Lhasa

De stad

Lhasa is de traditionele hoofdstad van Tibet en sinds 1964 de hoofdstad van de in dat jaar gevormde Tibetaanse Autonome Regio in de Volksrepubliek China. Voorheen was het de hoofdstad van de regio U en daarna van U-Tsang, ook wel Centraal-Tibet genoemd. Van de 7e tot en met 9e eeuw was het de hoofdstad van het Tibetaanse Rijk van de Yarlung-dynastie. De stad is de traditionele zetel van de Dalai Lama met de paleizen Potala en Norbulingka. De stad wordt in het Tibetaans boeddhisme gezien als het heiligste centrum van Tibet.
In de stad wonen ongeveer 1,1 miljoen mensen (schatting van 2009). Met een hoogte van ongeveer 3.650 m is de stad een van de hoogst gelegen steden van de wereld. Tibet, het land er omheen, wordt dan ook wel het dak van de wereld genoemd. Lhasa betekent letterlijk "plek van de goden". Oude Tibetaanse documenten en inscripties spreken echter tot vroeg in de 7de eeuw van Rasa, wat "binnenhofplek" of "geitenplek" betekent.
Sinds 1985 bevindt zich de Tibet-universiteit in Lhasa. Op ongeveer 45 km ten zuidzuidwesten van Lhasa ligt de luchthaven Lhasa Gonggar, met voornamelijk binnenlandse bestemmingen en een verbinding met Nepal. Sinds 1 juli 2006 is Lhasa het eindstation van de Peking-Lhasa-spoorlijn. Er leiden verschillende wegen naar Lhasa vanuit Chengdu in Sichuan, Xining in Qinghai en vanuit Nepal.

Ligging

Lhasa ligt in de Transhimalaya op een hoogte van ongeveer 3650 meter in het dal van Kyichu, een zijrivier van de Yarlung Tsangpo. De stad ligt aan de noordelijke oever en strekt zich in de 21ste eeuw uit over een lengte van meer dan 10 kilometer.

Demografie

Lhasa is onderverdeeld in één district en zeven arrondissementen. Tibetaanse ballingen spreken van een meerderheid Han-Chinezen in de drie grote steden.

Herkomst van de naam

Tegenwoordig wordt de naam Lhasa meestal geïnterpreteerd als godenoord. In de tijd van de Yarlung-dynastie (7de-9de eeuw) werd de plaats aangeduid met "rva-sa", waarmee een omheinde weide werd bedoeld. De interpretatie geitenweide is eveneens mogelijk. In die richting wijst ook het huidige dialect van de stad, wat overeenkomt met het Wylieschrift, dat Lhasa aanduidt met "lhas sa". Dat betekent weer omheinde plaats, ofwel "rva sa". Verder is "lha" in het Tibetaans een aanduiding voor de als goddelijk beschouwde Tibetaanse koningen, zoals de drie Dharma-koningen Tri Songtsen Gampo, Trisong Detsen en Tri Ralpachen. De betekenis van Lhasa zou dan eerst plaats van de koningen zijn geweest en later zijn veranderd in plaats van de goden.

Geschiedenis

Koning van Tibet Songtsan Gampo trouwde in 641 met prinses Wencheng van het keizerlijke Tang-hof. Rond die tijd had hij de hele Tibetaanse regio al veroverd. Hij zou het Potala-paleis in de richting van de hoofdstad van China hebben gebouwd, omdat zijn Han-Chinese vrouw dan minder heimwee zou krijgen. Tussen de val van de Yarlung-dynastie in de 9de eeuw tot de opkomst van de vijfde Dalai Lama in de 17de eeuw was Lhasa geen hoofdstad van Tibetaanse regio. Wel bleef het een belangrijk in religieus opzicht, als stad waar de heilige Padmasambhava de aardegodin had verslagen en op haar de Jokhangtempel had gebouwd.
Ook werden drie grote gelugkloosters voltooid door Tsongkhapa en zijn volgelingen, waardoor Lhasa aan het begin van de 15de eeuw was uitgegroeid tot een belangrijke stad. De drie kloosters zijn Ganden, Sera en Drepung die zijn gebouwd als deel van de puritanische Boeddhaheropleving in Tibet. De wetenschappelijke prestaties en het politieke inzicht van deze sekte versterkten Lhasa's positie als centrum steeds meer. De vijfde Dalai Lama verplaatste de regering van zijn rijk naar Lhasa, als de religieuze en politieke hoofdstad van Tibet.

In 1645 begon de verbouwing van het Potala-paleis op de Marpori (rode berg). In 1648 werd de Potrang Karpo, het witte paleis van de Potala, voltooid. Vanaf die tijd werd de Potala door de dalai lama gebruikt als winterpaleis. De Potrang Marpo (Potala's rode paleis) was toegevoegd tussen 1690 en 1694. De naam Potala is mogelijk afgeleid van de berg Potalaka, de mythologische woonplaats van Bodhisattva Avalokitesvara. De Jokhang-tempel was ook sterk vergroot rond die tijd. Hoewel sommige houten gravures en lateien van de Jokhang Tempel dateren uit de 7e eeuw, dateren de oudste van Lhasa's bestaande gebouwen, zoals midden in het Potala-paleis, de Jokhang en sommige van de kloosters en eigenschappen in de oude wijk, uit deze tweede bloeiperiode in Lhasa's geschiedenis. Het zomerpaleis Norbulingka en de tuinen aan de zuidwestkant van de stad werden gebouwd in de 18de eeuw, tijdens de zevende Dalai Lama.

Gedurende lange tijd was Lhasa verboden gebied voor buitenlandse bezoekers. In de eerste helft van de 20ste eeuw ondernamen verschillende westerse verkenners reizen naar de stad die later breed werden uitgemeten in de pers. Lhasa was het centrum van Tibetaans Boeddhisme, en bijna de helft van de populatie was monnik. Verder brachten ontdekkingsreizigers gegevens over Lhasa naar buiten.
Onder de inwoners van de stad bevonden zich inwoners uit Nepal en Ladakh (ongeveer 800) en enkele uit Bhutan, Mongolië en andere landen. Nepalesen leverden machines en metaalbewerkers in die tijd. Het aantal inwoners van Lhasa bedroeg in 1951 ongeveer 25.000, exclusief zo'n 15.000 monniken in de kloosters in het gebied. Na de invasie van Tibet ontvluchtten veel mensen de stad, waaronder de veertiende Dalai Lama Tenzin Gyatso die was weggevlucht uit zijn woning in het Potala-paleis en in ballingschap in India aankwam in 1959.
Tijdens opstanden in Tibet van 1987 tot 1993 waren er grote demonstraties in Lhasa tegen de Chinese aanwezigheid die geleid werden door monniken en nonnen. Als reactie hierop maakte de Chinese regering het leven voor monniken en nonnen moeilijker door restricties en politieke heropvoeding. Velen moesten deze "heropvoedingsessies" ondergaan om zichzelf op een lijn te stellen met de communistische opvattingen en om de dalai lama en de Tibetaanse onafhankelijkheid aan de kaak te stellen". Veel monniken die weigerden werden veroordeeld tot gevangenisstraffen; anderen verlieten de kloosters en velen ontsnapten naar India om hun studie voort te zetten. Tijdens de opstand van Tibet van 2008 in aanloop naar de Olympische Spelen in Peking was er opnieuw sprake van onregelmatigheden.

Cultuur en bezienswaardigheden

Lhasa was voor veel Tibetanen de belangrijkste bestemming voor een bedevaart in Tibet. Naar Tibetaans boeddhistische traditie bestaan er drie pelgrimroutes in Lhasa. De binnenste route is de Nangkhor en omvat een rondgang in het binnenhof van de Jokhangtempel. De middelste route is de Barkhor en houdt een rondgang om de Jokhangtempel in met daarnaast andere kloosters en tempels in de oude binnenstad van Lhasa. De buitenste route is de Lingkhor die loopt langs de vroegere stadsgrenzen van Lhasa en is begin 21ste eeuw ook open voor het toerisme.
Het Potala is het opvallendste gebouw. Het grote, wit met bruine gebouw staat midden in de stad. Van hieruit regeerden de Dalai Lama's. Het zomerpaleis van de dalai lama is gevestigd in de omgeving van Lhasa; een groot park met diverse gebouwen. Onderaan de berg ligt het dorp Shol.
Het Tibet Museum in Lhasa dat in 1999 werd geopend, telt meer dan 30.000 geëxposeerde stukken van Tibetaanse kunst en cultuur.

Verkeer en vervoer

Sinds 1 juli 2006 is Lhasa het eindstation van de Peking-Lhasa-spoorlijn. Dit is de hoogst gelegen spoorweg ter wereld. In de stad bevinden zich de stations Station Lhasa en Station Lhasa-West. In de stadsprefectuur liggen meer stations langs het traject, waaronder Station Damxung.
Verder bevindt zich op 45 km afstand van Lhasa de luchthaven Lhasa Gonggar. Sinds 1985 bevindt zich de Tibet-universiteit in Lhasa. Er leiden verschillende wegen naar Lhasa vanuit Chengdu in Sichuan, Xining in Qinghai en vanuit Nepal, waaronder de nationale wegen G109 en G318.

Terug naar het reisverslag