Lamatempel in Beijing

De Lamatempel, ook bekend als de 'Yonghetempel', is een prachtige tempel en tevens klooster van de Gelugschool van het Tibetaanse Boeddhisme in het noordoosten van de stad Beijing. Het is een van de grootste meest perfect bewaard gebleven en meest belangrijke Tibetaanse Boeddhistische kloosters ter wereld. Het gebouw en de kunstwerken van de tempel is een combinatie van Han-Chinese en Tibetaanse stijlen.

De bouw van de Lamatempel begon in 1694, tijdens de Qing-dynastie. In eerste instantie diende het als ambtswoning voor eunuchen van het hof, maar het werd later omgebouwd tot het hof van de prins Yong, een zoon van de keizer en zelf de toekomstige Yongzheng Keizer. Nadat Yongzheng's de troon in 1722 opvolgde werd de helft van het gebouw omgebouwd tot een lamaklooster; een klooster voor monniken van het Tibetaanse boeddhisme. De andere helft bleef een keizerlijk paleis. Yongzheng's opvolger gaf de tempel keizerlijke status, aangeduid door het vervangen van de turquoise tegels door gele tegels, welke gereserveerd waren voor de keizer. Het klooster werd een residentie voor een groot aantal Tibetaanse Boeddhistische monniken uit Mongolië en Tibet, zodoende werd de Lamatempel het nationale centrum van Lamabeheer.

Het Wanfu-paviljoen is om een kolossaal beeld van de Maitreya Boeddha heen gebouwd. Dit duizelingwekkende beeld dat 17 meter hoog is met nog 6 meter onder de grond, werd uit één blok sandelhout gesneden.

De geheimen van de Lamatempel


De Lamatempel werd, als relikwieënschrijn voor angstaanjagende geesten en andere krachten uit het Tibetaanse boeddhisme, vaak geassocieerd met vreemde gebeurtenissen. Vele jaren lang was de geheimzinnige tempel taboe voor de inwoners van Peking. Juliet Bredon’s boek Peking (1922) verhaalt hoe een Rus via omkoping de tempel in kwam met een pakje biscuits (waar de hoofdlama erg van hield). Toen hij wilde vertrekken sloegen “woeste monniken” deur na deur voor zijn neus dicht en eisten geld voor elke deur die openging. Een aantal vreemdelingen verdwenen na een bezoek aan de tempel en de geruchten over mensenoffers maakten de angst en achterdocht alleen maar erger.

Hoogtepunten van de Lamatempel


De Lamatempel is gevestigd langs een noord-zuid hartlijn, met een lengte van 480m. Er zijn vijf grote zalen die worden gescheiden door binnenplaatsen. In de binnenplaats in het zuiden kondigen een groot muurscherm en drie hoge Pailous (Pailou: een vorm van Chinese traditionele gebouwen) de ingang van het gebouw aan. De Zaal van de Hemelse Koningen is het meest zuidelijke van de grote zalen; het diende oorspronkelijk als de hoofdingang van het klooster. In het midden van de zaal staat een standbeeld van de Maitreya Boeddha, langs de wanden zijn de beelden van de vier Hemelse Koningen gerangschikt. De Zaal van Harmonie en Vrede is het hoofdgebouw van de tempel. Het herbergt drie bronzen beelden van de Boeddha's van de Drie Levensfasen, met het beeld van de Gautama Boeddha (Boeddha van het Heden) in het midden.

De Zaal van Eeuwige Zegeningen was de woonruimte van keizer Yongzheng wanneer hij prins was en de plek waar zijn kist werd geplaatst na zijn dood. De Zaal van het Dharmawiel fungeert als een plek voor het lezen van geschriften en het uitvoeren van religieuze ceremonies. Het bevat een groot standbeeld van Je Tsongkhapa, stichter van de Gelugschool. De zaal bevat ook de Five-Hundred-Arhat-Hill, een gravure gemaakt van rood sandelhout, met beelden van de arhats die gemaakt zijn van vijf verschillende metalen (goud, zilver, koper, ijzer en tin). Het Paviljoen van Oneindig Geluk bevat een standbeeld van 26 meter hoog van de Maitreya Boeddha, gesneden van één stuk wit sandelhout.

Terug naar het reisverslag