JordaniŽ

JordaniŽ, met als hoofdstad Amman, is gelegen ten oosten van IsraŽl en de Westelijke Jordaanoever met als grens de rivier de Jordaan en de Dode Zee (een zoutmeer). In het noorden grenst het aan SyriŽ, in het noordoosten aan Irak en Saoedi-ArabiŽ in het zuidoosten. Via de Golf van Akaba in het zuiden heeft JordaniŽ toegang tot de Rode Zee.

Geschiedenis van JordaniŽ

De Geschiedenis van JordaniŽ bestaat uit twee delen: de geschiedenis van vůůr het ontstaan van de bestuurlijke eenheid Trans-JordaniŽ in 1923 en de geschiedenis van daarna.

Oudheid

JordaniŽ was onderdeel van de zogenaamde Vruchtbare Halve Maan, de streek in het Midden-Oosten waar landbouw is ontstaan, zo'n 10.000 jaar geleden. Alleen het westelijke en noordelijke deel van het huidige JordaniŽ maken deel uit van dit gebied, het oosten en zuiden zijn voornamelijk woestijn.

Later vestigden zich in deze streek diverse volkeren, waaronder de Amorieten, Ammonieten en Moabieten. De Perzen onder de dynastie van Achaemeniden veroverden ook delen van het huidige JordaniŽ. Alexander de Grote veroverde het gebied in dde 4e eeuw voor Chr. en versloeg de Perzen. Na Alexanders dood kwam het land onder bestuur van de hellenistische Seleuciden die vanuit Damascus regeerden. Het Romeinse legerkamp en stad Um er-Rasas herinnert nog aan deze periode.

In 169 voor Chr. stichtten de NabateeŽrs een koninkrijk in het zuiden van JordaniŽ. Hun hoofdstad was Petra, dat tevens een belangrijke stop op diverse karavaanroutes was. In 106 na Chr. veroverden de Romeinen het gebied. Het gebied blijft dan lange tijd in handen van Byzantijnen (of Oost-Romeinen), die er geregeld oorlog over voeren met de Perzische Sassaniden.

Tot en met de 1ste Wereldoorlog

In 632 verovert het Arabische Rijk onder de eerste Kalief Aboe Bakr het gebied. Lange tijd regeren de Omajjaden vanuit Damascus, die er onder andere het fort Quseir Amra stichtten. De Omajjaden worden later opgevolgd door verschillende andere Arabische dynastieŽn. In 1516 verovert het Osmaanse Rijk het gebied en dit blijft zo tot aan de 1ste Wereldoorlog.

Het is de Britse afgezant T.E. Lawrence, beter bekend als Lawrence of Arabia die de Sjarif van Mekka Hoessein ibn Ali over weet te halen aan de zijde van de geallieerden mee te vechten en in opstand te komen tegen de Turkse overheersers. De Britten beloven in ruil voor steun een toezegging dat de Arabieren na afloop van de oorlog onafhankelijk mogen worden. Met steun van de Britten weten de Arabieren onder ander de havenstad Akaba in te nemen. In 1917 zijn de Turken uit JordaniŽ verdreven.

Na de 1ste Wereldoorlog

Mandaatgebied
Nadat de Turken verdreven waren, kregen de Arabieren niet de beloofde onafhankelijkheid. Het land ging in 1922 deel uitmaken van het Britse mandaatgebied Palestina. Deels ter compensatie werd Abdoellah, zoon van Hoessein, de sjarif van Mekka, in 1923 tot emir van Trans-JordaniŽ benoemd, onder een voorlopige overeenkomst. De overeenkomst hield ook in dat als het Verenigd Koninkrijk Frankrijk kon overhalen SyriŽ op te geven, Abdoellah daar ook emir mocht worden. De eerder gedane toezeggingen over onafhankelijkheid voor de Arabieren, werden door het Verenigd Koninkrijk echter niet waargemaakt.

Onafhankelijkheid
Op 1 maart 1946 werd het land formeel onafhankelijk en heette toen Trans-JordaniŽ, wat 'over de Jordaan' betekent. Toen de Verenigde Naties in 1947 adviseerden, bij het beŽindigen van het Britse mandaat, Palestina op te delen in een Joodse en een Arabische staat kwam de inheemse bevolking in opstand en dreigde de Arabische Liga de Joodse kolonie aan te vallen. Koning Abdoellah, wiens koninkrijk deel uitmaakte van de liga, sloot daarop een geheime overeenkomst met de Joodse leiders om Palestina tussen de toekomstige Joodse staat en Trans-JordaniŽ te verdelen. Hij beloofde bij een eventuele oorlog de grenzen van de Joodse staat, zoals beschreven in het verdelingsplan, te zullen respecteren. Deze overeenkomst kreeg de zegen van de Britse minister van Buitenlandse zaken Ernest Bevin.

Toen na het vertrek van de Britse mandaattroepen oorlog uitbrak tussen het zojuist uitgeroepen IsraŽl en de Arabische Liga kon het Jordaanse leger vrijwel zonder slag of stoot heel het Arabische gebied aangrenzend aan het koninkrijk bezetten. (Later zou het gebied de Westelijke Jordaanoever gaan heten.) IsraŽl kon zich onderwijl concentreren op de strijd in het noord- en zuidfront tegen de overige Arabische legers, die veel zwakker waren dan het Arabische Legioen. Het kwam alleen tot een treffen tussen de Joodse troepen en het legioen in de strijd om Jeruzalem. Beide partijen hadden hun zinnen op de stad gelegd, hoewel deze volgens het verdeelplan een internationaal gebied moest worden. Na zware gevechten kwam Oost-Jeruzalem, waaronder de oude stad, in Jordaanse handen, terwijl de IsraŽliŽrs het westelijke gedeelte bezetten. Op 3 april 1949 tekenden IsraŽl en TransjordaniŽ een bestand en het jaar erop annexeerde het koninkrijk formeel het bezette gebied. Slechts het Verenigd Koninkrijk en Pakistan erkenden deze annexatie, terwijl de meeste Arabische landen deze sterk afkeurden.

In 1951, gedurende het korte leiderschap van Koning Talal, werd een liberale grondwet ingevoerd. JordaniŽ werd een constitutionele monarchie. Op 14 december 1955 werd JordaniŽ lid van de Verenigde Naties. Na een staatsgreep in 1957 ontbond Koning Hoessein (1953-1999) het parlement. Daarna regeerde hij praktisch als absoluut alleenheerser, totdat hij in 1992 politieke partijen weer toestond. In 1967 werd de Westoever door IsraŽl op JordaniŽ veroverd, en tot bezet gebied gemaakt (alleen Oost-Jeruzalem werd ingelijfd). Zo'n 200.000 Palestijnen vluchtten naar JordaniŽ, alsmede vele Palestijnse strijders. De Palestijnse strijders en Jordaanse regeringstroepen vielen hierna herhaaldelijk de Westoever binnen. IsraŽlische vergeldingsacties en aanvallen op JordaniŽ ondermijnden de stabiliteit van het land.

In 1970 kaapte het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina drie westerse vliegtuigen, waarna de vliegtuigen in JordaniŽ landden. Na acht dagen van gevechten tussen regeringstroepen en Palestijnse guerrilla's, die de kapers beschermden, werd een bestand getekend. De stabiliteit van het land kwam echter direct in gevaar en de koning besloot de militante Palestijnen uit zijn land te verwijderen. In de maanden daarna werden de Palestijnse strijders verslagen en JordaniŽ uitgezet. In juli 1971 waren hun laatste bases vernietigd. Volgens sommigen richtte koning Hoessein daarna in de jaren zeventig bloedbaden aan onder de Palestijnse bevolking van JordaniŽ, die zijn regime zouden ondermijnen. Ook nu was de internationale aandacht zeer beperkt.

Tijdens de Golfoorlog van 1991 was JordaniŽ een van de weinige landen die Irak relatief gunstig gezind bleven. Saddam Hoessein had zich namelijk gepresenteerd als een kampioen van de Palestijnen, en een vijandige houding jegens Irak zou wellicht tot problemen met de in JordaniŽ wonende Palestijnen hebben geleid. Bovendien grensde JordaniŽ aan Irak, waar het militair absoluut niet tegen was opgewassen. In 1989 voerde Koning Hoessein de verkiezingen weer in en gaf het parlement en de regering geleidelijk weer een grotere macht. Vanaf 1992 mocht men weer partijen vormen. In 1993 hield JordaniŽ, voor het eerst sinds 1956, verkiezingen waar meerdere partijen aan meededen. In 1994 werd een vredesverdrag getekend met IsraŽl.

In 1999 overleed Hoessein, waarna hij door zijn zoon Abdoellah werd opgevolgd. De jonge koning probeert zijn land te moderniseren en voert langzaam democratische veranderingen door.

Koningen van JordaniŽ
Abdoellah I van 1923 tot 1951
Talal van 1951 tot 1952
Hoessein van 1952 tot 1999
Abdoellah II van 1999 tot heden

Geografie

JordaniŽ kent drie landschappen: de Jordaanvallei, het heuvelland in het westen, en het Oost-Jordaanse woestijnplateau. De Jordaanvallei in het westen, is het laagst gelegen dal op aarde. De waterspiegel van het meer van Tiberias ligt op min 210 meter, de Dode Zee ligt op min 410 meter en is het laagste punt op aarde. De Dode Zee heeft een zeer hoog zoutgehalte, meer dan 30 procent. Het is het grootste meer van JordaniŽ. JordaniŽ deelt het meer met Palestina en IsraŽl. De vallei is een zogenaamd breukdal en ontstaan door tektonische bewegingen in de aardkorst. Aan beide kanten van het dal lopen de berghellingen steil omhoog. Ten zuiden van de Dode Zee zet het breukdal zich voort in de zeer droge Wadi Araba, en ter hoogte van Ash-Shawbak wordt het zeeniveau weer bereikt. Het heuvelland in het westen is meer een plateau, dat op vele plaatsen is doorsneden door diep ingesneden dalen, waardoor wadiís (rivierbeddingen) naar de Jordaan en de Wadi Araba lopen. De hoogste toppen bevinden zich in het zuiden, de Jabal Ram is met 1754 meter de hoogste. Ten oosten van het heuvelland strekt zich het Oost-Jordaanse woestijnplateau uit, met een gemiddelde hoogte van 500 - 600 meter. Kenmerkend voor de gehele Jordaanse woestijn zijn de zwarte lavavelden.

De hoofdstad Amman is de grootste stad van het land. Andere steden zijn Akaba, Al-Karak, Az-Zarqa, Irbid, Ma'an, Rihab, Madaba en Jerash. De rivier de Jordaan vormt de grens met IsraŽl en de Westelijke Jordaanoever. Door watergebruik voor irrigatie is de Jordaan bijna geheel opgedroogd en is de monding verzand. Een andere rivier de Jarmuk stroomt in het noorden van het land. 90% van het Jordaanse grondgebied is woestijn. Een nauwe strook langs de oostelijke oever van de Jordaan is - vooral dankzij irrigatie - een vruchtbare streek waar aan land- en vooral tuinbouw wordt gedaan. Verder zijn in het noordwesten enkele bossen te vinden. Het noordwesten van het land behoort tot het mediterrane gebied, de rest van het land tot het woestijngebied. JordaniŽ heeft via de Golf van Akaba een open verbinding naar de Rode Zee en daarmee met de rest van de wereld.

Bekende wegen Ė die ook al in de oudheid gebruikt werden Ė zijn de King's Highway en de Desert Highway.

Weer en klimaat Jordanie

JordaniŽ heeft in het westen een mediterraan klimaat en meer landinwaarts een steppe- en woestijnklimaat. In het westen kunnen de winters (november-maart) koud en nat zijn en de zomers (april-november) droog en heet. De droogste maanden zijn mei tot en met augustus, en de natste maand is februari. In de winter kan er zelfs sneeuw vallen. Het steppe- en woestijnklimaat kenmerkt zich door hete droge zomers en relatief koude winters met nauwelijks regenval. De Dode Zee en de Jordaanvallei zijn heet en droog. Temperaturen van rond de 40į C zijn geen uitzondering.†De beste reisperiode is de lente (april tot juni) en de herfst (september tot november). De temperaturen zijn dan mild en normaal gesproken valt er dan geen neerslag.†

Demografie

Bevolking
JordaniŽ heeft een oppervlakte van 89.342 km≤ (2,2 maal Nederland en 3 maal BelgiŽ) en telt officieel zoín 6,5 miljoen inwoners, waarvan een kleine anderhalf miljoen in de hoofdstad Amman woont. In werkelijkheid is het aantal inwoners aanzienlijk groter vanwege grote stromen vluchtelingen uit SyriŽ, Irak en Libanon. De Jordaanse bevolking bestaat bijna geheel uit Arabieren (98 procent), met als belangrijkste minderheidsgroepering de CircassiŽrs of Tsjerkessen (100.000 personen), die oorspronkelijk afkomstig zijn uit de Kaukasus. Ruim de helft van de bevolking van JordaniŽ is afkomstig uit door IsraŽl bezette gebieden van Palestina. De oorspronkelijke bewoners van de Oostelijke Jordaanoever zijn voornamelijk bedoeÔenen; van hen leidt echter nog maar een klein deel een nomadisch bestaan. Religie
In JordaniŽ bestaat vrijheid van godsdienst. De belangrijkste godsdienst van JordaniŽ is de islam die tevens staatsgodsdienst is. Ruim 90 procent van de moslims zijn soenniet en 3 procent sjiiet. Ongeveer 5 procent van de bevolking is christen. Tot slot is er in JordaniŽ nog een kleine groep Druzen en zijn er aanhangers van de Bahai-religie.

Taal
De officiŽle taal van JordaniŽ is het Arabisch. In de grote steden die je tijdens je†Jordanie reis†aandoet wordt ook Engels gesproken.† Binnen het Arabische taalgebruik onderscheidt men drie registers. Het eerste is de gesproken taal, de informele taal die gesproken wordt op straat en die hoort tot de groep oosterse Arabische dialecten zoals het Syrisch, het Libanees of het Jordaans. Deze taal bestaat niet in schrift. Naast de gesproken taal is er het Standaard Arabisch, de geschreven taal die in alle landen ongeveer hetzelfde is. Het is de taal van de krant maar ook de politici spreken het bij officiŽle redevoeringen. Het derde register is het klassieke Arabisch, de 7de eeuwse taal waarin de Koran is geschreven. De kennis van deze taal beperkt zich doorgaans tot het kunnen opzeggen van koranpassages.†

Staatsinrichting en politiek

Het land is onderverdeeld in twaalf gouvernementen, die zijn onderverdeeld in 52 nahias. JordaniŽ wordt beschouwd als een parlementaire monarchie. De premier wordt aangesteld door de koning en wordt dus niet door het volk gekozen. De premier stelt vervolgens zijn ministerraad samen, die uit 25 personen bestaat. De koning geeft de premier en zijn raad ook nog een opdracht mee hoe het land het beste geregeerd kan worden.

De volksvertegenwoordiging is het enige gekozen orgaan in de Jordaanse politiek. Zij oordeelt in een vertrouwensstemming over het kabinet. De leden van de volksvertegenwoordiging worden om de vier jaar gekozen door alle stemgerechtigde JordaniŽrs. De leden van de senaat, echter, worden om de vier jaar benoemd door de koning.

JordaniŽ is lid van de Arabische Liga en onderhoudt goede betrekkingen met de landen ervan, maar ook met het Westen en met IsraŽl. Het land is naast Turkije, Marokko en Azerbeidzjan een van de weinige landen met een islamitische meerderheid die er vriendschappelijke betrekkingen met IsraŽl op nahouden. JordaniŽ en IsraŽl tekenden in 1994 een vredesverdrag. De Verenigde Staten steunen mede hierom de JordaniŽrs en het land is een van grootste ontvangers van Amerikaanse hulp in het Midden-Oosten. De Jordaanse koning probeert zo veel mogelijk te bemiddelen in het regionale vredesoverleg.

Het Arabisch Legioen was de voorloper van het huidige Jordaanse leger. Het legioen werd in de jaren 1920 gevormd door veteranen van de Arabische opstand en werd getraind door de Brit John Bagot Glubb. Tegenwoordig heeft het Jordaanse leger nog steeds de structuur zoals destijds door de Britten is geÔntroduceerd. Koning Abdoellah is opgeleid in Sandhurst. Het Jordaanse leger heeft nauwe banden met de Verenigde Staten, die een trainingsbasis ten oosten van Amman hebben.

Economie

De voornaamste bron van inkomen is het toerisme. In tegenstelling tot zijn buurlanden Irak en Saoedi-ArabiŽ beschikt JordaniŽ niet over olie- en gasvoorraden. Het land moet deze producten importeren. De voornaamste landbouw die geteeld worden zijn fruit, groente en graan. In de ondergrond wordt er fosfaat, kalium en oliehoudende schalie opgegraven. Olieraffinage en cement zijn de voornaamste industriŽle bezigheden. De haven van Akaba is een belangrijke troef voor de in en uitvoer van het land.

In 2009 tekende JordaniŽ een overeenkomst met Rusland, waarin de bouw van vier kerncentrales werd vastgelegd.

Bezienswaardigheden en toerisme

Met Petra heeft JordaniŽ ťťn van 's werelds toeristische hoogtepunten. De meeste toeristen komen speciaal voor Petra en Siq al-Berid naar JordaniŽ. Andere bezienswaardigheden zijn de historische stad Jerash, de woestijnkastelen Qasr Hraneh, Quseir Amra, Qasr Azraq, Qasr Mushatta, de kruisvaardersburcht Kerak, het stadje Madaba en de Berg Nebo, de archeologische site op de citadel van Amman, de archeologische sites van Jerash, van Gadara, van Pella, van Baydha, de natuurgebieden Wadi Rum, Wadi Mujib, Dana en de Dode Zee en de badplaats Akaba, havenstad en toeristisch oord in het zuiden van het land.

Terug naar het reisverslag