De piramides

De eerste Egyptische piramide is ruim 4500 jaar geleden gebouwd als grafmonument voor een Egyptische farao, de toenmalige heersers van het oude Egypte. Zijn opvolgers volgden hem in deze begraafwijze en zij werden net zoals hun voorganger na hun dood gemummificeerd en met kostbaarheden en persoonlijke bezittingen in het binnenste van een piramide gelegd. In totaal zijn er circa tachtig piramiden bewaard gebleven, gebouwd over een periode van ongeveer duizend jaar.

Geschiedenis en duiding

De vroegste vorm van een piramide is de mastaba, een doosvormige constructie waarin belangrijke personen begraven werden. De trappenpiramide van farao Djoser in Saqqara is de eerste stap naar de bouw van ware piramiden.

De vorm van de piramiden had waarschijnlijk twee betekenissen:

Archeologische onderzoekingen zouden hebben aangetoond dat diverse elementen in de bouwstijl en de positionering van de piramiden verband houden met de toenmalige godenverering (zonnegod) en dat rekening werd gehouden met de stand van de hemellichamen. Deze theorie is echter controversieel en wordt door egyptologen als piramidologie beschouwd.

De bouwplaats van piramides werd altijd zorgvuldig uitgekozen. Vaak werden ze gebouwd op een ondergrond van kalksteen omdat dat een sterke ondergrond was. En dat was ook wel nodig voor het gewicht van de piramides. Ook omdat de kalksteen gebruikt werd voor het bouwen van de piramide zelf, en het was handig als de blokken steen dichtbij gewonnen konden worden. De Egyptenaren waren echter niet vanaf het begin goed in het bouwen van piramides. De Egyptenaren wisten eerst niet dat een goede fundering cruciaal was. Zo is de piramide van Meidum op zand gebouwd. Deze is dan ook niet goed bewaard gebleven, er liggen overal kapotte brokken steen om de piramide heen.

Nadat de bouwplaats was uitgekozen werd de fundering gelegd. Er werd heel precies uitgemeten waar de piramide zou komen en hoe groot die zou worden. Ook werd rekening gehouden met de kant waar de hoeken naartoe stonden. De Egyptenaren wisten vrij nauwkeurig waar het noorden, oosten zuiden en westen was. Dit hebben ze waarschijnlijk berekend door de sterren te bestuderen. Daarna maakten ze een glad plateau zodat ze een stevige ondergrond hadden voor het enorme gewicht van de piramide. Bij de plaats voor de piramide werd ook rekening gehouden met de aanwezigheid van voldoende materiaal. De stukken steen werden dan ook vaak vlakbij de piramide uitgehouden en vervoerd vanuit de steengroeve. Soms werden er van een verdere afstand stenen gehaald, bijvoorbeeld in het geval van de piramides in Gizeh. Deze stenen werden dan alleen voor de buitenkant gebruikt omdat ze mooier waren. Voor de binnenkant werd wel de gewone steen gebruikt. Er zijn in de piramides in Egypte granieten platen gevonden van 500 ton. Met hedendaagse hijstechnieken is het hoogst haalbare gewicht 200 ton.

Tegenwoordig gaat men ervan uit dat de bouw van een piramide grotendeels het werk van professionele bouwlieden was en niet van slaven, zoals Herodotus stelde. Volgens moderne reconstructies waren voor de bouw van een enkele piramide tienduizenden mensen nodig. Waarschijnlijk bestond het grootste deel van deze bouwvakkers uit de plaatselijke Egyptische boeren die als een soort 'herendienst' voor de farao meehielpen met bouwen tijdens de periodieke overstroming van hun akkers door de Nijl en toch niet op het land gewerkt kon worden. Enige jaren geleden zijn de resten van een complete stad voor de bouwlieden gevonden nabij het plateau van Gizeh. Uit resten van de keukens bleek dat de werkers niets te kort kwamen en een voedzaam dieet genoten, wat ook wel nodig was voor het zware sjouwwerk met de steenblokken.

De Egyptenaren van de vierde dynastie hebben nooit opgeschreven hoe ze de grote piramiden gebouwd hebben. Aanwijzingen kunnen worden gehaald uit sommige tekeningen, zoals die uit de twaalfde dynastie waarop kan worden gezien dat water wordt gegoten voor een soort slede. Dit zou kunnen aantonen dat men de slede over natte klei kon voorttrekken om de blokken aldus te transporteren. Er zijn echter ook andere theorieŽn over hoe de piramides gebouwd zijn. Een is de theorie van de rechte schans. Deze is echter zeer onwaarschijnlijk. De helling mocht niet zo stijl zijn, en daarom zou de schans veel te lang worden. Daardoor zou uiteindelijk de schans zelf meer materiaal bevatten dan de piramide zelf.

Een tweede theorie is die van de spiraalschans. Volgens deze theorie zou er om de piramide heen een spiraal komen die na de bouw zou worden afgebroken. Wederom is deze theorie zeer onwaarschijnlijk. Ten eerste kunnen zo niet alle delen van de piramide bereikt worden. Ten tweede is het vrijwel onmogelijk om de grote blokken de bocht om te krijgen. In 1989 ontdekten Mark Lehner en zijn vriend Hawass de overblijfselen van een oude bakkerij. Hier vonden ze resten van tafla. Tafla is een soort klei, als tafla nat wordt is het heel glad en zou het grote blokken steen kunnen verplaatsen met behulp van houten rollers en een spiraalschans. Op deze manier was het mogelijk om de blokken de bochten om te krijgen. Deze theorie is een keer succesvol uitgevoerd door het NOVA, zij het op schaal. Het enige probleem aan deze theorie is nog steeds dat niet alle delen van de piramide bereikt konden worden.
De laatste theorie is de zandtheorie. Het idee is dat er aan beide zijden van de piramide een soort houten bak is, een voor een blok steen en een voor zand. Door middel van touwen wordt het blok naar boven getrokken als er genoeg zand in de bak aan de ander zijde zit. Het enige probleem aan deze theorie is dat het zand steeds naar boven gebracht moet worden, dit is mogelijk, maar zou heel veel tijd in beslag nemen.

De bekendste piramiden zijn die van Gizeh vlak bij de Egyptische hoofdstad CaÔro. Het complex wordt beheerst door de drie grote piramiden, de piramide van Cheops, die van Chefren en die van Mykerinos. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere piramiden. Deze piramiden werden gebouwd tijdens de vierde dynastie (tussen ca. 2551 en 2472 v.Chr.) en zijn dankzij hun zeer stabiele constructie goed bewaard gebleven. De buitenste witte kalksteenlaag is in de loop der tijden grotendeels verdwenen doordat men het materiaal heeft gebruikt voor andere bouwwerken. Alle piramiden zijn reeds in de oudheid beroofd van hun inhoud.

Piramide Breedte Hoogte Volume Hoek Dynastie
Cheops 230,4 m 146,6 m 2.594.046 m3 51į50' vierde dynastie
Chefren 215,2 m 143,5 m 2.215.211 m3 53į08' vierde dynastie
Mykerinos 105,0 m 65,5 m 240.713 m3 51į17' vierde dynastie

De Piramiden van Gizeh

De piramiden bevinden zich in een oude Egyptische necropolis. Het piramidecomplex bestaat uit de Piramide van Cheops (ook wel bekend als de ďGrote PiramideĒ), de wat kleinere Piramide van Chefren, en de Piramide van Mycerinus. Daarnaast staan er een aantal kleinere piramiden die bekendstaan als "koningin"-piramiden. Aan de oostzijde van het complex bevindt zich ook de Sfinx van Gizeh.

De piramide van Cheops

De Piramide van Cheops of de Grote Piramide (van Gizeh) is het enige van de zeven klassieke wereldwonderen dat tot op de dag van vandaag bewaard is gebleven. Tot aan de voltooiing van de Kathedraal van Lincoln in 1311, een kleine vier millennia lang, was hij met zijn 146 meter het hoogste gebouw van de wereld.

Kenmerken

De piramide is circa 230 meter breed en 140 meter hoog en bevat circa 2,3 miljoen stenen met een gemiddeld gewicht van 2300 kilogram. De inhoud komt daarmee op ongeveer 2,6 miljoen m≥. Men heeft volgens een overlevering die door de Griek Herodotus werd opgeschreven 20 jaar over de bouw gedaan. Moderne analyse van de bouw van de piramiden heeft aangetoond dat dit een zeer realistische schatting is.
De oorspronkelijke Egyptische naam zou "Horizon van Cheops" zijn geweest. Deze naam verwijst mogelijk naar de rol die de piramide speelde in een mysterie waarin sterren een hoofdrol speelden. De piramide zou het instrument zijn waardoor de ziel van de dode koning ten hemel kon stijgen om "naar zonnegod Osiris" te gaan.

De piramide van Cheops maakt deel uit van een complex van drie grote en zes kleine piramiden. De grote piramiden worden toegeschreven aan de koningen Cheops (of Choefoe), Chefren (of Khafra) en Mycerinus (of Menkaure). Men vermoedt dat ze werden gebouwd tussen ca. 2551 en 2472 v.Chr. Dankzij hun zeer stabiele constructie zijn ze goed bewaard gebleven. De buitenste witte kalksteenlaag is in de loop der tijden grotendeels verdwenen omdat de stenen in de Middeleeuwen gebruikt zijn voor andere bouwwerken. Men vermoedt dat de opdrachtgever voor dit indrukwekkende bouwwerk farao Cheops was die tussen 2589 en 2566 v.Chr. regeerde. De piramide zou zijn bedoeld als graf en stelde de heuvel voor waarop de zonnegod Ra had gestaan toen hij de andere goden en godinnen schiep.
Andere Egyptologen verwerpen de theorie dat de piramiden een rol speelden in een zonnecultus; deze zou van veel latere datum zijn en de piramiden zouden het sterrenbeeld Orion voorstellen. Dat verklaart precies de positie van de drie piramiden op het plateau en het verklaart ook de verschillen in grootte.

De piramide van Cheops heeft een bijzondere maatvoeringen. Zo wordt er gelijktijdig en tamelijk nauwkeurig voldaan aan drie ontwerpregels: de eerste regel eist dat het oppervlak van elk zijvlak van de piramide gelijk is aan het kwadraat van de hoogte. De andere ontwerpregel eist dat de omtrek aan de basis van de piramide gelijk is aan de omtrek van een cirkel, waarvan de straal gelijk is aan de hoogte van de piramide. De derde regel vereist dat een dwarsdoorsnede (over vlak A-B) een driehoek van Kepler vormt (mathematisch gelijk aan de eerste regel). De eerste regel verwijst naar de Stelling van Pythagoras, de tweede verwijst naar het getal Pi (wiskunde), en de derde naar het getal f van de gulden snede. Mede als gevolg van deze bijzonderheden speelt de piramide van Cheops vaak een rol in niet-wetenschappelijke, esoterische en spirituele filosofieŽn, die ook wel gezamenlijk als piramidologie worden aangeduid.

De bouw

Aan de grote piramide werd waarschijnlijk ongeveer 30 jaar gewerkt. Men vermoedt dat het geen slaven waren die eraan werkten maar betaalde arbeiders. Het binnenste van de piramide bestond uit plaatselijke kalksteen en daarboven werd een laag van gepolijste kalksteen gelegd waardoor de piramide leek te glanzen in het zonlicht. De top werd afgedekt door een deksteen (de Benben-steen), die mogelijk van goud was. De Grieken noemden de steen het pyramidion. Vandaag de dag is die toplaag volledig weggesleten. De manier waarop ze gebouwd werd is echter nog een groot raadsel. De meeste geleerden denken dat de stenen naar boven werden gebracht via een heuvel van slijk en zand. Deze heuvel moet dan vele malen groter zijn geweest dan de piramide zelf.

Nieuwe theorieŽn over de bouw
De Franse architect Jean-Pierre Houdin is er van overtuigd geraakt dat hij het mysterie van de bouw van de piramide van Cheops heeft opgelost: dankzij een spiraalvormige helling hebben de bouwers het bovenste deel kunnen afwerken. Houdin heeft zich al 8 jaar in het mysterie van de bouw van de piramide vastgebeten en verwerpt de traditionele theorie die stelt dat het 146 meter hoge bouwsel via hellingen aan de buitenkant tot stand kwam. Volgens de architect werden de hoogste galerijen via een interne helling gebouwd. Die moet er volgens hem nog altijd zijn en hij wil die ter plaatse ook zoeken.
Een andere theorie is die van Joseph Davidovits die meent dat de stenen van de piramide ter plekke gegoten zijn. Het zou een elegante en eenvoudige verklaring zijn voor de vele logistieke problemen die het afzonderlijk vervoeren en plaatsen van 2,5 miljoen blokken betekent. Het zou ook de gladde en vlakke voegen tussen de stenen kunnen verklaren.

Interne structuur

De oorspronkelijke ingang van de piramide bevindt zich aan de noordzijde. Deze ingang was in de oudheid open, maar door aardbevingen weer verborgen. In de 10de eeuw heeft een Arabische schatgraver een nieuwe ingang in de noordzijde gemaakt en zo toegang verschaft tot de interne structuur. Vanuit de ingang loopt een dalende gang van ongeveer 1 vierkante meter door tot in de rots beneden de piramide. De gang komt uit in een niet afgemaakte ondergrondse kamer. Op de dalende gang sluit aan op een omhoog gaande gang die uiteindelijk leidt tot de grafkamers. Deze gang is ook zeer klein en was oorspronkelijk van de dalende gang afgesloten door middel van granieten pluggen. De omhoog gaande gang komt uit in de galerij, een imponerende constructie in het midden van de piramide. De galerij geeft toegang tot twee kamers. De kamers, misschien grafkamers, maar het kunnen ook rituele ruimten zijn geweest, zijn zeer verschillend van aard en in geen van de kamers zijn resten gevonden van een begrafenis. De namen van de kamers, grote grafkamer of koningskamer en koninginnenkamer, berusten op 18de-eeuwse speculaties. Het doel van de kamers is onduidelijk en het is niet aannemelijk dat een koningin in de piramide werd bijgezet.

Een interessant detail in beide kamers is de aanwezigheid van schachten, het zijn geen luchtschachten want ze reikten niet tot de oppervlakte of tot in de kamers, in de noord- en zuidwanden. De schachten zijn ongeveer 25 centimeter breed en hoog. De schachten in de onderste kamer eindigen midden in de piramide. Recent onderzoek met een robotcamera heeft aangetoond dat ze uitkomen op een deur waarvan niemand weet waarom hij er is. De schachten staan in verband met de stand van de sterren. Als men vanuit een gang naar buiten kijkt, zag men in het jaar 2450 voor het begin van onze jaartelling 4 grote sterren in het sterrenbeeld Orion dat de oude Egyptenaren Osiris noemden. De schachten in de bovenste kamer gaan door de hele piramide heen, vandaar dat ze luchtschachten worden genoemd. Geen enkele andere Egyptische piramide heeft dergelijke schachten.
De drie piramides zijn "stom", zij bevatten geen inscripties en er is alleen wat oude graffiti te vinden. De toeschrijving aan Cheops is onzeker omdat deze op veel latere bronnen berust.

Zaal der Archieven

Een van de mogelijke kamers die de archeologen zouden kunnen aantreffen is de zogenaamde zaal der archieven. Er zijn pseudowetenschappers met aan het hoofd het medium Edgar Cayce die geloven dat het bouwwerk dateert uit 10 000 v.Chr. en gebouwd is door AtlantiŽrs. Deze zouden in een kamer allerlei documenten verborgen hebben.
Er bestaan echter ook meer wetenschappelijke gegevens die deze theorie ondersteunen. Een tekst uit het Oude Egypte verhaalt van een koning die op zoek ging in de piramide om er de wijsheid van Thoth te vinden. Deze verhalen zijn verder overgeleverd en de Grieken geloofden dat de piramide het graf was van de god Hermes. De aanhang voor de theorie van verborgen kamers bleef bestaan bij de Arabieren. Zo liet de kalief Al-Mamoen ca. 820 een gat maken om in de piramide op zoek te gaan naar verloren kennis. Ook onder moderne egyptologen bestond de drang op zoek te gaan naar verborgen kennis. Prominent voorbeeld: De kleurrijke, excentrieke Britse kolonel Richard William Howard Vyse (1784Ė1872) - militair, antropoloog en egyptoloog - die er, samen met zijn kompaan John Shae Perring niet voor terugschrok om de grafkamer van de piramide van Menkaura "voor het grote publiek toegankelijk te maken" met behulp van dynamiet.

Schatten

De meeste farao's werden begraven met fabelachtige schatten. Binnen in de piramide van Cheops werd echter niets aangetroffen dat zou verwijzen naar een grafmonument. Men vermoedt dat er al grafrovers op bezoek zijn geweest. Naast de piramide werd echter een zeer goed bewaarde zonnebark gevonden. Dit was de boot waarmee het lichaam van Cheops werd vervoerd naar zijn graf. Onder het bouwwerk, tussen de grote gang en de tweede grafkamer, vond men een uitgehouwen ruimte waarin misschien een farao uit een eerdere dynastie begraven lag.

Piramide van Chefren

De Piramide van Chefren is de op een na grootste piramide in Gizeh en is de graftombe van koning Chefren (of Khafra). De piramide is bij ons bekend als de piramide van Chephren of van Chafra maar de koning heeft er vroeger ook een naam aan gegeven die luidt: de grote piramide.

Bouw van de piramide

De piramide van Chephren is niet zo goed onderzocht als die van Cheops. Dit komt omdat deze piramide niet zoveel van die kamers heeft. De piramide heeft twee ingangen, een lagere en hogere. Er gaat na de ingang een gang naar een centrale kamer toe waar de sarcofaag staat. De piramide is niet beschilderd of gegraveerd. Hoewel de Piramide van Cheops de grootste van de drie piramiden van het complex in Gizeh is, is alleen nog bij de Piramide van Chefren de volledige piramidevorm te zien. Bij geen van de andere piramiden op het plateau van Gizeh is de piramidetop en het grafcomplex zo goed bewaard gebleven. De piramide ging op 1 januari 2005 weer open voor het publiek, nadat deze 2 jaar gesloten was wegens restauraties. Onder meer is er graffiti verwijderd en zijn er barsten gerepareerd.

Andere bouwwerken

Naast de piramide staan er ook nog andere bouwwerken rondom de piramide die bij de farao hoorden. Waaronder de sfinx, daltempel, dodentempel.

Daltempel
De daltempel was een gebouw dat vanaf de Nijl kon worden benaderd, via twee toegangswegen kon men naar binnen toe komen, deze werden bewaakt door twee sfinxen. Hierin gaf men toegang tot de dodentempel van Chafra. De daltempel van Chafra is een van de best bewaarde tempels uit het Oude Rijk. In de jaren 1869 werd het uit het zand vandaan gehaald, en werd er de ceremonie van de opening van het Suezkanaal in gevierd. In 1995 liet Zahi Hawass de daltempel schoonmaken.

Dodentempel
In de oosthoek van de piramide is een dodentempel gebouwd. Een dodentempel werd gebouwd om de dode te voeden na zijn dood, zodat de ziel kon voortleven. De tempel is georiŽnteerd oost-west. De muren van het gebouw waren van kalksteen, dat overging naar fijn-kalksteen. Binnenin zijn de bouwwerken van graniet. Tegenwoordig is de dodentempel een ruÔne geworden. De tempel kan betreden worden via een lange gang die uit de daltempel komt, die voorts weer kon worden betreden vanaf (toen) de Nijl. Na de gang kwam men in een open gedeelte waar verschillende zuilen stonden. Uiteindelijk kwam men in nog een open ruimte die uitzicht gaf op vijf beelden van de koning (of godheden). Uiteindelijk kwam men in de heilige der heilige. Waar men offers kon plaatsen voor de koning.

De sfinx van Gizeh
555 meter van de piramide vandaan staat de Sfinx van Gizeh. Sommigen gaan er van uit dat de sfinx een bestaand beeld was, dat slechts werd aangepast door het de gelaatstrekken van de farao te geven. Een belangrijk argument in dezen is dat het hoofd van de farao veel te klein is voor het lichaam, in vergelijking met andere sfinxen in Egypte, ook dat er op het lichaam veel meer erosie is dan op de kop. Ook zijn er erosiesporen gevonden van regen, iets dat al heel lang niet meer gebeurt rond de sfinx en de piramides in Gizeh. Onderzoek van de Amerikaanse geoloog John Anthony West zou hebben aangetoond dat de sfinx reeds 10.000 jaar geleden vervaardigd is. De resultaten van zijn onderzoek worden echter niet door de reguliere wetenschap aanvaard.

Piramide van Mycerinus

De Piramide van Mycerinus is de op twee na grootste piramide op het plateau van Gizeh. Hij heeft de benaming: Menkaura is goddelijk en de piramide bestaat uit kalksteen uit nabijgelegen plekken.

De piramide zelf

Het piramidecomplex bestaat uit de hoofdpiramide en drie kleinere piramiden. Aan de oostzijde bevinden zich resten van een tempel en een processieweg naar de Nijl. De piramide is gebouwd als graftombe voor farao Mycerinus in de 26ste eeuw v.Chr. De oorspronkelijke hoogte van de hoofdpiramide is 66,45 meter, met zijden van 104,6 meter. Deze piramide werd in de klassieke tijd de rode piramide genoemd, vanwege het gebruik van rood graniet als buitenbekleding. De ingang is bij de noordelijke muur en vier meter boven de grond. De gang daalt naar beneden tot onder het grondniveau. Als beveiliging tegen grafrovers konden er drie blokken worden neergehaald die de gang afsloten. Dan kronkelt de gang met een boog en komt uit in een grote kamer. In de bovenste deel van de grote kamer ontdekte Vyse de restanten van een houten sarcofaag met de naam van Menkaura en menselijke botten. De sarcofaag werd meegenomen op het schip Beatrice met bestemming Groot-BrittanniŽ maar het zonk tussen Malta en Spanje.

Andere gebouwen
Het piramidecomplex omvat nog andere piramiden waar de koninginnen Khamerernebti II, en twee onbekende koninginnen zijn begraven. De piramiden zijn genoemd: G3a, b en c. Nummer A is ontdekt en onderzocht door George Reisner, zijn basis is 44 meter en de hoogte 28,4 meter. Bij deze piramide gaat er een gang naar beneden waar centraal een dodentempel staat voor de koningin. Anders dan bij nummer A hebben de piramides B en C een trappenmodel en is er geen gang binnen in de piramide maar buiten de piramide. De dodentempel van Menkaure is de meest complete bewaard gebleven dodentempel op het Gizeh-plateau. Het is gemaakt van kalksteen, graniet en tichelsteen.

Terug naar het reisverslag