TIBET

Potala Tibet Tibet heeft een mysterieuze aantrekkingskracht. Het tussen enorme woestijnen en de Himalay weggestopte land van de boeddhistische monniken is moeilijk te bereizen. De dunbevolkte hoogvlakte, gelegen tussen de vier- en vijf kilometer, herbergt te midden van overweldigend natuurschoon een aantal unieke cultuurschatten. De meeste mensen denken bij Tibet, dat twee keer zo groot is als Frankrijk, aan idyllische berglandschappen en een paradijselijk bestaan. In werkelijkheid is het hier zeker adembenemend mooi, maar is het leven keihard. De Chinezen hebben hier de touwtjes zeer strak in handen en regisseren de hele toeristische sector. Wij zullen dan ook niets te zien krijgen wat niet voor onze ogen bestemd is.

Algemeen

Tibet is een provincie van China. Het werd in 1950 ingelijfd door de Chinezen. Tibet ligt in het zuidwestelijke gedeelte van China. Lange tijd werden er geen westerlingen toegelaten in Tibet. Maar sinds begin jaren tachtig mogen westerlingen, meestal onder begeleiding van een gids, door Tibet reizen. Je hebt wel een permit nodig. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk zelf een jeep te huren. Een westerling mag hier niet zelf autorijden. Je moet dus altijd een chauffeur huren. Bemiddeling via officiële toeristenorganisaties is ook altijd nodig. Ook moet je paspoort nog een half jaar geldig zijn, na je bezoek aan Tibet.

Bevolking

Met Tibet bedoelen we tegenwoordig de Tibetaanse Autonome Regio (TAR) dat ongeveer een achtste van de totale oppervlakte van China (9.956.960 km²) beslaat. Tibet telt ongeveer 3 miljoen inwoners waarvan het merendeel in Zuid-Tibet leeft. De bevolking bestaat naar schatting voor 85 procent uit Tibetanen. Het totale aantal Tibetanen wordt echter op 6 miljoen geschat, en de meeste daarvan wonen in de Chinese provincies Qinghai, Sichuan en Yunnan. Veel ballingen wonen in de buurlanden India en Nepal.

Bevolking Tibet Sinds eind jaren tachtig is er een massale volksverhuizing van Chinezen richting Tibet in gang gezet. Officieel om het gat in economische ontwikkeling tussen Tibet en China zo spoedig mogelijk te dichten. De ontwikkelingen komen vooral ten goede van China dat op grote schaal grondstoffen zoals ijzer, goud, koper, kolen, lood, uranium en titanium aan Tibet onttrekt. De meest recente stap die de volksverhuizingen kan bevorderen is de aanleg van de spoorlijn Goldmud – Lhasa, die in de zomer 2006 in gebruik genomen is. De Han-Chinezen wonen voornamelijk in de grotere plaatsen zoals Lhasa en Shigatse en zijn actief in de industrie, handel en het leger. De meesten worden gelokt met allerlei voordelen zoals hogere lonen, goede scholing en medische voorzieningen, speciale huisvestiging en langere vakanties. Ondernemers krijgen subsidies, belastingvoordelen en lagere grondprijzen aangeboden. Het lijkt erop dat de Chinezen de hele middenklasse overnemen, terwijl de werkeloosheid onder de Tibetanen toeneemt. Het onderwijs heeft een sterk politiek karakter en negeert de Tibetaanse cultuur en geschiedenis. Hetzelfde geldt voor de gezondheidszorg en de zogenaamde religieuze vrijheid. De Tibetaanse cultuur werd nieuw leven ingeblazen. Een deel van de ruim zesduizend vernietigde kloosters is weer opgebouwd. Wat echter vooral diende om toeristen te lokken. De kloosters, die een beperkt aantal monniken en nonnen mochten herbergen, worden nauwlettend in de gaten gehouden. In de Tibetaanse cultuur en het dagelijkse leven van de Tibetanen speelt boeddhisme een grote rol. Centraal binnen het Tibetaanse boeddhisme staat de Dalai Lama. Via een systeem van reïncarnatie volgen de Dalai Lama's, die religieus en politiek leider zijn, elkaar op. Vanuit het Noord-Indiase Dharamsala, waar de Tibetaanse regering in ballingschap zetelt, strijdt de huidige Dalai Lama voor een vreedzame oplossing voor het Tibetaanse volk. Voor zijn principes van geweldloos verzet heeft hij in 1989 de Nobelprijs voor de Vrede gekregen

Eten en drinken

De Tibetaanse keuken steekt nogal schril af bij de uitgebreide en verfijnde Chinese keuken. Als gevolg van de vaak barre omstandigheden waaronder de mensen moeten overleven en de beperkte mogelijkheden om voedsel te verbouwen, is het traditionele menu in onze ogen niet echt afwisselend. Het basisvoedsel van de Tibetanen is tsampa, een maaltijd van grof gerstemeel aangevuld met jakvlees, jakkaas en jakboter. Tsampa wordt bereid door de gerst te wassen, te roosteren, te pletten en tenslotte te malen. Om het vochtig te maken, wordt het vermengd met thee en jakboter. Dan met de handen tot een bal gekneed en gegeten uit houten kommen die de Tibetanen altijd bij zich dragen. Andere gerechten zijn thukpa, vettige noedelsoep met groenten en/of vlees en momo's, meelballetjes die gevuld zijn met groenten en gehakt.
Tibetanen drinken graag Chinese thee die ze koken met soda, zout en jakboter. De nomaden voegen er soms wat jakmelk aan toe. De thee ziet eruit als koffie verkeerd en spoedig vormt zich bovenop de thee een laag boter die je eraf moet blazen voordat je hem gaat drinken. Naast thee drinken de Tibetanen ook vaak chang (gerstebier) dat licht van kleur is en een wat zurige smaak heeft. Daarnaast is er ook frisdrank, mineraalwater en Chinees bier verkrijgbaar. In vrijwel alle hotels in Tibet staan thermosflessen met heet water paraat, om zelf een kopje thee, koffie of noedelsoep te kunnen maken.
Sommige Tibetaanse restaurants in Lhasa komen speciaal voor toeristen met jakburgers op de proppen. Een idee dat ongetwijfeld is ingegeven door de internationale voedselketens, die overigens in Tibet schitteren door afwezigheid. Verder zijn er de laatste jaren veel meer verse groenten dan voorheen verkrijgbaar. Aangezien de Han-Chinezen dol zijn op eten zijn er in Tibet steeds meer restaurants uit heel China te vinden. Daar kun je doorgaans kiezen uit een gevarieerde menulijst. De meeste restaurants zijn geschoeid op Sichuaanse leest, die bekend staat om zijn bijzondere kruiden. Deze restaurants zijn vaak al mijlenver zichtbaar door de flikkerende feestverlichting.

Feestdagen

Hoewel in het dagelijkse leven de westerse tijdrekening is ingevoerd, worden plaatselijke festiviteiten nog steeds vastgesteld aan de hand van de Tibetaanse kalender. De stand van de maan is bepalend, waardoor de data ieder jaar veranderen. De feestdagen, die per plaats verschillend kunnen zijn, hebben meestal een religieuze oorsprong. Bijna alle Tibetaanse feesten stonden als gevolg van de Chinese onderdrukking lang op een laag pitje, maar beginnen nu langzamerhand te herleven.
Het belangrijkste feest is Losar, het Tibetaanse nieuwjaarsfeest, dat meestal in februari valt. Het gaat onder andere gepaard met oorverdovend vuurwerk. Ook worden honden opgehitst om te blaffen. Het lawaai dat ontstaat is bedoeld om duivels en boze geesten te verdrijven.
Het Mönlam oftewel het Grote Gebedsfestival valt in de eerste weken van het nieuwe jaar. Monniken uit de kloosters rondom Lhasa verzamelen zich dan massaal bij de Jokhang. Daarnaast worden religieuze examens afgenomen.
Tijdens het Boterfestival, dat plaatsvindt op de vijftiende dag van het nieuwe jaar, bezoeken mensen in groten getale de kloosters. Daar worden oude boterbeelden vervangen door nieuwe. Bovendien worden beeldhouwwerken van boter door de straten gedragen.
De geboorte, verlichting en dood van Sakyamuni wordt gevierd tijdens de vierde maand, terwijl ruim vijf maanden later uitvoerig stilgestaan wordt bij het neerdalen van deze historische boeddha op aarde. In de tiende maand is de viering van Tsongkhapa's verlichting een belangrijke feestelijke gebeurtenis. De geboortedag van de Dalai Lama wordt op 6 juli gevierd. Tijdens deze feestdag strooien Tibetanen elkaar onder met tsampa.
Sommige grote kloosters hebben een eigen festival, zoals Tashilhunpo (tweede week van de vijfde maand) en Drepung (30ste dag van de 6de maand). Met name het ophangen van de grote thangka, een beschilderd religieus doek, is daarbij een opmerkelijke happening.
Het Yoghurt- of Shotongfestival, waarbij opera's en gemaskerde dansen ten uitvoer worden gebracht, vangt begin augustus in Drepung aan en verplaatst zich naar het Norbulinka. De dansen symboliseren vaak de overwinning van het goede op het kwade. Tevens trekt vrijwel iedereen in Lhasa dan naar de parken voor een grote picknick van een aantal dagen. Tijdens het Lingkorfestival, halverwege de vijfde maand, wordt ook veel gepicknickt. Andere voorname Tibetaanse feesten zijn verder het Badfestival (eind van de 7de maand) en het Wangkor- of Oogstfeest (gedurende de achtste maand).

Gewoonten en gebruiken

In tempels en langs heilige gedenktekens loop je altijd links om (dus met het heiligdom aan je rechterhand) uit respect voor de goden. Bij het bezoek aan een tempel of klooster, trek je je schoenen voor de deur uit, stap je niet op de drempel en ga je nooit met je voeten naar de Boeddha gericht zitten. In veel kloosters wordt 's ochtends vroeg een tempeldienst gehouden, die je soms mag bijwonen. Een fascinerende en indrukwekkende bijeenkomst van monniken van jong tot oud die in schemerdonker bij het licht van boterlampjes hun gebeden prevelen. De gebeden worden met diepe stem gereciteerd en gezongen en er wordt boterthee met tsampa genuttigd. In sommige kloosters mag je fotograferen, maar zonder gebruik van flitser. Vaak moet je voor het maken van foto's of voor video-opnamen betalen. Naast de gewone entree, koop je daarvoor een extra kaartje.

Officieel moeten de Tibetanen drie maal weigeren alvorens ze 'ja' mogen zeggen, dus ook wanneer je ze iets aanbiedt, hou dan even vol om zeker te weten of ze bedanken.

In het dagelijkse leven wordt zomerse kleding, die de nodige lichaamsdelen onbedekt laat, door de Tibetanen als onzedelijk ervaren. Dergelijke kleding is trouwens ook niet aan te raden vanwege de temperaturen. Bij het bezoeken van boeddhistische tempels of kloosters is het dragen van shorts (ook mannen niet) of minirok niet gepast.

Klimaat en natuur

Tibet ligt op hoogte een van tussen de 3000 en 5000 meter. Tibet bestaat voornamelijk uit bergen en hoogvlakten. Het is een indrukwekkend landschap. De lucht is er nog zuiver. De uitzichten zijn overweldigend.
Door de hoge ligging heeft Tibet een droog bergklimaat. Er valt in verhouding weinig regen, meestal in de zomermaanden. Door de grote hoogte is er een groot verschil tussen zomer- en wintertemperatuur. Ook is er een groot verschil tussen de dag- en nachttemperatuur. In de zomer (juni t/m augustus) is er overdag een temperatuur van gemiddeld 20 graden in de zon. In de schaduw ligt de temperatuur aanmerkelijk lager. 's Nachts ligt de gemiddeld temperatuur in de zomer tussen de 0 en 8 graden.
Je kunt beter niet in de winter reizen, omdat het risico erin zit dat sommige passen dan zijn afgesloten. Door het vaak slechte weer in de wintermaanden, zijn er veel aardverschuivingen. De weg is dan compleet weggeslagen. Met een jeep kun je vaak een alternatieve route nemen. Voor een bus is het vaak onmogelijk erdoor te komen.

Kleding

Goede bergschoenen zijn een must in Tibet. Je kunt er prachtige bergwandelingen maken. Ook de vele pelgrimsroutes gaan vaak door bergachtig gebied. Een goede zonnebril is ook verstandig om mee te nemen. En niet vergeten zonnebrandcrème en pet of zonneklep, omdat de zon op hoogte extra hard aankomt. Een winddicht jack en dikke trui horen ook thuis in de bagage, wanneer je op de toppen van 4000 tot 5000 meter staat kan het behoorlijk koud zijn. Maar overdag, vooral in de zomermaanden, kan het warm zijn. Een afritsbare broek is dan handig.
Voor wie na het bezoek aan Tibet in Nepal gaat wandelen: in Lhasa zitten diverse sportzaken waar vrij goedkoop kleding, slaapzakken etc. gekocht kunnen worden. Ook in Nepal is hier overigens goedkoop aan te komen.

Gezondheid en hoogteziekte

Omdat Tibet op grote hoogte ligt, zit het gevaar erin dat je hoogteziekte krijgt. Op 3000 meter hoogte zit er al 1/3 minder zuurstof in de lucht. Hoogteziekte treedt op, wanneer iemand sneller stijgt dan zijn lichaam zich kan aanpassen. Het is dan ook verstandiger Tibet over land vanuit China te bezoeken, dan met het vliegtuig in één keer naar Lhasa te vliegen. Je lichaam kan zich dan geleidelijker aan de hoogte aanpassen. Het is belangrijk heel veel water te drinken, liefst 5 liter per dag.
De verschijnselen van hoogteziekte zijn hoofdpijn, eetlustvermindering, misselijkheid, braken, prikkelbaarheid, vermoeidheid, moeilijk kunnen concentreren, slecht slapen en een verminderd prestatievermogen. In het minst erge geval verdwijnen deze symptomen nadat je een aantal dagen op hoogte bent. Wanneer de klachten niet afnemen maar verergeren is er maar één oplossing en dat is afdalen naar lager gelegen gebieden. Inspanning moet zoveel mogelijk worden vermeden en het slachtoffer moet goed warm worden gehouden. Het is nooit te voorspellen of je hoogteziekte krijgt of niet. Fysieke conditie is geen garantie voor het wel of niet krijgen van hoogteziekte. Wat wel belangrijk is, is om het de eerste dagen rustig aan doen en nogmaals veel drinken.

Terug naar het reisverslag