Piramiden van Saqqara

In de necropolis van Saqqara bevindt zich de bekende trappenpiramide van Djoser. Er bevinden zich elf grote piramiden en een veelvoud van kleinere piramiden in de omgeving van Saqqara. De piramide van Sekhemkeht en een ongeïdentificeerde piramide uit de dertiende dynastie zijn onvoltooid.

Overzicht
.
Piramide Breedte Hoogte Volume Hoe Dynastie
Djoser 109/121 m 60 m 330.400 m3 NVT derde dynastie
Sechemchet 120 m 7 m 33.600 m3 53°08' derde dynastie
Oeserkaf 73,3 m 49 m 87.906 m3 53°07'48 vijfde dynastie
Menkauhor 65 m 68 m ? ? vijfde dynastie
Djedkare 78,75 m c 53 m c. 107.835 m3 52° vijfde dynastie
Oenas 57,75 m 43 m 47.390 m3 56°18'35 vijfde dynastie
Teti 78,75 m 52,5 m 107.835 m3 53°07'48 zesde dynastie
Pepi I c. 78,75 m c. 52,5 m c. 107.835 m3 53°07'48 zesde dynastie
Merenre I c. 78,75 m c52,5 m c. 107.835 m3 53°07'48 zesde dynastie
Ibi 31,5 m 21 m 6994 m3 ? achtste dynastie
Chendjer 52,5 m c. 37,35 m 44.096 m3 48°45' dertiende dynastie
Ai I 78,25 m ? ? ? dertiende dynastie

Overzicht Saqqara

Saqqara (of Sakkara, Saqqarah) is een necropolis (dodenstad) uit het Oude Egypte, die ongeveer 30 km ten zuiden van het huidige Cairo ligt. Het bekendste monument in de necropolis is de wereldberoemde trappiramide. Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 7 km bij 1,5 km. Saqqara was in de Egyptische oudheid een grafveld behorend bij de (hoofd)stad Memphis. De eerste piramide in de geschiedenis, de trappiramide van Djoser, werd gebouwd in de 3de dynastie. 16 andere koningen van Egypte bouwden ook een piramide in Saqqara. Gedurende de gehele faraonische periode werden er grafmonumenten aangelegd door hoge ambtenaren.
Ten noorden van het gebied dat met de naam Saqqara wordt aangeduid, ligt Aboesir; ten zuiden ligt Dahsjoer. Het hele gebied van Giza tot en met Dahsjoer was in verschillende perioden in gebruik als necropolis van Memphis, en is door UNESCO aangemerkt als werelderfgoed. De naam Saqqara is mogelijk afgeleid van Sokar, een oudegyptische dodengod.

Vroeg-dynastieke Periode
Al tijdens de 1ste dynastie lieten hoge ambtenaren zich begraven in mastaba's aan de noordkant van het Saqqara-plateau. De koninklijke begraafplaats in deze tijd was te Abydos. In de 2de dynastie werden in Saqqara de eerste koningen van Egypte begraven in ondergrondse galerijen. De laatste koning van de tweede dynastie, Chasechemoey, liet zich in Abydos begraven maar bouwde in Saqqara een enorme rechthoekige ommuring, de Gisr el-Mudir. Waarschijnlijk was dit de inspiratie voor de monumentale omheiningsmuur die de trappiramide van Djoser omgeeft. Het grafcomplex van Djoser bestaat verder uit een groot aantal dummy-gebouwen en een secundaire mastaba (het zogenaamde 'zuidgraf') en werd aangelegd door Djosers architect Imhotep. De Franse architect en Egyptoloog Jean-Philippe Lauer heeft het grootste deel van zijn leven besteed aan het opgraven en restaureren van het grafcomplex van Djoser.

Monumenten uit de Vroeg-dynastieke Periode
graf van Hotepsechemoey
graf van Nynetjer
graf van Sechemchet
Gisr el-Mudir
trappiramide van Djoser

Oude Rijk

Bijna alle koningen van de 4e dynastie kozen andere locaties voor hun piramides. Tijdens de tweede helft van het Oude Rijk, de 5de en 6de dynastie, was Saqqara opnieuw het koninklijke grafveld. De piramides van de 5e en 6e dynastie zijn niet van massief steen, maar hebben een kern van puin en zijn daardoor minder goed bewaard dan de wereldberoemde piramides van hun voorgangers op het Giza-plateau. Oenas, de laatste koning van de 5de dynastie, liet als eerste Piramideteksten aanbrengen op de muren van de kamers in zijn piramide. Tijdens het Oude Rijk was het gebruikelijk dat hovelingen zich lieten begraven in mastaba's rond de piramide van de koning die zij dienden. In Saqqara ontstonden zo clusters van privégraven rond de piramidecomplexen van Oenas en Teti.

Monumenten uit het Oude Rijk
Mastabat Fara'un, grafmonument van Sjepseskaf (4de dynastie)
piramide van Oeserkaf (5de dynastie)
Haram el-Shawaf, piramidecomplex van Djedkare
piramide van Menkaoehor
mastaba van Ti
mastaba van de Twee Broers (Nianchchnoem en Chnoemhotep)
piramidecomplex van Oenas
mastaba van Ptahhotep
piramidecomplex van Teti (6e dynastie)
mastaba van Mereroeka
mastaba van Kagemni
piramide van Pepi I
piramidecomplex van Merenre
piramidecomplex van Pepi II

Monumenten uit de Eerste Tussenperiode
piramide van Ibi (8ste dynastie)

Middenrijk
Vanaf het Middenrijk was Memphis niet langer de hoofdstad van Egypte en lieten de koningen elders hun grafcomplexen bouwen. Er zijn weinig particuliere grafmonumenten uit deze periode in Saqqara.

Monumenten uit de Tweede Tussenperiode
piramide van Chendjer (13de dynastie)
piramide van een onbekende koning

Nieuwe Rijk

Tijdens het Nieuwe Rijk was Memphis als tweede stad van Egypte een belangrijk administratief en militair centrum; vanaf het midden van de 18de dynastie lieten veel hoge ambtenaren in Saqqara een graf voor zich bouwen. Horemheb legde als generaal een groot graf aan, maar werd als farao begraven in de Vallei der Koningen bij Thebe. Veel grafmonumenten uit eerdere periodes waren tijdens het Nieuwe Rijk in verval. Prins Chaemwase, een zoon van farao Ramses II, verrichtte veel herstelwerkzaamheden in Saqqara. Hij restaureerde onder andere de Piramide van Oenas en liet daarover een tekst op de piramide aanbrengen. Chaemwase liet het Serapeum bouwen, de begraafplaats voor de mummies van de heilige Apis-stieren, en is hier zelf ook begraven. Het Serapeum met één ongeschonden begraving van een Apis-stier en het graf van Chaemwase zijn ontdekt door de Franse Egyptoloog Auguste Mariette.

Monumenten uit het Nieuwe Rijk
Verschillende groepen tombes van hoge ambtenaren, onder andere het graf van Horemheb en het graf van Maya en Merit. Reliëfs en beelden uit deze twee graven bevinden zich in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.

Na het Nieuwe Rijk

Ook na het Nieuwe Rijk, toen er verschillende hoofdsteden in de Delta waren, bleef Saqqara in trek als begraafplaats voor ambtenaren. Het gebied werd in deze tijd een belangrijke trekpleister voor pelgrims die verschillende cultuscentra bezochten. Niet alleen nam de activiteit rond het Serapeum een hoge vlucht, maar er werden ook ondergrondse galerijen aangelegd waarin grote aantallen mummies van ibissen, bavianen, katten, honden en valken werden begraven.

Monumenten van de Late Tijd, Ptolemaeïsche periode en Romeinse tijd
Verschillende schachtgraven van ambtenaren uit de Late Tijd
Serapeum (voornamelijk Ptolemaeïsch) De zogenaamde 'Philosophers circle', een monument met beelden van belangrijke Griekse denkers en dichters, waaronder Hesiodus, Homerus, Pindarus en Plato (Ptolemaeïsch). In de Byzantijnse en islamitische tijd waren er in Saqqara verschillende Koptische kloostergemeenschappen gevestigd, waaronder het klooster van Apa Jeremias.

Onderzoek naar de oudheden in Saqqara
In de tweede helft van de zestiende eeuw bezochten de eerste Europese reizigers het gebied. Geleerden van de expeditie van Napoleon Bonaparte (1798-1801) namen beschrijvingen en afbeeldingen van monumenten op in de Description de l'Égypte. In de periode die volgde (ca. 1815-1845), kregen verschillende mensen toestemming van de Egyptische overheid om oudheden te verzamelen en naar Europa te brengen. Onder andere de Britse consul-generaal Henry Salt, de Franse consul-generaal Bernardino Drovetti en de Griekse handelaar Giovanni d'Anastasi (later ook consul-generaal voor Zweden en Noorwegen) verzamelden topstukken en verkochten deze aan Europese musea. Vaak hielden zij de exacte locatie van hun vondsten geheim uit angst voor hun concurrenten.
Archeologisch onderzoek

De Pruisische expeditie naar Egypte in 1842-1845 onder leiding van Karl Lepsius produceerde een wetenschappelijke kaart van Saqqara. In de tweede helft van de 19de eeuw verrichte Auguste Mariette veel werk in Saqqara. Hij ontdekte o.a. het Serapeum en veel Ouderijks mastaba's. In 1881 werden de piramideteksten ontdekt door Gaston Maspero. James Quibell, Cecil Firth en Gustave Jéquier deden in de eerste helft van de 20ste eeuw opgravingen. Philippe Lauer en Bryan Emery begonnen in deze tijd hun onderzoek naar respectievelijk de trappiramide van Djoser en de archaïsche/vroegdynastieke grafvelden; zij pakten hun werk na de Tweede Wereldoorlog weer op. Het werk van Emery werd voortgezet door Geoffrey Martin, die in 1975 een samenwerking aanging met Hans Schneider van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Deze missie doet sindsdien opgravingen in het Nieuwerijks grafveld ten zuiden van het klooster van Apa Jeremias; in 1999 trokken de Engelsen zich terug en ging het RMO (Maarten Raven) samenwerken met de Universiteit Leiden (René van Walsem). Onder de graven die door deze missie zijn (her)gevonden bevinden zich die van Horemheb, Maya & Merit, Tia & Tia, Ramose, Inioeia, Pay & Raia, Meryneith en Ptahemwia. (Fragmenten van) reliëfs en beelden uit verschillende van deze graven waren al langer in bezit van musea in Leiden, Cairo, Berlijn, Londen, Parijs, Bologna etc. Een dubbelbeeld dat in 2001 werd gevonden in het graf van Meryneith is tentoongesteld in het Egyptisch Museum (Caïro). Vele andere opgravingsteams van allerlei nationaliteiten waren en zijn actief in Saqqara
Plunderingen in 2011

Tijdens de revolutie in januari/februari 2011 vonden plunderingen plaats in de grafvelden van Saqqara, Aboesir en Dahsjoer. Magazijnen werden geopend door plunderaars op zoek naar schatten, maar de monumenten bleven grotendeels onbeschadigd.

Djoser was de tweede koning (farao) van de 3de dynastie die leefde in de 27ste eeuw v.Chr. Djoser is slechts een naam waarmee hij bekend werd in de 18de dynastie. Andere namen zijn: Netjeri-chet ("goddelijk lichaam"), Tosorthos en Zoser/Djoser/Djeser.

Biografie

Djoser was waarschijnlijk een broer van zijn voorganger Sanacht. Bij zijn troonsbestijging diende hij net als Sanacht aan interne strubbelingen het hoofd te bieden. Eens deze overwonnen lijkt zijn macht zich uitgestrekt te hebben tot Aswan, de eerste cataract van de Nijl. Hij was in zijn tijd bekend onder zijn Horusnaam Netjerichet, en al zijn monumenten zijn dan ook met deze naam gemerkt. Pas in latere tijden wordt meer en meer naar hem verwezen met de naam Djoser (of Zoser), wat vermoedelijk zijn geboortenaam was. Dat deze twee namen verwijzen naar dezelfde persoon blijkt uit de koppeling van beide namen op de Hongersnoodstele op het eiland Sehel bij Aswan. Djoser was de eerste farao die een Eerste Minister ofwel vizier benoemde om hem te helpen bij het steeds ingewikkelder wordende bestuurssysteem van Egypte. De man die deze belangrijke functie, de hoogste na de koning zelf, kreeg was Imhotep.
Piramide van Djoser

Het is echter voornamelijk zijn graf, de Trappiramide en het bijhorende complex, dat hem beroemd maakte, zowel in de Oudheid als in het heden. Het is, voor zover bekend, het eerste gebouw dat volledig in steen was opgetrokken. De trappiramide is oorspronkelijk niet als dusdanig opgezet, maar begon als mastaba, een klassieke Egyptische grafvorm. In latere stadia werd het grondvlak vergroot, tot uiteindelijk 126 bij 109 m, en werden steeds kleinere treden toegevoegd. Uiteindelijk kwamen er zes treden voor een totale hoogte van meer dan 60 m. Het vermoeden bestaat dat de piramide, die steeds groter werd, zich zelfs over het graf van Sanacht, de voorganger van Djoser, uitstrekt. De architect die verantwoordelijk was voor het ontwerp van dit bouwwerk was de al genoemde vizier Imhotep, een geniaal man, hoog gewaardeerd door de koning en de Egyptenaren, en later vergoddelijkt.
Djoser maakte ook werk van de ontginning van de rijkdommen van de Sinaï, vooral koper (bij de Wadi Maghara) en turkoois (bij Serabit-el-Chadim).Volgens Manetho regeerde Djoser 29 jaar, volgens de Koningspapyrus van Turijn regeerde hij 19 jaar en Jürgen von Beckerath kent hem in zijn Chronologie des pharaonischen Ägypten een regeerperiode van 20 jaar (2690-2670 v. Chr.) toe. Piramide van Teti Geschiedenis van de piramide

De piramide van Teti kreeg de naam 'Eeuwig zijn de verblijven van Teti', maar ondanks zijn naam werd de piramide in het oude Egypte al gebruikt als steengroeve. In de 19de eeuw werd de piramide onderzocht door onder andere Lepsius en Gaston Maspero en sinds de jaren '50 vooral door Franse egyptologen zoals Jean Leclant.

Architectuur van de piramide

Daltempel en processieweg
De daltempel en processieweg werden reeds in de oudheid vernield en er is nog maar weinig onderzoek naar gedaan. Ze stonden zoals gewoonlijk ten oosten van de piramide en van de processieweg is alleen nog maar het einde zichtbaar.
Dodentempel
De dodentempel was ook al in de Tweede Tussenperiode afgebroken en had hetzelfde grondplan als de dodentempel van Djedkare Isesi. Deze was gekenmerkt door een groot binnenhof en rondom waren er magazijnen.
Piramide
De piramide was oorspronkelijk 52,2 m hoog en elke zijde mat 78,5 m. De piramide is zeer slecht bewaard. Het plan van de piramide is zeer regelmatig: De ingang bevond zich in het noorden en er stond vroeger een kleine kapel bij. Via een ondergrondse gang kwam men dan in de vestibule. Ten oosten daarvan was een kapel met drie nissen en ten westen de eigenlijke grafkamer. Deze bevat een grote sarcofaag uit behken-steen en op de grafkamer zijn er piramideteksten aangebracht, die wel zeer slecht zijn bewaard.
Andere gebouwen
Vlakbij de piramide liggen nog enkele andere gebouwen
Mastaba van Mereroerka: familiegraf van de familie van Mereroerka, de vizier van Teti
Mastaba van Kagemni, graf van vizier Kagemni, die vizier was in het begin van Tetis regering
Mastaba van Anchmator
Mastaba van Tétiânkh Khem, graf van de prins, een zoon van Teti
Piramide van koningin Choeit
Piramide van koningin Ipoet

Resten van piramide toegeschreven aan Merikara uit de 9e of 10e dynastie
Sarcofaag van Teti

Terug naar het reisverslag