Sera Klooster

Algemeen

Het Sera klooster ligt aan de voet van de Tatipu Heuvel, gelegen in de noordelijke voorstad van Lhasa, Tibet. Sera is een van de grote drie gelug-kloosteruniversiteiten van Tibet. De andere twee zijn Ganden en Drepung. De oorsprong van de naam Sera is niet zeker, maar wordt vermoed in het feit dat de oorspronkelijke plaats waar Sera is gebouwd werd, was omringd door wilde rozen (se ra in het Tibetaans). Het Sera klooster is gewijd aan de Gelugpa of geelhoed sekte, een tak van het Tibetaans boeddhisme, opgericht door Tsong Khapa. Nadat het verwoest werd bij de machtsovername na de opstand in Tibet van 1959, werd het herbouwd in Bylakuppe in India, in de buurt van Mysore.
Het Sera klooster kreeg door de eeuwen heen een grote faam als een gerenommeerde plaats van wetenschappelijke vorming, opleiding van honderden geleerden, van wie velen beroemd zijn in de boeddhistische landen.
De oude en delicate geschriften uit 1410 'de Gangyur van de Tripitaka, ook gespeld als Kangyur in 105 volumes (oorspronkelijke 108 volumes) geschreven in het Tibetaanse zijn het kostbare bezit van het klooster. Er wordt gezegd dat Chengzhu, keizer van de Ming-dynastie, deze geschriften (gedrukt in China op houten blokken met goud bedekt en gegraveerd in lak) gaf aan Jamchen Chojey, de bouwer van het klooster.

Geschiedenis

Sera werd gesticht in 1419 tijdens de Ming-dynastie door Jamchen Chojey (Sakya Yeshe), een leerling van Tsong Khapa. Net als Drepung en Ganden gaf Sera colleges in allerlei Tibetaans boeddhistisch onderwijs en bood het de basisinstructie voor de monniken. Sera Jey Dratsang werd gebouwd in 1435, was het grootst en werd voorbehouden aan zwervende monniken, in het bijzonder aan Mongolen. Ngagpa Dratsang werd gebouwd in 1559 en was een school voor de leer van de gelug-tantra's.
In 1959 huisvestte Sera meer dan 5000 monniken. Ondanks dat het zwaar beschadigd is, staat het eind 20ste eeuw nog steeds overeind, is het grotendeels gerestaureerd en biedt het onderdak aan een paar honderd monniken. Gezien geen van de Ngagpa Dratsang (Tantrish College) de invasie overleefden, werden alleen het Sera Mey College en het Sera Jey College opnieuw in India voortgezet.
De abt Ketsang Rinpoche voerde de zoekgroep aan die in 1937 de veertiende Dalai Lama Tenzin Gyatso, toen nog Lhamo Döndup, aantrof in het dorp Taktser. De 14de Dalai Lama vluchtte naar India in 1959 en zocht daar asiel. Tijdens de maand maart van hetzelfde jaar werd het Sera Jey klooster vernietigd door een bombardement, hierbij verloren honderden monniken hun leven (in 1959 telde het klooster ongeveer 5629 monniken), afgezien van de vernietiging van oude teksten en het verlies van talloze van onschatbare waarde antieke kunstwerken. Veel van degenen die deze aanval door de Chinezen overleefden (monniken en gewone mensen) vluchtten naar India, over de Himalaya en dit onder zware winterse omstandigheden.

Architectuur

Het klooster is uitzonderlijk mooi en heeft een oppervlakte van 114.946 vierkante meter (28 hectare). De belangrijkste gebouwen zijn de Coqen Hall, Zhacang (college) en Kamcun (slaapzaal). Scripten in goud poeder, mooie beelden, doeken en ongeëvenaarde fresco's zijn te vinden in deze hallen. Kleurrijke debatten over de boeddhistische leerstellingen worden hier gehouden, hierdoor onderscheid dit klooster zich van andere kloosters in Tibet.

Terug naar het reisverslag