkele voorsteden in onmiddellijke nabijheid van de stad. Het stadscentrum was verdeeld in vele kleine districten. Dit gebied ligt geheel binnen de Tweede ringweg van Peking en de Derde ringweg van Peking. Sindsdien zijn vele dorpen buiten de stad geannexeerd door de gemeente Peking om de stad zijn huidige oppervlak te geven.

Volgend op de economische hervormingen die zijn doorgevoerd onder leiding van Deng Xiaoping, is het stadscentrum van Peking erg uitgebreid. Het oorspronkelijke stedelijk gebied van Peking strekt zich nu uit tot de Vijfde ringweg van Peking.

In en rond het gebied Guomao is het zakendistrict Beijing CBD ontwikkeld; de Beijing Financial Street is een omvangrijk financieel centrum. Wangfujing en Xidan zijn uitgegroeid tot bloeiende winkelgebieden, terwijl Zhongguancun een belangrijk fabricagecentrum is van elektronica.

Recentelijk heeft de expansie van Peking ook problemen naar voren gebracht, zoals urbanisatie, veel verkeer, slechte luchtkwaliteit, verlies aan historische buurten en immigratie uit armere delen van China. Begin 2005 werd er echter een plan aangenomen om de ongebreidelde uitbreiding van Peking in alle richtingen te stoppen. Thans wordt gedacht aan inbreilocaties net buiten het stadscentrum.

Verkeer en vervoer

Vervoer Met de groei van de stad door de economische hervormingen van Deng Xiaoping, is Peking uitgegroeid tot hťt verkeersknooppunt van China. In en rond de stad zijn 5 ringwegen, 9 autosnelwegen en stadssnelwegen, 11 nationale wegen, 7 spoorroutes en een internationaal vliegveld aangelegd.

Peking is een van de grootste knooppunten van de Chinese spoorwegen. Vanuit Peking beginnen acht reguliere spoorlijnen. Daarnaast heeft Peking drie hogesnelheidslijnen: de hogesnelheidslijn Peking-Shanghai, in dienst sinds 2011, de hogesnelheidslijn Peking-Hongkong die commercieel uitgebaat wordt sinds 2012, en de Peking-Tianjin hogesnelheidlijn, die werd geopend in 2008. Deze lijn was bij de opening op 1 augustus 2008 met 350 km/uur de snelste hogesneldheidslijn ter wereld.
De belangrijkste stations van Peking zijn het Centraal Station, geopend in 1959, station Peking West, geopend in 1996, en station Peking Zuid, dat werd herbouwd in 2008 ten behoeve van de hogesnelheidslijn. Op 1 juli 2010 stopten er dagelijks respectievelijk 173, 232 en 163 treinen. Ter vergelijking het station Peking Noord dat gebouwd is in 1909 en uitgebreid is in 2009 heeft per dag maar 22 treinen.

Het Plein van de Hemelse Vrede wordt in China gezien als "kilometer 0" voor alle wegen. Rond de stad zijn 9 autosnelwegen en 11 autowegen aangelegd. Op dit moment wordt er gestudeerd of gebouwd aan nog eens 6 autosnelwegen. Binnen de agglomeratie Peking liggen 5 ringwegen (ze zijn echter eerder vierkant dan rond aangelegd).
Een van de grootste problemen van Peking zijn de permanente files die de stad teisteren. In het stadscentrum staat in de spits het verkeer vaak muurvast. Zelfs buiten de spits blijven veel wegen erg druk met verkeer.
Recentelijk zijn reconstructiewerkzaamheden begonnen om vanaf de 3de ringweg de kruisingen ongelijkvloers te maken om zodoende kruispunten met stoplichten overbodig te maken. Deze verbindingen worden aangeduid met "express routes". Hopelijk vergemakkelijkt dit de verkeersstromen naar de diverse ringwegen.
Berucht zijn ook de slechte handhaving van de verkeersregels en het horkerige verkeersgedrag door automobilisten. Volgens de autoriteiten zou het fileleed na de Olympische Zomerspelen tot het verleden behoren. In het centrum zijn (eindelijk) busbanen aangelegd om de bussen sneller door het verkeer te laten stromen.

Het internationale vliegveld van Peking is het luchthaven Peking Capital (afkorting: PEK), dat ten noordoosten van het stadscentrum ligt. Het vliegveld wordt met de stad verbonden door o.a. de Airport Expressway (tolweg). Een rit met de taxi of auto duurt vanaf het stadscentrum 40-60 minuten, afhankelijk van de drukte in het centrum. In voorbereiding op de Olympische Zomerspelen van 2008 werd een extra autosnelweg en een lightrailsysteem aangelegd.
Andere vliegvelden in Peking zijn onder andere Liangxiang Airport, Nanyuan Airport, Xijiao Airport, Shahe Airport en Badaling Airport. Deze zijn bedoeld voor militair gebruik ter verdediging van de hoofdstad. Er zijn maar twee openbare vliegvelden.

Een ander probleem dat de verkeersopstoppingen veroorzaakt is dat het autoverkeer sneller groeit dan het openbaar vervoer. Er wordt wel fors geÔnvesteerd in uitbreiding van het metronet met een jaarlijkse groei van tientallen stations. In deze metropool, die meer inwoners telt als BelgiŽ, zijn nu 10 metrolijnen, en er zijn verlengingen en nieuwe lijnen in aanbouw om het grote aantal mensen te kunnen verwerken en een groot aantal (ca. 600) (trolley)buslijnen. Het openbaar vervoer wordt dus sterk uitgebreid. De metro van Peking bestaat nu uit tien lijnen. En er is een metroshuttle van en naar de Internationale luchthaven die direct verbonden is met het reguliere metronet. Er zijn voor de Olympische Spelen metrolijnen gebouwd naar het Olympisch Park (waar het Nationaal Stadion van Peking staat). Taxi's zijn goed vertegenwoordigd aangezien het voor buitenlanders onverstandig is om hier in een auto rond te rijden. Maar buitenlanders kunnen wel fietsen. Er zijn hiervoor zelfs speciale fietsroutes ontwikkeld. De huurprijzen kunnen sterk variŽren. In een hutong kan al een fiets worden gehuurd voor •20. Dit is ongeveer 2 euro voor een hele dag.

Taxiprijzen beginnen met een starttarief van 10 yuan en na een bepaalde afstand wordt de prijs verhoogd met 1,20, 1,60, 2,00 of 2,50 yuan per kilometer, de toeslag per extra kilometer staat aangegeven op een sticker die zichtbaar geplakt is. Sommige taxi's accepteren eveneens de Yikatong card.

Terug naar het reisverslag