Aboe Simbel

Aboe Simbel ligt 286 km ten zuiden van Aswan, in de Libische woestijn. Het huidige dorp Aboe simbel, met ca. 2500 inwoners, vormde vroeger NubiŽ, dat voor de Egyptenaren de toegangspoort was tot Afrika. Aboe Simbel, gelegen op de westelijke oever van het Nassermeer, is een archeologisch complex bestaande uit twee enorme stenen Egyptische tempels. De vallei, die bekend staat als de Nubische Monumenten, loopt van Aboe Simbel tot Philae en staat op de lijst van Werelderfgoed van de UNESCO.

Geschiedenis

De twee tempels, een grote en een kleinere werden uit de bergwand gehakt in opdracht van Ramses II in de 13de eeuw v.Chr. om indruk te maken op zijn Nubische buren en om zichzelf en zijn koningin Nefertari te eren. De bouw begon in het 10de regeringsjaar en werd pas voltooid in het 24ste regeringsjaar. De tempel is 65 m diep. De voorgevel is 38 m breed en 33 m hoog. Voor de tempel staan vier kolossale beelden van Ranmses II van 20 m hoog. Tussen de benen van deze aan weerszijden van de hoofdingang geplaatste beelden staan een aantal kleinere beelden die de moeder van Ramses, zijn echtgenote koningin Nefertari en verscheidene van de 100 kinderen van de farao voorstellen. Boven de ingang werd de god Ra_Horachi uitgebeiteld. Uitzonderlijk voor het oude Egypte is dat de beelden van de farao 20 maal groter zijn dan de godenbeelden.
In de rotstempel, aan de ingang ligt de grote zuilenhal met acht zuilen in de gedaante van Ramses II, elk bijna 10 meter hoog. Het plafond is versierd met vliegende gieren. De zaal heeft 8 rituele kamers voor ceremoniŽle voorwerpen. In de tweede zaal zie je dat Ramses offert aan verschillende goden. De offerzaal dienden om offeranden klaar te maken. De afstand van de indrukwekkende voorhof tot aan het allerheiligste bedroeg 55 meter. In het allerheiligste staan van rechts naar links vier beelden van de zittende goden Ra_Horachi, Ramses II, Amon en Ptah, de god van de doden. De tempel was zo gebouwd dat het zonlicht op twee dagen van het jaar via de ingang precies op drie van de vier in het heiligdom staande beelden viel.
Ramses II heeft de kleine tempel, die 35 m diep is, speciaal laten bouwen voor koningin Nefertari, wat betekent: de mooiste is gekomen. Zij was de enige koningin van Egypte waarvoor een tempel werd opgetrokken. De tempel is tevens gewijd aan de godin Hathor, de godin van de liefde. Voor de tempel staan zes beelden, vier van Ramses II en twee van Nefertari. Aan hun voeten staan beelden van hun kinderen.
In maart 1813 werden de tempels ontdekt door de Zwitser Johann Ludwig Burckhardt. In 1815 lukte het de Engelsman William John Bankes en de Italiaan Giovanni Finati de tempel van Hathor en Nefertari binnen te komen maar door de enorme hoeveelheid zand was het onmogelijk de grotere tempel van Ramses II uit te graven. Uiteindelijk was het Giovanni Battista Belzoni die op 1 augustus 1817, na meer dan een maand bezig te zijn geweest het zand te verwijderen, de tempel na eeuwen als eerste kon betreden.

Verhuizing

In 1960 werd begonnen met de bouw van de Aswandam, waardoor het Nassermeer zou ontstaan en de indrukwekkende tempels onder water zouden verdwijnen. Om de tempels te redden, werden ze tussen 1964 en 1968 in grote blokken gezaagd en opnieuw opgebouwd op een locatie die 65 meter hoger en 200 meter verder van de rivier lag. Hiertoe werden op deze plek twee grote betonnen koepels gebouwd, aan de buitenkant bekleed met natuurlijke steen, waar de tempels in feite in werden geschoven. Ze zien er nu dus nog steeds uit alsof ze uit de rotsen zijn gehouwen.

Terug naar het reisverslag