Scopusberg

De Scopusberg Een keten heuvels ten oosten van Jeruzalem en door het Kidrondal van de stad gescheiden is, omvat 3 hogere toppen. De Scopusberg (noordelijk), is ongeveer 820 m hoog en dus hoger dan de gemiddelde hoogte van Jeruzalem. De zogenoemde Berg der Ergernis of Berg van het Verderf (zuidelijk) heeft een hoogte van zoín 740 m. De centraal gelegen top tegenover de Tempelberg is op zijn hoogste punt ongeveer 812 m hoog, in de bijbel gewoonlijk de Olijfberg wordt genoemd. In de oudheid was deze heuvelrug met palmbomen, mirtebomen, oliehoudende bomen en vooral met olijfbomen begroeid. De Olijfberg dankte zijn naam aan de olijfbomen. In 66 v.Chr. werd er een Romeins legioen gevestigd en 2 jaar later werd de berg gebruikt als uitvalsbasis om een belegering te starten door 2 Romeinse legioenen. De berg kijkt uit over de stad Jeruzalem en was dientengevolge van oudsher van belang als basis van waaruit de stad aangevallen kon worden. Tijdens deze belegering werd al het hout op de Olijfberg echter gekapt. In 1099 werd de Scopusberg gebruikt als uitvalsbasis door de kruisvaarders.

Na de 1ste Wereldoorlog werden op de berg ruim 2500 soldaten uit Groot-BrittanniŽ, AustraliŽ en Nieuw-Zeeland begraven, die bij de verovering van Jeruzalem waren gesneuveld. Tevens werd er een monument opgericht voor nog eens 3300 gevallenen in Egypte en Palestina. In 1925, in het toenmalige Mandaatgebied Palestina, werd er op de berg door de zionistische beweging een Hebreeuwse universiteit gesticht. In de Arabisch-IsraŽlische Oorlog van 1948 had de nieuwe staat IsraŽl West-Jeruzalem en Trans-JordaniŽ de Westelijke Jordaanoever met de Oude Stad Jeruzalem veroverd, die sindsdien Oost-Jeruzalem werd genoemd. De Scopusberg die ten oosten van de Oude Stad lag werd een IsraŽlisch-Joodse enclave. De toegang vanuit IsraŽl was zeer problematisch. In november 1948 bereikten Moshe Dayan en Abdullah al-Tall een principe-akkoord over vrije toegang tot de Scopusberg onder toezicht van de Verenigde Naties, maar dat was een precaire situatie die geen veiligheid garandeerde. In 1958 doodden Jordaanse sluipschutters vier IsraŽli's en een VN-waarnemer op de Scopusberg. De universiteit, de bibliotheek en het hospitaal bleven in die periode gesloten.

In de Zesdaagse Oorlog van 1967 werd de Westelijke Jordaanoever met Oost-Jeruzalem door IsraŽl veroverd en bezet. Kort daarna werd Oost-Jeruzalem samen met de omliggende Palestijnse dorpen door IsraŽl geannexeerd en bestuurlijk samengevoegd met West-Jeruzalem tot de IsraŽlische gemeente Jeruzalem, waar sindsdien ook de Scopusberg deel van uitmaakt. Deze annexatie van Oost-Jeruzalem is door de Verenigde Naties herhaaldelijk veroordeeld.

Terug naar het reisverslag