Cairo citadel

De Citadel werd gebouwd door Salah ad-Din (Saladin) in 1176. Hij gebruikte hiervoor de afgevallen stenen van de piramiden. In de tijd van Saladin tot de tijd van Mohammed Ali speelde de citadel een grote rol als vesting bij de verdediging van de stad en als residentie van de machthebbers. De kalief Mohammed Ali bouwde later in het zuidelijke gedeelte een moskee naar het voorbeeld van de blauwe moskee in Istanbul. Hij werd ontworpen door de Turkse architect Yusuf Bushnak.

Middeleeuwse geschiedenis



In 969 hebben de Fatimiden de macht in Egypte en stichten de nieuwe stad Cairo (Al-Qahira). In de 12de eeuw verdreef Saladin de Fatimiden en liet de stad door een muur met poorten van ongeveer 19 km lang omringen. Binnen in de stad bouwde hij op een hoog plateau de citadel, die tot de 19de eeuw de residentie was voor de Egyptische gezag. Tussen 1176 en 1183 liet Saladin de citadel verstrekken om de stad te beschermen tegen de kruisvaarders. Terwijl de Citadel werd voltooid in 1183-1184, werd de muur die Saladin had voorgesteld pas voltooid in 1238, lang na zijn dood.

Voor de levering van water in de Citadel, bouwde Saladin een put van 280 voet (85 m) diep, die tot op heden nog altijd te zien is. De waterput is ook bekend als de Bron van de Spiraal, omdat de ingang bestond uit een spiraal van 300 trappen aan de binnenkant van de put. Zodra het water voldoende gestegen was in de put werd via aquaducten de Citadel voorzien van water. Tijdens het bewind van al-Nasir Muhammad, produceerde de waterput niet genoeg water voor de talrijke dieren en mensen, die toen in de Citadel woonden. Voor het verhogen van het volume van water, bouwde Nasir een systeem dat bestond uit een aantal waterraderen op de Nijl, die water naar de put voerden en vervolgens aan de Citadel, via de aquaducten Saladin had geconstrueerd.

19de eeuwse geschiedenis



De kalief Mohammed Ali bouwde later in het zuidelijke gedeelte een moskee naar het voorbeeld van de blauwe moskee in Istanbul. De moskee wordt ook de Albasten moskee genoemd en bestaat uit twee delen: het open plein en de gebedszaal. In het open gedeelte zie je een mooie barokke fontein en aan de noordelijke kant bevindt zich de klokkentoren. Die werd geschonken door de Franse koning Louis-Philippe in ruil voor de obelisk van Ramses II die vroeger aan de ingang van de Luxor tempel stond en nu te zien is op de Place de la Concorde in Parijs. Aan de andere zijde, bovenop het gedeelte waar zich de gebedszaal bevindt, staan twee prachtige slanke potlood minaretten van 85 m hoog. Dit zijn de hoogste minaretten van heel Egypte.
De binnenste zaal is indrukwekkend door de mooie versiering van de koepel. De moskee werd op vier grote pijlers gebouwd en heeft de vorm van een grote koepel en vier halve koepels. Rechts van de ingang ligt Mohammed Ali in zijn albasten mausoleum begraven. Binnen de zaal bevinden zich twee preekgestoelten, wat uniek is. In het midden van de moskee zie je tevens een luchter uniek van gewicht; 2,5 ton. Dit is eveneens een geschenk van Frankrijk. Rond de koepel versieren 169 gekleurde vensters het geheel. Aan de vier hoeken van de koepel staan de namen van de vier opvolgers van Mohammed Ali: Aboe Bakr, Omar, Oethman en Ali.

Terug naar het reisverslag