Samye klooster

Het Samye klooster of Samye Gompa is het eerste boeddhistische klooster dat in Tibet is gebouwd. De bouw is rond 775 gestart nabij Dranang in de periode van de koning Trisong Detsen. Het werd gebouwd als een complex van gebouwen die een centrale tempel omringen. Het complex heeft daarmee de vorm van een mandala en het ontwerp zou gebaseerd zijn op het grote tempelcomplex van Odantapuri in Bihar. De centrale tempel zelf wordt verondersteld de mythische berg Meru voor te stellen.
Het complex is meerdere malen -vooral door brand- verwoest. De laatste grote totale renovatie in de tijd van het historische Tibet werd uitgevoerd onder leiding van Wangchug Gyalpo, die later in de 19de eeuw één van de regenten in Tibet werd. Het klooster maakte traditioneel vanaf de 11de eeuw onderdeel uit van de nyingmatraditie van het Tibetaans boeddhisme. De grote historische, symbolische dus ook politieke betekenis van Samye had tot resultaat dat vanaf midden 17de eeuw - als de gelug de dominante machtsfactor in Tibet wordt - de feitelijke beslissingen met betrekking tot het klooster door de hiërarchie van de gelug

In de klassieke boeddhistische geschiedschrijving

In de boeddhistische geschiedschrijving zou de koning Trisong Detsen (755-797) Shantarakshita, de abt van de Nalandauniversiteit in India hebben uitgenodigd het boeddhisme in Tibet uit te dragen. Shantarakshita kreeg onder meer de opdracht en de verantwoordelijkheid voor de bouw van het eerste boeddhistische klooster in Tibet, Samye. De bouw ervan verliep niet voorspoedig wat werd geweten aan de lokale godheden en demonen die niet erg enthousiast over het project zouden zijn geweest. Pogingen deze geesten te verdrijven mislukten en Shantarakshita was gedwongen de koning te melden dat deze taak boven zijn vaardigheden en mogelijkheden lag. Hij adviseerde de koning om de hulp in te roepen van een tantrische meester, Padmasambhava. Padmasambhava arriveerde in Tibet en gaf de geesten en demonen het ultimatum zich tot het boeddhisme te bekeren dan wel te verdwijnen. Die kozen voor de eerste optie en beloofden daarbij voortaan Tibet en bovenal de dharma te beschermen met de zelfde wil en kracht waarmee ze tot dan toe het boeddhisme hadden bestreden.
De rol van Padmasambhava en de bouw van het klooster van Samye is één van de meest essentiële elementen in de traditionele Tibetaanse geschiedschrijving. Dat heeft vooral te maken met het feit, dat deze gebeurtenis bepalend is voor de totstandkoming van het pantheon van het Tibetaanse boeddhisme. De voormalige demonen moesten immers in het te creëren pantheon opgenomen worden als beschermers, dharmapalas.

Orakel van Samye

De voormalige demonen werden onder het gezag geplaatst van Gyalpo Pehar, één van de Gongpodemonen, die tot de beschermer van het klooster Samye werd gemaakt. In het klooster was dan ook een medium van Pehar, het orakel van Samye, het meest befaamde orakel van Tibet. Omstreeks 1650 en na de overwinning in de burgeroorlog in de eerste helft van de 17de eeuw die de gelug tot de dominante machtsfactor maakte, werd door de vijfde dalai lama het orakel overgeplaatst naar het toen recent gestichte Nechungklooster in de onmiddellijke omgeving van Lhasa. Vanaf dat moment wordt het als het orakel van Nechung onderdeel van de gelugtraditie en het Tibetaans staatsorakel. Begin 18de eeuw vestigt zich opnieuw een orakel in Samye, dat als opnieuw het orakel van Samye spoedig weer faam geniet.

Historische context

Reële historische bewijzen of zelfs maar aanwijzingen die het verhaal in de klassieke boeddhistische geschiedschrijving rondom de stichting van Samye kunnen bevestigen ontbreken totaal. De naam Padmasambhava wordt in de Tibetaanse geschiedschrijving pas voor het eerst aan het eind van de 10de eeuw vermeld. Pas in de 12de eeuw (dus 400 jaar na de periode) wordt hij in enkele documenten beschreven op een wijze die begint te lijken op die van de huidige beeldvorming rondom hem. De gestalte die Padmasambhava nu volop heeft dateert in de Tibetaanse documenten van de 14de eeuw.
In 2009 is een deel van een kopie van het zgn. Testament van Ba gevonden, dat uit de 9e eeuw dateert. Versies van het document, die uit de 10de eeuw dateren waren al eerder bekend. In alle bekende versies van het Testament van Ba wordt op uitgebreide maar zakelijke wijze de bouw van het klooster bij Samye vermeld. Die versies vermelden bijv. een aantal voorzieningen die getroffen werden onmiddellijk na de stichting van Samye.
"Honderdvijftig huishoudens werden door het hof als horigen aan de religieuze gemeenschap toegewezen. Ieder jaar dient het hoofd van de religieuze gemeenschap van hen vijfenzeventig ladingen gerst te ontvangen, alsmede negen volledige kostuumuitrustingen, 1100 ons boter, een paard, vier balen papier, drie maten inkt en zout zoveel als zij nodig hebben. De vijfentwintig kluizenaars van Chimpu ontvangen ieder elk jaar vijfenvijftig ladingen gerst, 800 ons boter, een paard en zes volledige kostuumuitrustingen."
In het in 2009 gevonden document wordt ook een rol van Shantarakshita beschreven, zij het op fundamenteel andere wijze dan in de traditionele boeddhistische geschiedschrijving. Maar zowel in dit document als in de latere versies wordt nergens ook maar de naam van een Padmasambhava genoemd. De wonderen en het bedwingen van de lokale demonen en geesten ontbreken volledig in iedere versie van het Testament van Ba. De zoon van Trisong Detsen, Sadnaleg liet ca. 813 een tempel bij Karchung bouwen. Op één van de pilaren is een tekst gebeiteld, waarin verteld wordt hoe zijn vader de opdracht gaf tot het bouwen van het klooster bij Samye. Ook dit is een zakelijke tekst waarin de naam Padmasambhava geheel ontbreekt en waar ook geen enkele sprake is van wonderen dan wel bedwingen van demonen. Ook bij Samye zelf is een tekst die van direct na de bouw moet dateren in een pilaar gebeiteld. Ook die tekst is strikt zakelijk van aard

Abt van Samye

In de klassieke boeddhistische geschiedschrijving wordt Shantarakshita na de stichting van het klooster van Samye de eerste abt. Ook daar is geen enkel feitelijk, reëel historisch bewijs van. In de manuscripten van Dunhuang is een document gevonden met een opsomming van de eerste tien abten van het klooster. De naam Shantarakshita ontbreekt. Als eerste abt van het klooster staat Wa Yeshe Wangpo vermeld. Als de negende abt van het klooster staat op die lijst Lhalung Palgyi Dorje vermeld aan wie de moord op Langdarma wordt toegeschreven.

Terug naar het reisverslag