IsraŽl

De naam 'IsraŽl' betekent "Strijder met God" en is ontleend aan de Hebreeuwse bijbel. Deze naam wordt vermeld in het Bijbelboek Genesis (hoofdstuk 32), waarin Jacob de naam 'IsraŽl' krijgt na een worsteling bij de rivier de Jabbok; vanaf hoofdstuk 34 wordt die naam gebruikt om de nakomelingen van Jakob, IsraŽlieten, mee aan te duiden.

In de dagen voorafgaande aan de oprichting van de staat IsraŽl werd er heftig gediscussieerd over wat de officiŽle naam van de nieuwe staat zou worden. Vanuit de opties Palestina, Zion en IsraŽl werd uiteindelijk de oude Bijbelse variant 'IsraŽl' gekozen.

Geschiedenis van Israel

Na de 1ste wereldoorlog werd het Ottomaanse Rijk in 1920 gesplitst en kreeg het Verenigd Koninkrijk het bestuur over Palestina. In 1922 werd Palestina ten westen van de Jordaan afgesplitst als Brits Mandaatgebied Palestina, het gebied ten oosten van de Jordaan werd Trans-JordaniŽ. Na de 2de wereldoorlog was Groot-BrittanniŽ erg verzwakt en mede vanwege de vele gewelddadige confrontaties tussen de Arabische en Joodse bevolkingsgroepen in het Mandaatgebied Palestina zagen de Britten zich genoodzaakt om het bestuur over Brits Mandaatgebied Palestina te beŽindigen. Hiervoor werd de datum van 15 mei 1948 vastgesteld.

Op 29 november 1947 nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties het verdelingsplan aan als resolutie 181. Nadat bekend was geworden dat resolutie 181 niet geaccepteerd werd door de Arabische delegaties, brak er een burgeroorlog uit tussen Joodse en Palestijns-Arabische gemeenschappen in het Mandaatgebied, waarbij ook de Arabische buurlanden betrokken raakten. Enkele uren voordat het Britse mandaat officieel afliep riep de Joodse gemeenschap onder leiding van David Ben-Gurion op 14 mei 1948 de onafhankelijke staat IsraŽl uit. De burgeroorlog mondde uit in de Arabisch-IsraŽlische Oorlog van 1948. In deze oorlog veroverde IsraŽl 78% van het grondgebied, waaronder West-Jeruzalem, aanzienlijk meer dan in het UN Verdelingsplan voor een Joodse staat was vastgelegd.

1949 - 1956
In 1949 sloot IsraŽl op het eiland Rhodos wapenstilstandsakkoorden met resp. Egypte, Libanon, JordaniŽ, en SyriŽ. De wapenstilstandsgrens tussen IsraŽl en de Arabische legers werd bekend als de Groene lijn. In datzelfde jaar op 11 mei 1949 werd IsraŽl toegelaten als lid van de Verenigde Naties. IsraŽl werd toegelaten als vredelievende staat, die het Handvest van de Verenigde Naties en daaruit voortvloeiende verplichtingen had geaccepteerd.

De in IsraŽl overgebleven Palestijnse minderheid zou tot in 1966 onder strikt militair bestuur blijven. Feitelijk waren zij rechteloos. Een tragisch voorbeeld daarvan is het Bloedbad van Kafr Qasim van 1956.

Vanaf het begin werd IsraŽl geconfronteerd met een economische boycot van Arabische landen. Zij antwoordde hierop met een vierjarenplan om zelfvoorzienend te worden. In 1953 kwam er een kapitaalimpuls uit de V.S. en Europa. De Verenigde Staten en de Sovjet Unie hadden IsraŽl vrijwel meteen erkend. Toen echter eerstgenoemden hun steun in oktober 1953 opschortten i.v.m. haar aanvallen op Arabische grensdorpen zocht IsraŽl steun bij Frankrijk (en het Verenigd Koninkrijk) zoals zou blijken met de Suez-crisis van 1956.

1956 - 1980
In 1956 brak de Suezcrisis uit, een oorlog tussen IsraŽl, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk enerzijds, en Egypte anderzijds. De Egyptische president Nasser had het in Egypte gelegen Suezkanaal genationaliseerd en gaf geen doorgang aan IsraŽlische schepen. IsraŽl veroverde in deze oorlog de SinaÔ om daardoor de scheepvaart via het Suezkanaal naar de havenstad Eilat weer mogelijk te maken. Bij de wapenstilstand van 1957 kreeg IsraŽl een vrije doorvaart door het kanaal en werd er een VN-troepenmacht in de SinaÔ gestationeerd. Het IsraŽlische leger trok zich deels terug uit de SinaÔ en de Gazastrook. In 1964 werd de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) opgericht met als doel het 'bevrijden' van Palestina met de grenzen van het Britse Mandaatgebied Palestina, zoals dat tot 1948 bestond.

In juni 1967 veroverde IsraŽl de Gazastrook en het schiereiland SinaÔ op Egypte, de Westelijke Jordaanoever op JordaniŽ en de Golanhoogten op SyriŽ. Veel Palestijnen en SyriŽrs werden verdreven of vluchtten uit deze door IsraŽl ingenomen gebieden, waardoor de geopolitieke situatie in deze gebieden veranderde. Door de verovering en bezetting van de Westelijke Jordaanoever kwamen ongeveer miljoen Palestijnen onder IsraŽlische militaire controle, hetgeen sindsdien spanningen in die gebieden en in de IsraŽlische samenleving veroorzaakt. Na deze Zesdaagse Oorlog polariseerde de situatie in het Midden-Oosten verder. IsraŽl begon met de bouw van Joodse nederzettingen in de bezette gebieden waarop Palestijnen aanvallen op Joodse doelen binnen en buiten IsraŽl intensiveerden. Het kwam ook regelmatig tot schermutselingen tussen IsraŽl en zijn buurlanden.

In 1978 kwamen met bemiddeling van de Verenigde Staten onder leiding van president Jimmy Carter de Camp Davidakkoorden tot stand. Een vredesverdrag tussen Egypte en IsraŽl volgde, waarna IsraŽl zich uit de SinaÔ terugtrok. Op 26 maart 1979 werd de vrede getekend en was Egypte het 1ste Arabische land dat IsraŽl erkende. De vrede met IsraŽl (en daarmee het doorbreken van de Arabische eenheid) had tot gevolg dat dit land tijdelijk geschorst werd uit de Arabische Liga.

Vanaf 1980
In 1987 ontstond er in de bezette gebieden een opstand die tot in 1993 zou duren. Deze Eerste Intifada was een volksprotest tegen de IsraŽlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever. Op 13 september 1993 werden in Oslo de Oslo-akkoorden gesloten. Hierbij werd de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) met als vertegenwoordiger Yasser Arafat door IsraŽl erkend als wettige vertegenwoordiger van de Palestijnse belangen. Bovendien werd de Palestijnse Autoriteit opgericht. De PLO erkende de staat IsraŽl en beloofde het terrorisme tegen IsraŽl te staken. Met JordaniŽ werd op 26 oktober 1994 een vredesverdrag gesloten, waarbij IsraŽl door JordaniŽ werd erkend.

Geografie

Het klimaat behoort tot het Middellandse Zeeklimaat: hete en droge zomers en natte zachte winters. In het centrum en noorden (grotere hoogte) en de kuststrook (invloed van de zee) van IsraŽl is het klimaat meestal gematigd. Het zuiden is heet en droog. De meeste neerslag valt in de kustgebieden en het heuvelachtige centrum in de winter en het voorjaar. Incidenteel kan er sneeuw vallen in de hogere gedeelten zoals in Jeruzalem.

De grens heeft een lengte van in totaal 1006 km. De kustlijn is 273 km lang. IsraŽl maakt continentale aanspraken tot op de diepte van bodemexploitatie en beschouwt 12 zeemijlen als zijn territoriale zee. Het laagste punt is de Dode Zee (-421 m) en het hoogste de Meronberg op 1208 m. 17% is vruchtbaar waarvan 4% in gebruik is voor landbouw, 7% voor veeteelt, 6% bossen en bosgronden. (cijfers 1993) Het geÔrrigeerd land beslaat een oppervlakte van 1800 km≤ (1993).

Milieu
De voornaamste vraagstukken op milieugebied, beperkte natuurlijke zoetwaterbronnen en dito landbouwgrond, vergen serieuze maatregelen en leggen beperkingen op. Andere vraagstukken zijn woestijnvorming, luchtvervuiling door de uitstoot van schadelijke stoffen, industrie en verkeer, grondwatervervuiling door industrieel en huishoudelijk afval, chemische meststoffen en pesticiden. Zandstormen kunnen er tijdens voorjaar en zomer voorkomen.

IsraŽl neemt deel aan verdragen ten aanzien van: biodiversiteit, klimaatverandering, woestijnvorming, bedreigde diersoorten, gevaarlijke afvalstoffen, nucleaire teststop, bescherming ozonlaag, olielozingen op zee en wetlands. Voorts heeft het het Kyoto-protocol ondertekend (maar niet geratificeerd), en het Protocol tot conservering van het leven in zee.

Bevolking

Tijdens de oprichting van de staat IsraŽl bedroeg de Joodse populatie 650.000, tot stand gekomen na een aantal van 480.000 legale zowel als illegale Joodse immigranten in Mandaatgebied Palestina. In de jaren 1948-1951 kwamen 723.090 Joden naar IsraŽl, van wie ruim de helft afkomstig was uit de Arabische wereld en de anderen voornamelijk uit Oost-Europa kwamen. 92% van de bevolking woont in steden of stedelijke plaatsen en 8% in dorpen. Minder dan 2% woont in een kibboets (in 1948 was dat nog 6%). De jaarlijks bevolkingsgroei is 1,8%, voornamelijk (88%) door natuurlijke groei, de rest door een positieve immigratiebalans.

Bevolkingsgroepen
De voornaamste bevolkingsgroepen zijn:
- De Joden (74%). De Joodse bevolking leeft verspreid door het hele land, met grote concentraties in de steden zoals Tel Aviv, in en rond het westelijk deel van Jeruzalem, langs de kusten en in de valleien van Galilea.
- De Palestijnen, Arabische IsraŽliŽrs. Zij vormen samen 21%.
- andere kleine gemeenschappen, zoals BedoeÔenen, Druzen, Tsjerkessen en ArmeniŽrs

Religie

Van de Joodse bevolking is circa 1/3 religieus en 2/3 seculier, waarvan een groot deel wel 'traditioneel' is, wat duidt op een sterke affiniteit met Orthodox jodendom zonder een volledig religieus leven te leiden. Van de niet-joodse bevolking is 16,6% moslim, 2,1% christen en de Druzen vormen 1,7% van de bevolking. Daarnaast zijn er minderheidsgodsdiensten, zoals bahŠ'Ūs.

Onderwijs

IsraŽl kent vier schooltypes:
- Seculiere staatsscholen met een staatscurriculum in het Hebreeuws. Hoewel seculier zijn er wel joodse studies.
- Yeshiva-scholen hebben een gelijkaardig curriculum maar aangevuld met Torah- studies.
- Onafhankelijke religieuze scholen, die bijna alleen een religieuze opvoeding geven. Vooral voor ultraorthodoxe kinderen.
- Arabische seculiere scholen met onderwijs in het Arabisch.
- Private scholen, ook democratische scholen genoemd, met eigen doelgroepen of gekoppeld aan een buitenlands curriculum bijvoorbeeld Amerikaanse scholen.
- Voor de toegang tot de universiteiten zijn er de bagrut-toegangsexamens.

Talen
De meest voorkomende talen in IsraŽl zijn Hebreeuws en Arabisch. Het klassiek Hebreeuws was eeuwenlang een dode taal, maar werd in de 19de eeuw weer tot leven geroepen en gemoderniseerd. Russisch is de 3de meest gesproken taal, andere talen worden slechts door kleine groepen gesproken.

Politiek en bestuur

Staatsinrichting
IsraŽl is een unitaire republiek en officieel een parlementaire democratie. IsraŽl heeft geen grondwet. In de onafhankelijkheidsverklaring uit 1948 stond geschreven dat de IsraŽlische staat binnen enkele maanden een grondwet moest voltooien, maar dat is tot op heden niet gebeurd. Wel zijn er intussen 14 zogenaamde basiswetten aangenomen, die als hoofdstukken in een eventuele grondwet kunnen dienen en een speciale status genieten tussen de wetten. Het hooggerechtshof gebruikt deze wetten om andere door het parlement aangenomen wetten te toetsen, als er een procedure inzake de geldigheid van een wet aanhangig wordt gemaakt.

IsraŽl ziet zichzelf als een staat van het Joodse volk voor het Joodse volk: een Joodse staat. Dat blijkt al direct uit de tekst van de "Verklaring van de Vestiging van de Staat IsraŽl" uit 1948. Er bestaat een IsraŽlisch staatsburgerschap, geen IsraŽlische nationaliteit.

De Knesset in Jeruzalem is het IsraŽlische parlement
Het staatshoofd, de president, wordt gekozen door het parlement voor een termijn van 7 jaar. De president heeft beperkte bevoegdheden; een hiervan is het aanstellen van de formateur. Na de parlementsverkiezingen kiest hij de persoon die de beste kansen heeft een regering te vormen die het vertrouwen van het parlement krijgt.

De wetgevende macht of het parlement is de Knesset, die 120 leden telt. De Knesset wordt verkozen in algemene verkiezingen, waarin alle staatsburgers in IsraŽl vanaf achttien jaar het kiesrecht genieten (inclusief personen die in ziekenhuizen, penitentiaire en psychiatrische instellingen verblijven). Buiten IsraŽl kunnen alleen personen stemmen die op een officiŽle missie zijn.

Verkiezingen voor de Knesset worden ten minste iedere 4 jaar gehouden, maar kunnen ook vervroegd worden als de Knesset dit beslist. Zetels worden verdeeld naar evenredigheid met het totaal aantal stemmen behaald door de politieke partijen, die aan een minimum van 2% van de stemmen voldoen. Er is een ongeschreven regel dat Palestijnse partijen uitgesloten zijn van regeringscoalities. Palestijnse parlementsleden wordt het spreken in de Knesset soms onmogelijk gemaakt zodra ze kritiek hebben op de regering.

In de jaren 1990 werden naast de parlementsverkiezingen ook directe verkiezingen voor minister-president gehouden, hetgeen de kiezer nog meer macht gaf en bedoeld was de positie van de premier te versterken. Echter omdat men vaker de algemene belangen in de stem voor premier bevredigd zag, werkte het systeem ongunstig voor de massapartijen en gunstig voor de kleine partijen. Uiteindelijk is men van dit systeem afgestapt.

Relatie tussen godsdienst en staat
IsraŽl heeft geen volledige scheiding van godsdienst en staat. De ultraorthodoxe bevolkingsgroep (charedim) heeft, hoewel zij slechts 10 procent van de bevolking uitmaakt, veel invloed. Deze groep stond oorspronkelijk zelfs niet achter de oprichting van de Joodse staat in 1948. Daarom heeft de 1ste premier van IsraŽl, David Ben Gurion een aantal concessies gedaan. Het land heeft geen grondwet, omdat de ultraorthodoxe groep stelt dat de wetten van God de grondwet vormen. In de basiswetten is alleen opgenomen dat IsraŽl een democratisch land is.

Koosjer
IsraŽl verbood tot 1993 de import van niet-koosjer vlees en aan koosjere restaurants worden de zeer strikte orthodoxe regels opgelegd. Er zijn echter ook niet-koosjere restaurants die op zaterdag open zijn en varkensvlees serveren (verboden volgens zowel de Thora als de Koran). Aan het leger en vele andere staatsinstellingen worden de joodse spijswetten opgelegd.

Sjabbat
IsraŽl kent geen openbaar vervoer op de sjabbat. Afhankelijk van de locatie kunnen nog sterkere beperkingen gelden zoals het afsluiten van ultraorthodoxe wijken voor auto's. In de christelijke wijken en islamistische wijken worden de specifieke rustdagen, respectievelijk zondag en vrijdag gerespecteerd en is op zaterdag meer mogelijk.

Huwelijk en scheiding
Alle joodse huwelijken in IsraŽl worden, evenals echtscheidingen, alleen erkend indien deze worden voltrokken of beŽindigd door de bevoegde religieuze overheden overeenkomstig de Joodse wetten. Voor joodse vrouwen is het erg problematisch om te kunnen scheiden. Voor de joden mag alleen een orthodoxe Rabbijn een huwelijk voltrekken. Huwelijken uitgevoerd in het buitenland worden door de staat wel erkend. In de praktijk zijn er echter wel huwelijken tussen mensen van verschillend geloof (bijvoorbeeld tussen een Jood en een Arabier), maar dat kan tot protesten vanuit de orthodoxie leiden.

Bestuurlijke indeling

IsraŽl kent geen eenduidige regionale indeling, hoewel de 6 districten van het ministerie van binnenlandse zaken bindend zijn voor o.a. planologie en statistieken. Regionale zaken worden door de regering en de gemeenten geregeld.

De districten zijn:
Jeruzalem (Jeroesjalajiem), hoofdstad Jeruzalem
Noord (Tsafon), hoofdstad Nazareth
Haifa (Chefa), hoofdstad Haifa
Centrum (Merkaz), hoofdstad Ramla
Tel Aviv (Tel Aviv), hoofdstad Tel Aviv
Zuid (Darom), hoofdstad BeŽr Sjeva
De districten Noorden, Haifa, Centrum en Zuiden zijn onderverdeeld in subdistricten.

Het administratieve bestuur (Civil Administration) voor de IsraŽlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever van Palestina wordt door IsraŽl aangeduid als 'district Judea en Samaria' (Yehuda VeShomron).

De grootste steden zijn Tel Aviv, Haifa, Rishon LeZion en Ashdod; Jeruzalem zou, met de annexatie van de Palestijnse dorpen meegerekend de op een na grootste stad zijn. Voorts zijn er industriŽle gemeenten. Gemeentebesturen beschikken over de nodige macht en zowel de burgemeesters als gemeenteraadsleden worden rechtstreeks door de geregistreerde inwoners verkozen, ook zij die de IsraŽlische nationaliteit niet bezitten

Defensie
IsraŽls defensie is vrijwel uitsluitend de taak van het IsraŽlische defensieleger (Israel Defense Forces - IDF), dat actief is op de grond, in de lucht en op zee. De IDF wordt sinds 1967 meestal gezien als de sterkste en meest geavanceerde legermacht in het Midden-Oosten, een "lokale supermacht". In de 'Global Militarisation Index, gepubliceerd door het Bonn International Centre for Conversion (BICC), staat IsraŽl aan de top van de meest gemilitariseerde landen.

IsraŽl wordt alom gezien als een kernmacht: het bezit nucleaire faciliteiten en algemeen wordt aangenomen dat het land in het bezit is van kernkoppen. IsraŽl heeft het Non-proliferatieverdrag niet ondertekend en niet alle nucleaire instellingen worden van buitenaf geÔnspecteerd. Het land houdt een "nucleaire ambiguÔteit" vol: het heeft altijd ontkend in het bezit te zijn van kernwapens, maar zegt wel de capaciteit te hebben om ze te produceren.

Alle IsraŽli's, mannen en vrouwen, hebben dienstplicht op achttienjarige leeftijd, maar personen met een Palestijnse etniciteit, personen die fulltime religie studeren en vrouwen die zichzelf 'religieus' noemen, getrouwd zijn of kinderen hebben worden hiervan gevrijwaard. Ook islamitische en christelijke Arabieren zijn vrijgesteld van de dienstplicht. In tegenstelling tot het merendeel van de Palestijnse minderheid in IsraŽl, die gevrijwaard is van dienstplicht, zijn Druzen sinds 1956 wel dienstplichtig. Ook de BedoeÔenen dienen in het IsraŽlische leger. Dienstplicht duurt 3 jaar voor mannen en 2 jaar voor vrouwen (3 jaar in gevechtstaken). Na de dienstplicht worden IsraŽlische mannen bij de IDF deel van het reserveleger, en hebben een aantal weken per jaar verplichte herhalingsoefeningen, tot hun 40ste. Vrouwen gaan meestal slechts 1 of 2 jaar in reservedienst.

Economie


Het IsraŽlische betaalmiddel is de sjekel. IsraŽl is een hoogontwikkelde economie. Het land wordt gekenmerkt door een technologisch vooruitstrevende markteconomie met substantiŽle sturing vanuit de overheid. Het is afhankelijk van import van ruwe olie, granen, ruwe grondstoffen, militair materieel en water. Ondanks beperkte natuurlijke rijkdommen heeft IsraŽl zijn agrarische en industriŽle sectoren intensief ontwikkeld. Het land is grotendeels onafhankelijk wat betreft de voedselproductie, behalve voor granen. Belangrijkste exportproducten zijn diamant, technologisch hoogontwikkelde apparatuur en landbouwproducten (fruit en groenten).

De grootste instroom van Joodse immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie vond plaats vanaf 1989, waarmee het totaal aantal Russische immigranten op 1 miljoen kwam, een zevende van de totale bevolking. Zij dragen met hun wetenschappelijke en professionele ervaring veel bij aan de economische toekomst van het land. De instroom, gekoppeld aan de opening van nieuwe markten aan het einde van de Koude Oorlog, versterkte en versnelde de groei van de economie van IsraŽl. De groei begon echter te stagneren in 1996, toen de overheid strengere fiscale en monetaire maatregelen oplegde, waardoor de immigratiebonus zijn werking verloor.

IsraŽl bezit de volgende natuurlijke rijkdommen: koper, fosfaten, bromide, kalium, klei, zand, zwavel, asfalt, mangaan, alsook een grote hoeveelheid aardgas en een kleine hoeveelheid ruwe olie.

Transport

De voornaamste vorm van vervoer in IsraŽl is de auto. IsraŽl beschikt over een goed onderhouden en uitgebreid wegennet. De verkeersregels zijn vrijwel identiek aan die van West-Europa. In IsraŽl is bijzonder veel verkeerspolitie op de weg. Binnen de steden kan het verkeer bijzonder druk zijn: dit is met name in de regio Tel Aviv en in Jeruzalem het geval. Binnen de bezette gebieden zoals de West Bank zijn bepaalde wegen exclusief voor de Joodse bevolking voorbehouden.

Openbaar vervoer is ruimschoots aanwezig en bestaat voornamelijk uit bussen. Het spoornetwerk is ongeveer 1000 km lang. Treindiensten worden uitgevoerd door de Rakevet Yisra'el. De trein is voornamelijk langs de kust van belang, tussen Beer Sheva - Ben Gurion Luchthaven - Tel Aviv - Haifa - Nahariya. Met uitzondering van dit traject en enkele kleinere lijnen bestaat al het openbaar vervoer uit bussen. De buslijnen worden in het grootste deel van het land door Egged geŽxploiteerd; in de regio Tel Aviv ook door Dan. Stadsbussen rijden zeer frequent.

IsraŽl heeft meerdere vliegvelden, waarvan Luchthaven Ben-Gurion de grootste is. El Al Israel Airlines is de nationale luchtvaartmaatschappij van IsraŽl.

Cultuur

Bekende auteurs zijn Shmuel Yosef Agnon, Nelly Sachs (beide in 1966 de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen), Amos Oz en David Grossman. Bekend van hun muziek zijn onder meer Asaf Avidan, Itzhak Perlman, Pinchas Zukerman, Yardena Arazi, Ofra Haza en Idan Raichel. Het IsraŽlisch Filharmonisch Orkest is het belangrijkste symfonieorkest van IsraŽl, opgericht door de violist Bronislaw Huberman. Sinds 1973 neemt het Aziatische land deel aan het Eurovisiesongfestival vanwege het lidmaatschap van de Europese Radio-unie. IsraŽl won het festival al 2 keer; in 1979 en 1980. Qua musea zijn het Israel Museum en Jad Wasjem in Jeruzalem bekend. Het oudste nationale theater is het Habima Theater in Tel Aviv uit 1918.

Werelderfgoed
- De Oude Stad van Jeruzalem met zijn Muren staat sinds 1982 op voorstel van JordaniŽ op de 'Werelderfgoedlijst' van de UNESCO. Het staat er als 'Bedreigd werelderfgoed'. De UNESCO heeft meerdere moties aangenomen met kritiek op IsraŽl over zijn voortdurende archeologische opgravingen in de Oude Stad van Oost-Jeruzalem als een schending van internationaal recht.
- Heilige plaatsen van het bahŠ'Ū-geloof in Haifa en West-Galilea
- Massada
- Oude stad van Akko
- Wierookroute - Woestijnsteden in de Negev (Avdat, Halutza, Mamshit en Shivta)
- Witte stad van Tel Aviv

Sport

IsraŽl debuteerde in 1952 op de Olympische Spelen, maar wist pas op de Spelen van Barcelona 1992 de eerste medailles te behalen. Dieptepunt waren de Olympische Zomerspelen 1972 in MŁnchen toen een aantal Palestijnse guerrillastrijders twee IsraŽli's doodden en negen leden van de IsraŽlische ploeg gijzelden die later allen om het leven kwamen.

Voetbal en basketbal zijn de populairste sporten. De voetbalclub Maccabi Tel Aviv FC uit Tel Aviv is onderdeel van de algemene sportvereniging Maccabi Tel Aviv Association en is de succesvolste voetbalclub van IsraŽl.

Bij de Wereldkampioenschappen judo behaalde Yael Arad in 1991 een eerste bronzen medaille. Tijdens de Olympische Zomerspelen 1992 en bij het WK in 1993 werd het zilver.

Terug naar het reisverslag