Jeruzalem

Belangrijkheid voor het geloof

De stad, die heilig is voor joden, christenen en moslims, is ongetijfeld het kroonjuweel van het oude en nieuwe IsraŽl.

Abraham's voorgenomen offer van izaak op de Berg Moria, dat door God op het laatste moment werd verhinderd. David's keuze van het Jebusietenstadje als hoofdstad van zijn rijk, en de bouw van de Tempel door Salomo hebben Jeruzalem een eerste plaats in de harten van de joden gegeven. Sinds de verwoesting van de Tempel en de verbanning van de joods bevolking keren joden zich overal ter wereld, wanneer zij bidden in de richting vn Jeruzalem.

Voor christenen bestaat de band met Jeruzalem vooral uit de laatste jaren van het leven van Jezus. Het was hier in Jeruzalem dat hij preekte, gevangen werd genomen en gekruisugd en hier verrees hij uit de dood.

Voor moslims is Jeruzalem na Mekka en Medina de 3de heilige stad omdat volgens de traditie de profeet Mohammed hier nabij de El-Aksa moskee naar de Zevend hemel opsteeg.

Het moderne Jeruzalem

Het moderne Jeruzalem heeft zich ontwikkeld tot een belangrijk cultureel centrum, met een verscheidenheid van musea, galerijen, theaters, een grote universiteit en talrijke scholen voor bijbel- en talmoedstudie. Ook de hoogste organen van wetgevende uitvoerende en rechtelijke macht zijn gevesigd in Jeruzalem. Een van de unieke aspecten van het straatbeeld is de bonte verscheidenheid van klederdrachten, joodse chassiedische capotes, moslim galaabia's, priesterkleding en monnikspijen van alle denkbare geloofrichtingen, afgewisseld met pelgrimsdrachten van overal ter wereld en westerse spijkerbroeken. Het geluid van de kerkklokken mengt zich met de roep van de muezzins vanaf minaretten van moskeeŽn, het geroezemoes vanuit de jesjiewot en de luide aansprijzingen van de kooplieden.

De stadspoorten van Jeruzalem

8 stadspoorten gaven toegang tot de door een muur omringde Oude Stad. Met uitzondering van de Nieuwe Poort werden ze allemaal gebouwd door Soeleman de Grote.

Damascuspoort:
De meest belangrijke van de 8 poorten, wordt door velen als de mooiste beschouwd. Hij dateert uit 1537 en ontleent zijn naam aan het feit dat hier de weg van Jeruzalem naar Damascus begon.

Nieuwe Poort:
Deze werd in 1887 gebouwd om de doorgaang van de Christelijke Wijk naar de instellingen buiten de muur te vergemakkelijken.

Jaffapoort:
Was het beginpunt van de weg naar Jaffa, die belangrijk was voor de handeld met het buitenland.

Zionpoort: Soms de poort van de Joodse Wijk genoemd, vanwege de nabijheid van de Joodse Wijk, verbindt de Armeense wijk in de Oude Stad met Zionsberg.

Mestpoort:
Ligt het dicht bij de Westelijke Muur (vroeger de Klaagmuur genoemd). Het was een lage smalle poort, net breed genoed om een ezel en zijn begeleider. Een deel van het rioolwater van de Oude Stad wordt door een eeuwenoud onder de poort gelegen afvoorsysteeem naar het Kidrondal afgevoerd.

Gouden Poort:
Ook wel Poort der Genade genoemd, bevindt zich in de oostelijke muur van de Tempelberg. De poort wer jaren gelegen door de Turken dichtgemetsel. Volgens de Joodse traditie zal de Messias door deze poort Jeruzalem binnengaan.

Leeuwenpoort:
Is genoemd naar de reliŽfs van leeuwen ter weerszijden van de ingang die als het ware de poort bewaken. De poort staat ook bekend onder de naam St Stefanspoort, aangezien volgens de traditie Stefanus dicht bij deze plaats de marteldood zou zijn gestorven.

Herodespoort:
Is genoemd naar een nabijgelegen kerk, die, overrigens onterecht, met de verblijfplaats van Heodes Antipas werd geÔdentificeert. Aangezien de poort veersierd is met een bloemmotief wordt hij in het hebreeuws Bloemenpoort genoemd. Tot 1875 was de poort gesloten.

De Citadel

Het Citadel-complex, aan de westzijde van de Oude Stad, ligt op de plaats waar in de 1ste eeuw Herodes zijn paleis bouwde. De enorme stenen vormen een van Herodus meest indrukwekkende vestingswerken. Na de verwoesting door de Romeinen bleef alleen dit deel van de stadsmuren overeind.

De toren van FasaeŽl, net achter de Jaffapoort, is nog steeds een opvallend oriŽntatiepunt. Vanaf het dak heeft men een prachtig uitzicht op de Oude Stad. Een stenen trap geeft toegang tot een voetpad rondom de muren van de Oude Stad. Deze wandeling bovenop de muren is verdeeld in 4 routes. Elk wandeling geeft een adelbenemend uitzicht over verschillende delen van de Oude Stad. Het Citadel museum huisvest onder meer een permanente collectie van klederdrachten in Jeruzalem door de eeuwen heen en als een grote maquette van Jeruzalem in de 19de eeuw.

De Westelijke Muur

Waarom is de Klaagmuur belangrijk voor Joden?:
Dat de Klaagmuur zijn naam dankt aan het feit dat je er terecht kunt met al je klachten is eigenlijk een misverstand. De 2de tempel werd in 70 na Chr verwoest. Veel Joden kwamen daarom samen bij de enige muur die nog overeind stond om te rouwen. Vanwege het rouwen werd de muur door niet-Joden al snel gekscherend ĎKlaagmuurí genoemd. Tegenwoordig is Klaagmuur de algemene term die wordt gebruikt om de muur aan te duiden. Joden zelf spreken van westelijke muur of westmuur.

Wanneer is de Klaagmuur gebouwd?:
De bouw van de 2de tempel werd voltooid rond 515 voor Christus. Deze was veel bescheidener dan zijn voorganger, die ongeveer op dezelfde plek heeft gestaan. Koning Herodes liet het tempelcomplex uitbreiden en opknappen. Een onderdeel van zijn restauratieplan was het bouwen van een enorm platform rondom de hele heuveltop. Zo ontstond er een groot plein rond de tempel. Pas in het jaar 64 na Christus, 60 jaar na de dood van Herodes, was de restauratie voltooid. De westelijke muur van het platform was op dat moment maar liefst 487 meter lang. Na de verwoesting van de tempel in 70 na Christus is daar nog maar zoín 50 meter van over. Dat gedeelte noemen we dus de Klaagmuur. Van de 26 steenlagen die van Herodes zijn overgebleven zijn er boven de grond maar zeven zichtbaar. De andere 19 liggen onder de grond en zijn deels te bezichtigen voor toeristen.

Geschiedenis van de Klaagmuur:
Na de vernietiging van de tempel in het jaar 70 is de Klaagmuur altijd dŤ heilige plek geweest in het jodendom. De tempel is dan wel verwoest, de Goddelijke inwoning zal volgens joden (en veel christenen) altijd aan deze plek verbonden blijven. Tot het einde van de Jordaanse bezetting van Jeruzalem in 1967 konden Joden niet bij de Klaagmuur komen. Toen IsraŽlische troepen de Oude Stad bevrijdden trokken veel Joden meteen naar de Westmuur om te bidden. Tegenwoordig is de Klaagmuur voor iedereen toegankelijk. Wel zijn er scherpe veiligheidsmaatregelen om het plein voor de muur op te kunnen.

Mannen en vrouwen bij de Klaagmuur:
Voor 1948 baden mannen en vrouwen gemengd bij de Klaagmuur. Tussen 1948 en 1967 werd er vanwege de Jordaanse bezetting en het daaraan verbonden gebiedsverbod voor Joden helemaal niet gebeden bij de muur. Nadat IsraŽl het in 1967 weer voor het zeggen kreeg in grote delen van de Oude Stad werd er een apart gedeelte ingericht voor mannen en ook een gedeelte voor vrouwen. Er werd dus niet langer gemengd gebeden, maar in gescheiden vakken. Veel mensen denken dat dit te maken heeft met de discriminatie van vrouwen. De daadwerkelijke reden voor het instellen van gescheiden gebedsvakken is omdat het jodendom uitgaat van een verschillende spirituele rol die man en vrouw moeten vervullen. Daarom gelden er voor vrouwen aanvullende regels bij de Westmuur. Zo mogen ze er niet hardop bidden en geen gebedskleed dragen. Dus discriminatie tov de vrouw, volgens mijn mening.

Waarom worden er briefjes in de Klaagmuur gestopt?:
Het ritueel is waarschijnlijk pas ontstaan in de 18 eeuw, toen rabbijn Chaim ibn Attar een behoeftige man aanrade een amulet tussen de stenen van de muur te plaatsen. Het idee van de gebedenbriefjes was geboren en behoort tot de Joodse traditie. Men gelooft dat de Goddelijke aanwezigheid nooit van de muur is weggeweest en de gebeden nog altijd via de Westmuur opstijgen. Tegenwoordig worden jaarlijks honderdduizenden briefjes tussen de stenen van de muur gepropt. Twee keer per jaar (rond Pesach en rond Joods Nieuwjaar) verzamelen speciale schoonmaakteams de briefjes. Omdat het vernietigen van heilige teksten in het jodendom verboden is, worden de briefjes begraven op de Olijfberg. Zowel Joden als niet-Joden mogen briefjes in de klaagmuur steken.

De Oude Stad

De oude stad is verdeelt in 4 wijken, ieder met een eigen karakter. Het noordwestelijke deel is de Christelijke wijk, de Arabische wijk ligt in het noordoosten, de Armeense in het zuidwesten en de Joodse wijk in het zuidoosten.

Deze 4 wijken, die tezamen een oppervlakte van ca. 85 hectare beslaan, zijn omringd door de stadsmuur die gedurende de regering van Soeleman de Grote tusssen 1536 en 1539 werd gebouwd.

De Joodse wijk

De wijk ligt in het zuidoosten van het ommuurde stadsdeel. Het strekt zich uit van de Zionspoort in het zuiden tot de Westelijke muur van de Tempelberg in het oosten. De Joodse wijk bevond zich aanvankelijk bij de Marokkaanse poort en de poort van Coponius in het zuidwestelijke deel van de westelijke muur. Een van de kenmerkendste gebouwen in de wijk is de Hurva-synagoge. Dit gebouw uit 1864 werd verwoest in 1948.

Na de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 door de Romeinen verspreidde zich een groot deel van de Joodse bevolking over de wereld. Vůůr die tijd woonden er ook al meer Joden in de zogenaamde Joodse diaspora dan in Palestina. De bevolking van de Joodse wijk was ten tijde van het Ottomaanse Rijk niet homogeen. Wanneer de Joodse wijk is ontstaan, is niet exact vast te stellen, maar de bevolking van de stad kreeg een gevarieerde opbouw doordat verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar in wijken gingen wonen. Vanaf 1840 kwam er een golf van Joodse immigranten en groeide het aantal Joden in een paar jaar tijd van 2000 naar 5000. De meeste woningen werden gehuurd van niet-Joodse eigenaars. Tijdens de Arabisch-IsraŽlische Oorlog van 1948 werd de bevolking van ongeveer 2000 Joden in de Joodse wijk gedwongen de wijk te verlaten. In 1948 werd West-Jeruzalem veroverd door de toen opgerichte staat IsraŽl, en veroverde JordaniŽ Oost-Jeruzalem inclusief de Oude Stad. De Joodse bewoners werden gedwongen te vertrekken en een groot deel van de wijk, inclusief tientallen synagoges werd verwoest. Gedurende de Jordaanse bezetting tot 1967, toen IsraŽl de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem veroverde en bezette, was de wijk verboden gebied voor Joden. Gedurende de 1ste week na de inname van de Oude Stad werd de Marokkaanse wijk met z'n 25 woningen met de grond gelijkgemaakt om een plein te maken aan de voet van de Westmuur.

Opgravingen in de Joodse wijk hebben grote delen van Jeruzalem van 2000 jaar geleden en eerder blootgelegd. De Cardo Maximus, de hoofdstraat van de Romeins-Byzantijnse stad, is gedeeltelijk opgegraven en gerestaureerd. De straat is eveneens afgebeeld op de Madaba-kaart, een mozaiŽk uit de 6de eeuw dat in JordaniŽ werd gevonden. Een kopie van een deel van deze kaart aan het begin van de Cardo toont de de met zuilen afgezette Cardo. overblijfselen van de oudste muren van Jeruzalem en andere muren van Jeruzalem en andere bouwwerken uit de Byzantijnse en kruisvaarderstrijd vormen een onderdeel van de gereconstrueerde Cardo, waarvan zelfs het oorspronkelijke plaveisel bewaard is gebleven.

De opgravingen na 1967 hebben veel bijgedragen tot onze kennis over de leefwijze van de joden in Jeruzalem tot aan de verwoesting van de Tweede Tempel. Het zogeheten "Verbrande huis" is ťťn van de weinige woningen in de Bovenstad, die door de romeinen in het jaar 70 na chr. werd verwoest. Ook zijn overblijfselen blootgelegd van muren en een toren uit de 1ste IsraŽlietische periode. Na de verdrijving van de kruisvaarders door Saladin in 1187 herleelde de joodse aanwezigheid in Jeruzalem. Er werden synagoges en regilieuze leerscholen gebouwd, die evenwel tijdens de Jordaanse bezetting van Jeruzalem van 1948 tot 1967 volledig werden verwoest.

De herbouwde Joodse wijk bevat behalve talrijke synagoges en h-jesjewot, ook moderne woningen rond geplaveide binnenpleintjes en smaakvolle aangelegde tuintjes. Oud en nieuw vloeien bijna onmerkbaar in elkaar over in deze Eeuwige Stad.

De Tempelberg, Tempelplein

Voor de 3 grote monotheÔstische godsdiensten is de Tempelberg het historische enb geestelijk brandpunt van Jeruzalem. Joden beschouwen deze plaats als de Berg Moria, de allerheiligste plaats op aarde. De uitstekende rostpunt in het midden van de Tempelberg, die nu bedekt is door de Rostkoepel, is de plaats waar Abraham zich voorbereide om zijn zoon Izaak te offeren. Koning Salomo bouwde hier de 1ste tempel, later gevolgd door de veel grotere 2de tempel van Herodes. Voor christenen is de plaats verbonden met het optreden en de preken van Jezus, terwijl moslims hem vereenzelvigen met de plaats vanwaar Mohamed ten hemel steeg.

Religieuze betekenis van de Tempelberg:
De rots in de Rotskoepel Weinig plaatsen op aarde zijn meer beladen met religieuze betekenis en mythen dan de Tempelberg in Jeruzalem. De Rotskoepel is gebouwd over de top van de berg Moriah, de plek waar volgens de door moslims betrouwbaar geachte Bijbelse overlevering Abraham zijn zoon moest offeren van God. In de Koran wordt de naam van de zoon niet genoemd, maar veel moslims geloven dat de zoon IsmaÔl was, de zoon die Abraham bij zijn slavin Hagar had. IsmaÔl is de stamvader van de Arabieren. De Tenach oftewel het Oude Testament zegt daarentegen dat Abraham zijn andere zoon Isaak, een stamvader van de IsraŽlieten, moest offeren. Isaak is de zoon die Abraham bij zijn vrouw Sarah had. De rotsplaat in het midden van de Rotskoepel het centrum van het gebouw is volgens de traditie het natuurlijke altaar waarop Abrahams zoon geofferd moest worden. Vandaar de naam Rotskoepel.

Vanaf precies dezelfde plek zou Mohammed, zittend op de rug van het hemelse dier Buraq, zijn Nachtreis naar de hemel zijn begonnen. Volgens de Hadith reisde Mohammed allereerst naar Jeruzalem en ging andere daar aanwezige profeten, waaronder Ibrahim en Musa, voor in het gebed. Hij besteeg vervolgens een ladder van licht en bezocht de zeven hemelen. Later die nacht keerde hij terug in Mekka. Toen de Qoeraisj hoorde van de reis, stelden zij Mohammed vragen over hoe Jeruzalem eruitzag; zij twijfelden aan zijn verhaal. Er bestaan verschillende opvattingen over of Mohammed de reis alleen geestelijk of ook lichamelijk maakte.

Het Tempelplein
De tempel op het tempelplein was vroeger het belangrijkste gebouw van Jeruzalem. Ook nu beheerst dit plein het beeld van de stad, zeker wanneer men op de Olijfberg staat. De gouden koepel van de ĎRotskoepelí springt het meest in het oog. Het is een monument dat gebouwd werd op de plaats waar volgens de Bijbel en de Koran Abraham zijn zoon aan God moest offeren. Volgens sommigen stond vroeger op deze plaats het Heilige der Heiligen van de tempel.

Ten westen van de Rotskoepel is de Klaagmuur. Dit is het enige wat nu nog overblijft van de grote tempel in Jeruzalem. Die muur was een deel van de fundamenten voor het tempelterras. Omdat joden er kwamen om het verlies van hun tempel te betreuren, werd de muur 'Klaagmuur' genoemd. Van overal in de wereld komen ze er bidden. Soms schrijven ze op een briefje wat ze willen zeggen of vragen aan God en stoppen dat in een spleetje tussen de stenen van de muur. Mannen en vrouwen hebben elk een deel van de Klaagmuur voor zich alleen.

Tempel

Het woord Ďtempelí betekent: Ďhuisí, een huis dat met stenen gebouwd is. In een godsdienst is een 'tempel' het huis van de godheid.

De 1ste tempel (De tempel van Salomo)
Op het einde van zijn regering kocht David voor 50 sjekel zilver de top van de berg Sion van de Jebusiet Arauna, die de platte top van de berg gebruikte als dorsvloer. Uiteindelijk liet koning Salomo daar een tempel bouwen om er de ark van het verbond in te plaatsen. Daarvoor bouwde hij een kunstmatig verhoogd plateau. Naast het tempelgebouw kwamen er zijruimtes (drie verdiepingen hoog) met opslagplaatsen, kantoren en ontmoetingsruimtes. Die tempel was dubbel zo groot als de tabernakel (de tent waarin de ark van het Verbond werd bewaard tijdens de 40 jaar durende tocht door de woestijn) en was opgetrokken in steen. De binnenkant van de ruimtes waren bekleed met cederhout en goud.
In het Heilige der Heiligen van die tempel stond de ark van het verbond. Die ark was een kist, een koffer van acaciahout (1,25 x 0,75 x 0,75) die met goud bekleed was. Op de ark stonden 2 engelen die een zetel maakten waarop de onzichtbare God troonde. De ark was voorzien van ringen waar men draagstokken door kon steken, zodat die gemakkelijk op te nemen en te dragen was. In de ark werden de stenen bewaard waarop de 10 woorden van God (geboden) waren gegrift. Zo werd de ark het symbool van de tegenwoordigheid van de onzichtbare God. Waar de ark was, daar was God.
De tempel van Salomo functioneerde 400 jaar tot ze in 586 voor Christus door de BabyloniŽrs onder leiding van Nebucadessar verwoest werd en in brand gestoken. Veel tempelvoorwerpen werden toen omgesmolten of als oorlogsbuit naar Babel weggevoerd. Daarna lag de tempel bijna 70 jaar lang in puin.

De 2de tempel
Toen de joden met de komst van het Perzische Rijk uit de ballingschap terugkeerden, bouwden ze onder leiding van Zerubbabel de 2de tempel. Die werd in 515 voor Christus ingewijd. Die 2de tempel was minder imposant dan de 1ste. Bovendien stond de ark van het verbond niet meer in het Heilige der Heiligen. De profeet Jeremia had die nog voor de verwoesting van de tempel in veiligheid gebracht in een grot op de berg Nebo in Oost-JordaniŽ, maar later werd die er niet meer in teruggevonden.

Restauratie onder Herodes de Grote
Toen Herodes de Grote (de koning die regeerde toen Jezus werd geboren) koning werd, liet hij in 19 voor Christus de 2de tempel restaureren en verfraaien. Hierbij liet hij het tempelcomplex uitbreiden met verschillende voorhoven. Het hele tempelplein werd omgeven met gaanderijen. In 10 of 9 voor Christus werd de tempel voor het eerst opnieuw in gebruik genomen, maar de bouwactiviteiten duurden nog voort tot 64 na Christus. Die tempel was een van de mooiste architectuurcomplexen van het Romeinse Rijk. In 70 na Christus verwoestten de Romeinen de tempel onder leiding van Titus, de zoon van keizer Vespasianus. Alleen de westelijke muur bleef staan. Ze maakte deel uit van de muur die het plateau, waarop de tempel stond, omringde en ondersteunde. Die plek is nu gekend als de Klaagmuur. In Rome geeft de triomfboog van de latere keizer Titus een overzicht van de buit die in Jeruzalem werd gemaakt, waaronder de zevenarmige kandelaar. Toen de Joodse opstand tegen de Romeinse bezetters onder Simon Bar Kochba in 134 verslagen werd, riepen de Romeinen Jeruzalem uit tot een Romeinse kolonie met de naam 'Aelia Capitolina'. Op het tempelplein werden beelden geplaatst van de god Jupiter en van Romeinse keizers.

De tempel in de tijd van Jezus
De tempel stond in het midden van een groot plein (voorhof). Op dat plein mocht iedereen komen, ook wie geen jood was. Daarom heette het: 'Voorhof der heidenen'. Op dit plein verkocht men lammeren en duiven om te offeren. Rondom het plein waren zuilengangen, waar mensen in de schaduw konden uitrusten en met elkaar praten en discussiŽren. Alleen joden mochten in de eigenlijke tempelgebouwen komen. Wie geen jood was en toch in de tempel ging, werd gedood. Dat stond in 3 talen op een steen geschreven: het Grieks, het Hebreeuws en het Latijn: Verboden voor niet-joden Geen vreemdeling mag binnen de omheining gaan rond het heiligdom. Wie toch verder gaat, zal dit met de dood bekopen. Deze grote kalksteen, die nu te zien is in het Archeologisch Museum van Istanbul, was lange tijd ingemetseld in de muur van een schooltje in Jeruzalem, vlak bij het tempelplein. Archeologen herkenden hierin ťťn van de stenen die in de tijd van Jezus in de Ďtussenmuurí van het tempelplein voorkwamen. Die Ďtussenmuurí scheidde de voorhof van de heidenen van de voorhoven waar alleen joden mochten komen. In de voorste voorhof mochten alle Joden komen. Dit voorhof wordt ook 'Voorhof van de vrouwen' genoemd, omdat joodse vrouwen niet verder mochten gaan. De mannen konden nog een poort doorlopen naar de voorhof van de mannen. In de 'Voorhof der priesters' stonden het brandofferaltaar en het koperen wasvat. Daar werden de lammeren geslacht die de mannen meebrachten. Enkele stukken van de dieren werden op het altaar verbrand als offer voor God. Wie de trappen naar de tempel opliep kwam eerst in een voorhal. In de tempel zelf mochten alleen de priesters komen. Achter de voorhal was het 'Heilige', de ruimte waarin tien gouden kandelaars met zeven armen stonden, het reukofferaltaar en de tafel met de toonbroden. Daarachter was het 'Heilige der heiligen'. Deze centrale plaats in de tempel was een donkere lege kubusvormige ruimte waar alleen licht door de deuropening kwam. De hogepriester, die door loting was aangeduid, kwam er eenmaal per jaar op Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. In de tempel van Salomo stond in die ruimte de ark van het verbond. De toegang tot het 'Heilige der Heiligen' werd afgesloten met een voorhangsel, een groot geweven gordijn.

Diensten in de tempel
In de tempel werd elke morgen en avond een brandoffer gebracht in de priestervoorhof, samen met een wierookoffer in het heiligdom. Er was koorzang met muzikale begeleiding en gezamenlijke gebeden. Daarnaast werden ook vrijwillige offers gebracht door het volk. Driemaal per jaar trokken de IsraŽlieten naar de tempel voor het paasfeest, het pinksterfeest en het Loofhuttenfeest. Elk jaar moesten alle joden een halve sjekel (= twee drachmen) betalen aan de tempel voor het onderhoud ervan. Toen Jezus leefde was dit geld niet meer in omloop en moest men de gangbare Griekse en Romeinse munten omwisselen bij geldwisselaars die zich op het tempelplein bevonden.

De Rotskoepel

De Rotskoepel is een islamitische schrijn en gebouwd tussen 688 en 692. Het met een gouden dak bedekte is een van de mooiste gebouwen ter wereld en het meeste opvallende en kenmerkende bouwwerk van de stad. De schitterende mozaÔken, tapijten en glas-in-lood ramen van het interieur wedijveren met de marmer en blauwe en goudgekleurde tegels beklede buitenmuren van het gebouw. Het gebouw is geen moskee maar een gedenkplaats, ook al wordt soms de benaming Rotskoepelmoskee gebruikt. De Al-Aksa-moskee, een van de 1rste en heiligste moskeeŽn van de Islam, bevindt zich naast de koepel. De Rotskoepel is gebouwd door kalief Abd al-Malik van de Omajjaden uit Damascus. Het gebouw is sinds 1967 ook voor niet-moslims (beperkt) toegankelijk.

Toen de bouw van de Rotskoepel begon in 685, stond op die plek een door kalief Omar gebouwde kleine houten moskee. Het grondplan van de Rotskoepel vormt een achthoek met een doorsnede van zo'n 55 m. Het gebouw is in totaal 30 m hoog. De koepel is met bladgoud afgewerkt en heeft een doorsnede van 20,44 m. De koepel is geplaatst boven op een cilinder. In de cilinder bevinden zich 16 ramen die licht binnenlaten. Het dragende gedeelte van het bouwwerk bestaat uit 12 pilaren die samen met 28 zuilen alternerend zijn opgesteld.

De binnenkant van het gebouw is rijk versierd met mozaÔeken, die een fantastische tuin afbeelden. Er zijn acanthussen te herkennen met vruchten en juwelen. De pilaren hebben kapitelen van de Korinthische orde. De vorm is gebaseerd op de Byzantijnse architectuur voor monumentale gebouwen en de bouw werd mede mogelijk door het advies en de medewerking van Byzantijnse handwerklieden. Het uiterlijk van de Rotskoepel doet in alle aspecten denken aan de vroegchristelijke bouwkunst en de Byzantijnse bouwkunst van SyriŽ en Palestina, zoals ook te zien is aan het overeenkomstige bouwplan en uiterlijk van de Heilig-Grafkerk in Jeruzalem en de Kathedraal van Bosra.

Doel en betekenis van de Rotskoepel:
Voor Abd al-Malik had het gebouw vooral een belangrijke politieke functie. De precieze reden waarom Abd al-Malik de Rotskoepel liet bouwen, is niet bekend. Verschillende historici hebben hierover gespeculeerd.

Een 1ste mogelijke verklaring is de strijd met het christendom. In zijn Byzantijnse bouwstijl lijkt de Rotskoepel als twee druppels water op het 1ste deel van de Heilig Grafkerk, de veruit belangrijkste christelijke kerk in de stad, die zich enkele 100den meters verderop bevindt. Het gebouw heeft de vorm van een martyrium. Volgens sommige historici wilde Abd al-Malik dan ook met het bouwwerk duidelijk maken dat de islam in tegenstelling tot het christendom de definitieve religie was.

Een 2de mogelijke verklaring is, dat Abd al-Malik met dit indrukwekkende monument hoopte de bevolking - en hun belastinggelden - aan zich te binden en zo te concurreren met de heersers van de heilige steden Mekka en Medina. Daarnaast wilde hij natuurlijk de wereld duidelijk maken dat de islam een macht was geworden om rekening mee te houden.

Een 3de mogelijke verklaring, gegeven door de Amerikaanse hoogleraar Fred Donner, is de verwachte komst van de Dag des oordeels. De plek waar de Rotskoepel gebouwd is, wordt in de 3 monotheÔstische religies gezien als de plek waar het Laatste Oordeel plaats zal vinden. Het is daarom goed mogelijk dat Abd al-Malik de Rotskoepel liet bouwen om een geschikte, grootse plek te hebben waar hij, als leider van de gelovigen, voor God kon verschijnen

De Sultansvijver

Silwan (Siloam), gelegen even buiten de muren van de Oude Stad tussen de Ofelberg en het Kidrondal, is de plaats die 5000 jaar geleden door Koning David werd gekozen voor de stichting van de hoofdstad van zijn rijk. De Judese koning Hizkia was de opdrachtgever van Sultansvijver en wordt gevoerd door de Gichon Bron via de Tunnel van Hezekia. Gedurende vele eeuwen was dit het enige waterreservoir van de stad, waardoor het vooral in oorlogstijd belangrijk was zijn oorsprong te verbergen en om te leiden. Dit werd gedaan door koning Hezekia met zodanig succes dat tot de 15de eeuw de inwilers van Jeruzalem niet wisten dat de Sultaansvijver niet de bron van hun watervoorziening was.

In het Nieuwe Testament komt de vijver ook voor, in het Evangelie volgens Johannes 9:7 wordt de vijver genoemd. Een door Jezus behandelde blinde zou na zijn ogen in opdracht van Jezus in de vijver te hebben afgewassen zijn genezen. In de buurt van de vijver stond de eveneens in het Nieuwe Testament vermelde Toren van Siloam.

De El-Aqsa Moskee

De El-Aqsa Moskee is gebouwd op een steenworp afstand van de Rotskoepel op de zuidzijde van de Haram al-Sharif. De Al-Aqsa moskee is de grootste moskee van Jeruzalem met plaats voor ongeveer 5.000 mensen. Het is een van de 3 heilige plaatsen van de Islam, na de Ka'aba in Mekka en de Moskee van de Profeet in Medina. De religieuze gebouwen op de Tempelberg worden beheerd door een Jordaanse Islamitische waqf. De moskee is alleen voor moslims toegankelijk.

Geschiedenis:
Na de verovering van Jeruzalem in 638 door de moslims werd Jeruzalem geÔslamiseerd. Op de Tempelberg bouwde Omar kalief Abd al-Malik de Rotskoepel. Twintig jaar later, circa 711 bouwde Maliks zoon, Al-Walid (regeerde 705-715) de El-Aqsa moskee. Hij noemde het El-Aqsa, opdat het zou klinken als de in de Koran genoemde 'Verre Moskee' (Al-Aqsa Al-Masjid).

Tijdens de Eerste Kruistocht in 1099 namen de kruisvaarders Jeruzalem in en richtten in de moskee een bloederige slachting aan; dit is door de christelijke kroniekschrijver Fulcher van Chartres beschreven. De belegerden, die in en zelfs op de moskee waren gevlucht, werden met pijlen gedood en van het dak geworpen. Binnen werden 10.000 personen onthoofd, vrouwen en kinderen niet uitgezonderd. Men waadde er enkeldiep door het bloed, nog steeds volgens Fulcher. Zijn Arabische tegenhanger Ali Ibn al-Athir had het over 70.000 doden. De kruisvaarders ontnamen de El-Aqsa moskee zijn religieuze functie en richtten er vanaf 1104 het bestuurlijk centrum in van hun kruisvaardersstaat, het koninkrijk Jeruzalem. Bij hen stond de moskee bekend als Tempel van Salomon. Ze gebruikten hem als koninklijk paleis en de ondergrondse gewelven als stallen. In 1119 wees koning Boudewijn II van Jeruzalem een vleugel ervan toe aan de Tempeliers. De naam van deze orde, voluit Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo, is een rechtstreekse verwijzing naar dit nieuwe hoofdkwartier. Enige tijd later verhuisde koning Boudewijn naar een nieuw paleis bij de toren PhasaŽl. De Tempeliers hadden de voormalige moskee toen voor zich alleen en lieten aan de oost- en westzijde nieuwe constructies optrekken (afgebroken in 1943). Dankzij de aantekeningen van de Duitse pelgrim Johannes von WŁrzburg is een beschrijving van hun complex overgeleverd.

Na de herovering van Jeruzalem liet Saladin een grote dankdienst houden in Al-Aqsamoskee (9 oktober 1187). Later liet hij de moskee grondig verbouwen (1216-17).

De Stallen van Salomo

Enkele treden in de geplveide binnenplaats aan de oostkant van de El-Aqsa Moskee leiden naar een ondergronds gewelf dat de Stallen van Salomo wordt genoemd, een verwijzing naar het feit dat deze plaats door de kruisvaarders als paardenstal werd gebruikt.

Markten

Geen enkele bezoeker van Jeruzalem kan zich onttrekken aan de charme van de bazaars en openluchtmarkten van de oude stad. De verscheidenheid van specerijen, zoetigheden en alle mogelijke groenten en fruit vormen voor de toerist dat het leven in het Midden Oosten wel heel anders is dan hij thuis gewend is.

De via Dolorosa

De kruiweg symboliseert de weg die Jezus, het kruis dragend, aflegde vanaf de plaats van zijn veroodeling (het Pretoritum) naar de Calvarieberg. Elke vrijdagochtend volgend groepen christelijke pelgrims van over de gehele wereld begeleid door Franciskamer monniken deze weg, die gemarkeerd ordt door 14 kruisstaties, beginnend bij de Kerk van de Geseling en eindigend bij de Kerk van het Heilige Graf.

Elk van de kruisstaties verbeeldr een van de gebeurtenissen die plaatsvond gedurende jezus' laatste tocht op aarde voor de kruisiging. Negen kruisstaties staan langs de via Dolorosa zelf, terwijl de laatste 5 zich binnen in de Kerk van het Heilige Graf bevinden.

De Heiliege Graf Kerk

De Heiliege Graf Kerk, voor veel, christenen een van hun heiligste plaatsen, ligt aan he einde van de via Dolorosa. In het jaar 325 n. C., gelaste Keizer Constantijn de Grote de bouw van een kerk op de plaats waar algemeen verondersteld werd waar Jezus gekruisigd en begraven werd. De moeder van Constantijn de Grote, keizerin Helena, had het graf van Jezus ontdekt nadat de plaats haar in een droom was geopenbaard.

De oorspronkelijke kerk bestond uit 3 delen, de Anastasis, een ronde kerk boven het lege graf, het Martyrium, een basiliek en Calvarie een heiligdom op het plein tussen de 2 kerken waar Jezus de kruisdood zou zijn gestorven. In 614 n. C. werden al deze gebouwen door de Perzen verwoest. Zij werden hebouwd en in 1099 opnieuw verwoest door kalief Haldim. De kerken werden opnieuw gedeeltelijk herbouwd totdat in 1149 de kruisvaarders de huidige kerk oprichten, waarbij zowel het graf als de plaats van kruisiging onder ťťn dak werden gebracht.

De Olijfberg

Voor christenen is de Olijfberg een belangrijke plaats. Hier sprak Jezus gedurende zijn zending in Jeruzalem zijn volgelingen toe, hier werd hij gevangen genomen, en hier weende hij om het lot van Jeruzalem. Eveneens is hij volgens de traditie vanaf deze plaats ten hemel gevaren. Ook de nabijgelegen Kerk aller Volkeren met zijn rijkversierde voorgevel en de Hof van Getsemane met zijn eeuwen oude olijfbomen, die door de Franciscanen worden verzorgd, zijn belangrijke christelijke bedevaartplaarsen.

Opmerkelijke gebeurtenissen uit de bijbelse geschiedenis worden met de Olijfberg in verband gebracht. Toen koning David voor zijn opstandige zoon Absalom vluchtte, besteeg hij barrevoets en wenend de Olijfberg. Koning Salomo bouwde Ąrechts van de Berg van het VerderfĒ, hoge plaatsen waar afgoderij werd beoefend, maar koning Josia maakte ze later ongeschikt voor aanbidding. In de 1ste eeuw kwam Jezus Christus vaak met zijn discipelen samen in de hof van Gethsemane, die op de Olijfberg of in de omgeving ervan lag. Wanneer Jezus en zijn discipelen in Jeruzalem waren, brachten zij de nacht gewoonlijk in BethaniŽ op de oostelijke helling van de Olijfberg door, ongetwijfeld in het huis van Martha, Maria en Lazarus. Blijkbaar begon Jezus, gezeten op een ezelsveulen, vanuit Bethfage ó dat in de nabijheid van BethaniŽ lag ó zijn zegepralende intocht over de Olijfberg naar Jeruzalem. En op de Olijfberg legde hij zijn discipelen uit wat íhet teken van zijn tegenwoordigheidí. Ten slotte steeg Jezus na zijn opstanding vandaar naar de hemel op.

Kerk aller Volkeren of Kerk van Alle Naties:
In de kerk voor het altaar bevindt zich een rots die wordt aangewezen als de plek waar Jezus alleen bad in de Hof van Olijven in de nacht dat hij werd gearresteerd. In de 4de eeuw stond op deze plek een Byzantijnse basilica, die in 746 door een aardbeving werd vernietigd. In de 12de eeuw werd er een kapel voor de kruisvaarders gebouwd en deze werd in 1345 verlaten. Tussen 1919 en 1924 werd de Kerk van Alle Naties gebouwd, ingezegend 1924. De kerk wordt beheerd door de Franciscanen.

De Kerk van Alle Naties werd ontworpen door Antonio Barluzzi en werd gebaseerd op het ontwerp van een Byzantijnse basilica. Zes monolithische pilaren steunen 12 bogen die elk zijn voorzien van een mozaÔek met de emblemen van de landen die hebben bijgedragen aan de bouw van de kerk. Dit leidde tot de populaire naam van de kerk: Kerk van Alle Naties. De ramen van de kerk zijn gemaakt van albast.

Het mozaÔek op de faÁade is een ontwerp van Giulio Bargellini en toont Jezus als de band tussen God en de mensheid. In de koepel boven het altaar is Jezus biddend op de rots in de Hof van Olijven afgebeeld. In de tuin bij de kerk staan 8, vermoedelijk meer dan 1000 jaar oude olijfbomen.

Het Kidrondal

De Kidrondal bevindt zich aan de oostelijke rand van Jeruzalem, tussen de Tempelberg en de Olijfberg. Veel belangrijke gebeurtenissen uit de bijbelse geschiedenis vonden in de Kidronvallei plaats. Volgens de Joodse traditie zal de Messias, vanuit oostelijke richting komend, de Olijfberg passeren en vanuit het Kidrondal de Tempelberg betreden. Op die dag zullen alle gestorvenen herrijzen om de Messias bij zijn intocht in de stad te begelijden. De indrukwekkende grafkamers die hier in de dagen van de 1ste Tempel in de rotswanden werden uitgehouwen getuigen van de belangrijkhied van dit gebied. Enkele daarvan zijn nog steeds te zien.

Hof van Getsemane:
Getsemane is een tuin of hof aan de voet van de Olijfberg die beroemd is omdat Jezus daar bad in de nacht voor zijn kruisiging. Ten oosten van Jeruzalem ligt de Olijfberg; tussen de Olijfberg en de stad ligt het Kidrondal met daarin Getsemane. De naam zou ontleend aan het Hebreeuws?, Aramees? of Gath-äm‚nÍ, en "oliepers" betekenen.
De Hof van Getsemane werd al vroeg populair bij Christelijke pelgrims. In 333 bracht een anonieme Pelgrim van Bordeaux, wiens Itinerarium Burdigalense de oudste beschrijving is van een christelijke reiziger door het Heilige Land, er een bezoek. In zijn Onomasticon, noemt Eusebius van Caesarea de plek Getsemane, gelegen "aan de voet van de Olijfberg", en voegt eraan toe dat "de gelovigen daar gewoon zijn te bidden".
De eeuwen daarna berichten pelgrims over een bloementuin. Oosterse Christenen bleven bij de oude overlevering, Westerse bezoekers gaven de naam Doodsangst aan de in de buurt gelegen 'Grot van de Doodsangst'. De tuin werd als de plaats van zijn arrestatie gezien. In de 17de eeuw kwam de Hof van Getsemane in handen van de Franciscanen. De meeste pelgrims zagen nu de plaats waar de oude olijfbomen stonden als het Hof van Getsemane. Men geloofde dat deze bomen dateerden uit Jezus' tijd. Van de oude olijfbomen in de hof wordt tegenwoordig gezegd dat ze tot 900 jaar oud zijn. Om de olijfbomen te beschermen zagen de Franciscanen zich genoodzaakt in 1847 een hogere muur te bouwen. De huidige muur is van 1959.
In de nabije omgeving staat de Russisch-orthodoxe Kerk van Maria Magdalena met zijn gouden, uivormige koepel en Russisch of Byzantijns uiterlijk, die gebouwd is door de Russische tsaar Alexander III ter gedachtenis aan zijn moeder.

De Zionsberg

De Zionsberg ligt direct buiten de historische stadsmuren van Jeruzalem, in het zuidwesten van de oude stad. De Zionsberg is een van de hoogste punten van Jeruzalem en speelt vanouds een belangrijke rol in de geschiedenis van de stad. Hier zijn een aantal sites die als heilig worden beschouwd voor het jodendom, het christendom en de islam, waaronder voormalige slagvelden, musea en begraafplaatsen. Volgens de joodse, christelijke en moslimtraditie bevindt het graf van koning David zich op de Zionsberg. Volgens de overlevering zou Maria op zionsberg overleden zijn. De Dormito Kerk met zijn hoog boven de horizon uitrijzen de kegelvormige koepel herrinnert hieraan.

Eveneens op de Zionsberg bevindt zich het Cenakel, de eetzaal waar volgens de overlevering Jezus en zij volgelingen het Laatste Avondmaal vierden (In feite het joodse rituele Peaschmaaltijd). Onder de eetzaal ligt de Zaal van de Voetenwassing, een vertrekje dat toegang geeft tot de traditionele graftombe van koning David. Ofschoon dit vermoedelijk niet het echte graf is, werd de plaats tussen 1948 en 1967, toen de Westelijke muur zich in Jordaanse handen bevond, voor menige jood een alternatief pelgrimsoord. In de 16de eeuw werd het gebouw gebruikt als moskee. Uit die tijd zijn een aantal Arabische inscripties ter ere van koning David, en een gebeeldhouwde nis die naar Mekka gericht is.

West Jeruzalem

De hoge YMCA-toren in westelijk Jeruzalem heeft een prachtig uitzicht op het oude en nieuwe Jeruzalem. De stad heeft zihc in de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. Tal van 1ste klasse hotels, restaurants, cafe's en moderne winkelcentra hebben het nieuwe Jeruzalem omgevormd tot een drukke en opwindende kosmopolietische stad. Nieuwe universiteitsgebouwen, synagogen, museums, bibliotheken en kunstgalerijen vormen een culteer aantrekkingspunt. Ook de nieuwbouw, opgetrokken in de traditionele Jeruzalemse zandsteen en een aantal fraai aangelegde parken bijdragen tot de sfeer en de schoonheid van de stad.

Rondom de stad zijn sinds de zesdaagse oorlog van 1967 een antal nieuwe voorsteden verrezen, die in aanleg en architectuur weinig meer gemeen hebben met de oorspronkelijke tuinsteden die na 1930 door immigranten uit Duitssland werden gesticht.

De Knesset

De Knesset is de zetel van het IsraŽlische parlement, dat in 1966 naar het huidige gebouw verhuisde. Zijn beraadslagingen zijn uiteraard toegangkelijk voor het publiek.

Het lage, in lichtride Jeruzalem kalksteen opgetrokken gebouw, naar een ontwerp van de architecten Joseph Klarwein en Dov Karmi, bevat een aantal belangrijke kunstwerken. In de ontvangstzaal, met een vloer en muren met mozaÔken door Marc Chagall, hangen ook 3 prachitge door Chagall ontworpen wandtapijten. Ten behoeve van de 120 Knessetleden bevinden zich in nhet gebouw ook een synagoge, lees-en conferentiezalen, een blobliotheek en een restautant.

De door Benno Elkan ontworpen menora in de tuin tegenover het Knessetgebouw, is een gift van Groot-BrittaniŽ aan IsraŽl. De menora, die ook het officiŽle embleem is van IsraŽl, werd geÔnpireerd door de 7-armige tempelkandelaar. De reliŽfs tellen 29 episodes uit het joodse leven en de joodse geschiedenis.

Het IsraŽl museum

Het in 1965 geopende IsraŽl museum bevat afbeeldingen gewijd aan ondermeer JudaÔca (Objecten met betrekking tot Joods leven, religie en cultuur, vooral maar niet uitsluitend objecten van literaire, historische of culturele aard of in verband met riten), archeologie en etnografie. Behalve wisselende tentoonstellingen, heeft het een permanente espositie van schilderijen, tekeningen, beeldhouwerken van IsraŽlische kunstenaars. Het museum organiseert regelmatig lezingen, concerten en filmvoorstellingen. De altijd drukke jeugdafdeling is een buitengewone trekpleister voor jeudige bezoekers.

De Schrijn van het Boek:
Een onderdeel van het museum is de Schrijn van het Boek, een speciaal gebouw waarin de kostbare bijbelse manuscripten worden bewaard die in 1947 in de grotten van Koemram werden gevonden. Het gebouw zelf ligt grotendeels onder de grond, terwijl de witte koepel doet denken aan een deksel van de aardewerken waarin de zogenaamde Dode Zeerollen waren verborgen. Deze koepel staat in sterk contrast met de nabije basalten muur. Ook de ondergrondse ligging van het vertrekn waarin de rollen zijn uitgestald schept de sfeer van de grotten waarin de rollen werden gevonden.

Jad Wasjem

Als herinnering aan de joodse martelaren uit de 2de wereldoorlog werd door de Knesset in 1953 een wet aangenomen voor de stichting vna een herdenkingscomplex nabij de Herzlberg. Het centrum van Jad Wasjem is de Zaal der Herinneringen met zijn eeuwige vlam en de namen van de vernietigingskampen. Hier komen ook de officiŽle vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen om hulde te bewijzen aan de slachtoffers. De hoog oprijzende zuil der Heldenmoed werd opgericht ter ere van de joodse verzetsstrijders.

Het Dal ven de Vernietigende Gemeenschappen bestaat uit een door 3 m hoge wanden omgeven groeve waarin de namen zijn gegraveerd van alle tijdens de 2de wereldoorlog vernietigde joodse gemeentes. De nabijgelegen Laan van de Rechtvaardigen der Volkeren vereeuwigt namen van niet-joden die gedurende de 2de wereldoorlog hun leven en veelal dat van hun naasten in de weegschaal stelden om joodse medeburgers uit de handen van de nazi's te redden.

Jeruzalem ten tijde van de 2de tempel

op het terrein van het Holyland Hotel in Jeruzalem staat een model van Jeruzalem in de tijd van de 2de tempel. De op een schaal van 1:50 uitgevoerde maquette werd ontworpen volgend de afmetingen in het hoofdstuk Middot van de Misjna, een onderdeel van de joodse bijbelverkalringen en beschrijvingen door Josefus Flavius.

De constructie uitgevoerd in Jeruzalem zandsteen stond onder toezicht van de archeologische professor Michael Avi-Yonah. Nog steeds, zodra opgravingen nieuwe gegevens aan het licht brengen, worden overeenkomstige veranderingen in het model ingebracht. Het indrukwekkende karakter van het oude Jeruzalem kan worden afgeleid van deze kopie, waarin behalve de Tempel, het paleis van Herodes, het paleis van de ChasjmoneeŽn met eijn tweelingtorens, de openluchtmarkten, herbergen en woonhuizen, zelfs de kleinste details zijn afgebeeld.

Terug naar het reisverslag